Vakantie, maar dan anders.

Het is juli 2025. Vakantietijd. Een periode die ooit synoniem stond voor zorgeloosheid, vrijheid en ontspanning. Voor velen betekende het een ontsnapping aan de sleur, een periode waarin het leven lichter leek en de zorgen even konden worden losgelaten. Maar in deze tijd voelt vakantie voor veel mensen eerder als een verplichting dan een verademing. Er sluimert ongemak. Het weer is extreem, hittegolven, bosbranden, plotselinge weersveranderingen, en de geopolitieke spanningen hangen als een sluier over Europa. Mensen twijfelen. Is dit nog wel vakantie? Is het nog wel de moeite waard?

In mijn jonge tijd, ik herinner mij het nog goed ook al is dit 75 jaar geleden. Een week en dan 5 km fietsen naar de Vorstenbosche bergen en dan ravotten in het zand en van die zandheuvels afrollen. Je ouders zaten ook in het zand op deze zandheuvels samen met andere buren bij elkaar en genoten van deze ontspannenheid. Een week notabene vrij na een jaar hard werken en voor je ouders was dat heel normaal. De jaren daarna begon pas de ontevredenheid en vakbonden roerde zich en werden de vakanties langer en men ging ver weg en spiegelde men bij thuiskomst de ogen uit van de buren die het niet hadden kunnen betalen. Maar er was geen sprake van stres zoals we die nu ervaren. Het leven was heel anders en niet vergelijkbaar er was veel meer rust.

Dit verhaal verteld over het ongemak dat velen voelen in deze vakantietijd van 2025. Ik analyseer waar dit ongemak vandaan komt, wat het zegt over onze samenleving en over onszelf, en hoe we, ondanks alles, kunnen toewerken naar een andere manier van vakantie, van leven zelfs, waarin ontspanning en bezinning weer ruimte krijgen. Misschien is het tijd om vakantie niet langer te zien als “er even tussenuit”, maar als een spiegel van hoe we met onszelf, de wereld en onze verwachtingen omgaan.

Vakantie is altijd meer geweest dan slechts een periode van vrij zijn. Het is een symbool van welzijn, van succes, van het kunnen veroorloven om even weg te zijn. We leven in een maatschappij waarin vakantie bijna een plicht is geworden voor iedereen. Iets om over te kunnen vertellen, om het op sociale media te laten zien waar we geweest zijn, om bij te blijven in het competitieve spel van geluk en vrijheid. Maar anno 2025 botst die droom met de realiteit. De geboekte vakantie blijkt vaak minder idyllisch dan verwacht. Sommige hebben ook geluk als zij juist op een goede plek en land zijn geweest.

Op veel plekken is het veel te warm om buiten te zitten, laat staan iets te ondernemen. Bosbranden in Zuid-Europa zorgen voor evacuaties, rookwolken en angst. Sommige gebieden zijn afgesloten, andere kampen met drinkwatertekorten. Reizigers die dachten te kunnen ontspannen, vinden zich terug in een omgeving die eerder onveilig is dan vredig aanvoelt.

Ook in Nederland en België zijn de zomers ongekend warmer geworden. Wie dacht dichter bij huis rust probeert te vinden in een tent of caravan, komt bedrogen uit. De hitte is drukkend, campings zijn overvol, onrustig, en de sfeer is soms gespannen. De files op de snelwegen zijn eindeloos en wie met het vliegtuig reist, ondervindt vertragingen, stakingen of extra kosten voor handbagage. Vakantie, zo lijkt het, is niet langer een garantie voor rust. Een groot deel van het vakantiedrama speelt zich niet af op reis, maar in ons hoofd. Voor veel mensen begint de vakantie met stress. De druk op het werk neemt toe vlak voor vertrek. Er moet nog van alles af, collega’s moeten worden ingewerkt, de out-of-office moet worden ingesteld, de koffers moeten nog gepakt worden, we werken allebei en hebben nog weinig tijd over, huisdieren geregeld, adressen gecontroleerd. En dan, op het moment dat je de deur achter jou dichttrekt en de eigenlijke “vakantie” begint, komt er geen rust, maar juist onrust.

Wat als de vakantie niet oplevert wat je had gehoopt? Wat als je kinderen ruzie maken, je partner moppert, je hotel tegenvalt, het reisbureau jou en je familie heeft bedonderd met verkeerd ingevulde tickets, of de regen valt met bakken uit de hemel en zit je vaak binnen of in tent of caravan? Opgesloten met je hele gezin in een kleine ruimte. Het contrast tussen de verwachting en de werkelijkheid is pijnlijk. Vakantie is daarmee niet langer een vrije ruimte, maar een project dat moet slagen. En als het faalt, voelen we ons nóg vermoeider dan voor het vertrek toen jij de deur achter je dichttrok toen je op vakantie ging.

Bovendien kampen veel mensen met ‘psychologische residu’, de opgebouwde spanning van maanden hard werken. Die spanning laat zich niet zomaar loslaten. Het duurt dagen, soms weken, voor de geest echt tot rust komt. Maar zoveel tijd is er vaak niet. En zo keren mensen terug van vakantie met het gevoel dat ze nauwelijks zijn bijgekomen of uitgerust, of erger nog, dat het hele gedoe eigenlijk niet de moeite waard was. Het ongemak van de vakantie van 2025 heeft ook te maken met de bredere wereldcontext. De oorlog in Oekraïne sleept zich voort en werpt een schaduw over Europa. Spanningen elders in de wereld, van Taiwan tot het Midden-Oosten, zorgen voor onrust en onzekerheid. Zelfs in veilige landen wordt gerept over ‘veiligheidspakketten’ en adviezen om noodrantsoenen mee te nemen op je reis.

De klimaatcrisis is al lang geen abstract gegeven meer. De extremen zijn voelbaar. De regen komt plotseling, heftig en verwoestend naar beneden. Hittegolven zorgen voor gezondheidsrisico’s. Het gevoel van controle over de omgeving verdwijnt. We kunnen niet langer rekenen op een rustige zomervakantie in Toscane of een frisse avond op de camping. De natuur houdt zich niet meer aan ons vakantieschema. Daarbovenop komt de angst voor criminaliteit. In sommige vakantielanden neemt de kans op diefstal of beroving toe. En ook op vakantieparken dichter bij huis gebeuren incidenten. Mensen voelen zich minder veilig, minder beschermd. Het idee van vakantie als een veilige haven brokkelt af.

Het is verleidelijk om de schuld voor deze malaise bij de buitenwereld te leggen, bij het klimaat, bij politici, bij luchtvaartmaatschappijen of bij het noodlot. Maar, zoals de inleiding van deze beschouwing stelt, komt veel van dit ongemak voort uit onze eigen houding. We zijn verslaafd geraakt aan controle, comfort en consumptie. We willen altijd meer, verder, beter, en dat geldt ook voor vakantie. De massale vliegreizen, het jagen op goedkope tickets, de dwang om elk vrij moment te vullen met ervaringen, zijn onderdeel van een systeem dat ons zelfbeeld voedt maar ons welzijn ondermijnt. We hebben vakantie tot een prestatie gemaakt. Een ‘geslaagde’ vakantie moet uniek zijn, Instagramwaardig, goed gepland en maximaal benut. En in dat streven verliezen we de essentie: rust, reflectie en eenvoud. Daarnaast heeft onze levensstijl bijgedragen aan de wereldproblemen die ons nu raken. De klimaatcrisis is niet iets wat ons ‘overkomt’, maar iets wat we met ons gedrag versterken. We rijden met de auto voor elk wissewasje en voor elk metertje, consumeren op grote schaal, vliegen voor een weekendje weg. De wereld raakt uitgeput, en wijzelf ook.

Toch is dit verhaal geen pleidooi voor somberheid of gelatenheid. Juist in deze ongemakkelijke werkelijkheid schuilt een kans: de mogelijkheid tot herbezinning. Wat betekent vakantie eigenlijk voor ons? Wat zoeken we werkelijk? En kunnen we ons idee van rust, ontspanning en vrijheid opnieuw vormgeven? Een eerste stap is het durven loslaten van verwachtingen. Niet elke vakantie hoeft een droomvakantie te zijn. Soms is thuisblijven, een boek lezen in de tuin, wandelen in het bos of logeren bij familie of vrienden net zo waardevol als een reis naar een exotisch land. Vakantie is geen consumptiegoed, maar een mentale ruimte. Hoe we die ruimte invullen, bepaalt of we tot rust komen, niet de locatie of het budget.

Daarnaast kunnen we zoeken naar eenvoud. Een vakantie hoeft niet vol gepland te zijn. Integendeel: ruimte voor verveling, voor spontane ontmoetingen, voor nietsdoen, is essentieel voor herstel. De Franse filosoof Pascal schreef al: “Alle problemen van de mens komen voort uit het feit dat hij niet in staat is rustig in een kamer te zitten.” Misschien is dat precies wat we moeten leren: weer kunnen zijn, zonder voortdurend te moeten. Ook het zoeken naar nabijheid kan helpen. In plaats van ver reizen, kunnen we de schoonheid van het lokale herontdekken. Nederland en omringende landen bieden volop natuur, cultuur, rust. Door dichter bij huis te blijven, verminderen we onze ecologische voetafdruk en vergroten we ons gevoel van verbinding met de omgeving.

Tot slot is er ruimte voor gemeenschap. Vakantie hoeft geen individuele ontsnapping te zijn. Samen reizen, koken, delen, of dat nu met familie, vrienden of vreemden is, zorgt voor verbinding, en daarmee voor echte ontspanning. De tegenkracht van het egoïstische moeten, is het gedeelde mogen. Misschien is het tijd om het concept van vakantie helemaal te herzien. In plaats van vakantie als pauze van het leven, kunnen we proberen het leven zelf rustiger, menselijker en zinvoller in te richten. Waarom zouden we maandenlang rennen, stressen, presteren, om dan in drie weken tijd te moeten ‘ontstressen’? Wat als we in plaats daarvan elke week ruimte maken voor rust, bezinning en echte aandacht?

Dit vraagt om maatschappelijke keuzes, bijvoorbeeld kortere werkweken, minder prestatiedruk, meer groene ruimte, maar ook om persoonlijke moed. De moed om uit de tredmolen te stappen. De moed om nee te zeggen tegen verwachtingen. De moed om tevreden te zijn met minder, maar dan wel met rust, tijd en aandacht. De vakantie van 2025 zou wel eens een kantelpunt kunnen zijn. Een moment van collectief besef dat het anders moet, en ook anders kan. Dat we niet méér moeten willen, maar juist minder. Dat geluk niet ligt in tropische stranden of vijfsterrenhotels, maar in het durven loslaten.

Het ongemak van de vakantietijd in 2025 is reëel. Het is het resultaat van een wereld die uit balans is, ecologisch, sociaal en persoonlijk. Hittegolven, oorlogsdreiging, stress, onveiligheid, het zijn symptomen van die onbalans. Maar wie goed kijkt, ziet in dit ongemak ook een kans. Een uitnodiging tot herwaardering. Tot eenvoud. Tot rust. Als we durven loslaten, onze verwachtingen, ons moeten, onze controlezucht, kan vakantie opnieuw iets waardevols worden. Een ruimte voor herstel, voor reflectie, voor verbondenheid. En misschien zelfs, een voorbode van een ander soort leven. Niet gehaast, niet opgejaagd, maar geworteld, aandachtig en vrij.

We hebben de wereld deels in deze toestand gebracht door onze keuzes. Maar dat betekent ook dat we de weg terug kunnen kiezen. Stap voor stap. Keer op keer. Te beginnen met deze zomer. Misschien wordt dat ongemakkelijke vakantiegevoel wel het begin van iets nieuws, iets goeds. *JGJCVA16-07-2025*Vakantie, maar dan anders*

Ik blijf trouw aan mijzelf, ik geloof in mijn eigen waarheid.

Het is belangrijk om trouw te blijven aan mijn eigen overtuiging en waarden.

Maar wat inspireert mij om in mijn waarheid te blijven geloven?

De brandweerpet van mijn vader herinnerd mij aan zijn waarde als ik naar die pet kijk.

In het leven kom ik vaak situaties tegen waarin anderen iets van mij verwachten, of waarin ik achteraf twijfel of ik wel het juiste goed heb gedaan. Op zulke momenten is het belangrijk om trouw te blijven aan mijn eigen overtuiging en waarden. Maar wat betekent dat dan precies, en waarom is het zo belangrijk voor mij om dat te geloven?

Mijn overtuigingen en waarden vormen de kern van mijn bestaan, als een kompas dat mij de juiste richting wijst. Soms word ik geconfronteerd met verwachtingen van anderen of twijfel ik aan mijn eigen keuzes, maar juist in zulke momenten is het van belang om dicht bij mijzelf te blijven.

Mijn overtuigingen zijn gevormd door mijn opvoeding, mijn ervaringen en de mensen die mij hebben beïnvloed. Mijn waarden, zoals eerlijkheid, respect en vrijheid, mijn geloop, hoop en liefde zijn de fundamenten van mijn beslissingen. Wanneer ik volgens deze waarden geef en leef, voel ik mij rustiger en gelukkiger, omdat ik weet dat mijn keuzes oprecht zijn en niet enkel bedoeld zijn om anderen tevreden te stellen.

Het is niet altijd eenvoudig om trouw te blijven aan mijzelf. Mijn overtuigingen kunnen botsen met die van anderen, waardoor ik onzeker of zelfs angstig worden kan. Toch is het juist dan belangrijk om naar mijn innerlijke stem te luisteren en mijn pad te volgen.

Ik haal inspiratie uit mensen die met moed hun eigen weg bewandelen. Degenen die opkomen voor gelijkheid, vrede en vrijheid ondanks alle weerstand, of die eerlijk durven te zijn over wie ze werkelijk zijn, ook als anderen dat niet kunnen of willen begrijpen. Zij herinneren mij eraan dat mijn waarheid ertoe doet, zelfs wanneer anderen een andere mening hebben dat mag.

Daarnaast helpt stilte en reflectie mij om dichter bij mijn kern te komen. Door stil te staan bij mijn gevoelens en mijn overtuigingen, te luisteren naar mijn hart, dan kan ik bewuster kiezen wat echt bij mij past, in plaats van mee te gaan met de stroom.

Trouw blijven aan mijn overtuigingen betekent niet dat ik nooit veranderen mag. Integendeel, ik groei door open te staan voor nieuwe inzichten en ontdek zo steeds beter wat voor mij klopt en wat ik zag. Uiteindelijk draait het erom dat ik in een spiegel mijzelf recht in de ogen kan blijven kijken en kan zeggen, “Ik heb geluisterd naar mijn hart.” Mijn waarheid is waardevol en verdient het om gevolgd te worden. *JGJCVA17-05-2025*geloven in mijn eigen waarheid*

Meike, mijn oude vriend is weer terug.

Meike, een ode aan een oude vriend,

Er is iets magisch aan dat eerste zachte briesje dat door de lente waait. Niet de felle windstoten van maart, ook niet de vochtige aprilse grillen, maar die eerste echte voorjaarswind die je huid beroert als een vergeten herinnering. Het is het moment waarop de aarde langzaam wakker wordt, en ik met haar. Elk jaar opnieuw. En met dat ontwaken komt een vertrouwde verwachting, een stille hoop. Want zodra het weer aangenaam wordt, weet ik: Meike komt weer.

Meike, mijn oude vriend. Mijn jeugdsentiment in zijn pantser. Voor de buitenwereld een eenvoudige bruine kever, een schadelijk beestje dat wel, dat zich tegoed doet aan wortels van diverse grassen en daardoor gazons misschien ook ruïneert. Maar voor mij, voor mij is Meike het symbool van een tijd die nooit meer terugkomt, van onschuld, verwondering, en een diepe, haast kinderlijke liefde voor de wereld zoals die ooit was.

Ik noem hem Meike. Niet uit gemakzucht, maar uit genegenheid. Alsof hij een familielid is, een terugkerende gast waar je het hele jaar naar uitkijkt. Vroeger waren ze overal. Op warme lentedagen vulden ze de lucht met hun brommende vleugels, landden onhandig op jasjes en truitjes, klampten zich vast aan armen en haren, en vlogen uiteindelijk weg, op zoek naar het volgende avontuur. Vroeger, ja vroeger, dat woord draag ik tegenwoordig als een zucht op mijn tong. Want vroeger is nu vaak zo ver weg.

Er was een tijd dat Meike verdween. Zomaar, van het ene op het andere jaar, was hij er niet meer. We speurden onder heggen, wachtten onder lantaarnpalen, maar de lucht bleef stil. Geen gebrom, geen gestuntel, geen dans op het avondlicht. Het was stil, dodelijk stil. Alsof de lente zelf haar adem inhield. Pas later begreep ik wat er was gebeurd. Hoe de mens had ingegrepen. Gif. Verdelging. Onwetendheid vermomd als vooruitgang.

Meike en zijn broertjes en zusjes, onschuldige slachtoffers van een landbouw die blind was voor het kleine leven. Ze knaagden aan wortels, ja. Dat deden ze. Maar dat deden ze al eeuwenlang. Dat is hun natuur. En wij, wij met onze machines en onze drang om alles te controleren, konden dat niet verdragen. We zagen schadeposten, terwijl daar, onder onze voeten, een wereld van wonderen leefde. Een wereld die we aan het vergiftigen waren. Toch keert Meike terug. Tegen alle verwachtingen in. Op stille plekken, bosranden, oude landwegen. Je moet goed kijken. Je moet weten waar te zoeken. Maar als je het weet, zie je hem weer. Die glanzende schildjes, dat onbeholpen gezoem, die eeuwige drang naar het licht. En met elke Meike die ik zie, voel ik iets in mezelf ontwaken. Een echo van wie ik ooit was.

Ik was een kind toen ik Meike leerde kennen. Een kind met een hart dat openstond voor alles wat kroop en fladderde. We hadden een heg aan de rand van de straat, net onder de lantaarnpaal. In de schemering verzamelden ze zich daar, alsof ze een geheime afspraak hadden. Wij stonden op wacht, met lege luciferdoosjes in onze jaszakken. Wanneer de eerste Meike zich liet vallen uit de lucht, juichten we. Alsof een oude vriend op bezoek kwam. We vingen ze voorzichtig, legden ze in het doosje, en gaven ze namen. Niet uit wreedheid, nee, integendeel. We wisten niet beter. Voor ons waren het schatten, levende speelgoedjes, geheimen van de nacht. Soms bonden we een dun naaigaren, geplukt uit de naaidoos van moeder, om een van hun pootjes. Zachtjes, bijna liefdevol. En dan zongen we.

“Mulder, mulder, telt uw geld, en ga dan nog eens vliegen…”

Onze stemmetjes galmden in de keuken waar we aan tafel zaten, begeleid door het zachte geritsel van hun pootjes op het tafelblad en het zachte gezoem als Meike zijn vleugels spreidden. Het lied kwam van onze ouders, oude volkswijsheid, een spelletje, een wens. Als we zongen, geloofden we dat Meike en zijn vriendjes zouden gaan vliegen. Alsof onze woorden hen vleugels gaven. En soms gebeurde het toch echt, dan nam Meike een spurt, een aanloop en vloog op, met het draadje dat we aan de andere kant vasthielden zwierend in de lucht als een lint aan een vlieger.

We lachten, klapten in onze handen, juichten alsof we tovenaars waren. Tot Meike weer ging landen, vaak in het haar van mijn zus, die dan gilde alsof de wereld verging. Haar pijpenkrullen waren een magneet voor alles wat vloog. En wij? Wij gierden dan van het lachen. Wat wisten wij van leed, van dood, van het benauwde einde in een doosje van deze kever? Wij waren kinderen, en Meike was magie.

Het duurde niet lang of Meike werd een vast onderdeel van onze kindertijd. Elk jaar opnieuw, zodra de temperatuur het toeliet, begonnen wij aan onze avondwandelingen richting de heg. Niet alleen om Meike te zoeken, maar ook om elkaar te vinden. Mijn broer, mijn zus, ikzelf. In die simpele handelingen, wachten onder een lamp, turend in het halfduister, fluisterend over wie als eerste een kever zag, groeide iets wat je pas later begrijpt: verbondenheid. Soms hadden we geen zin om Meike mee naar huis te nemen. Dan zetten we hem voorzichtig terug op de grond, op een blad of op een tak, en keken we hoe hij verder kroop. Of ook niet, soms bleef hij gewoon zitten, alsof hij even wilde rusten bij ons. Alsof hij wist dat hij veilig was, bij ons, zijn tijdelijke wachters.

Er waren avonden dat we meerdere Meikes vonden. Dan deelden we ze uit. “Deze is voor jou,” zei ik tegen mijn zus, terwijl ik haar een kever in haar hand liet glijden. “En deze is voor jou,” zei zij tegen mij, met een ernstige blik alsof het om een waardevolle schat ging. We gaven ze namen als Pim, Moffel, Brons, of zelfs Ridder. Namen die iets vertelden over hun uiterlijk of gedrag. De een was een durfal, de ander een dromer. We keken naar ze zoals andere kinderen naar honden of poezen keken. En dat waren ze voor ons, huisdieren van een andere soort.

Maar hoe ouder we werden, hoe minder vaak we bij de heg stonden. Andere dingen kwamen op de voorgrond. Fietsen, spelletjes spelen, vriendjes, huiswerk. Meike raakte stilaan naar de achtergrond, zoals zoveel dingen verdwijnen als je groter wordt. En toen, op een dag, viel het me op: hij was weg. Niet alleen bij de heg, maar overal. Geen brommen meer in de avondlucht. Geen kevers die tegen het raam tikten, op zoek naar licht. Zelfs het liedje, “Mulder, mulder, telt uw geld”, klonk ineens ouderwets in mijn hoofd, alsof het uit een andere wereld kwam. Ik weet nog goed dat ik dat jaar aan mijn vader vroeg: “Waar is Meike?” Hij keek op van zijn krant. “Weggevaagd, jongen. Gif. Ze moesten van hem af.” En dat was het. Een kort antwoord op een lange leegte.

Dat antwoord bleef hangen. Weggevaagd. Ik zag het ineens voor me: hoe tractoren over velden trokken, hoe een fijne mist van vergif neersloeg op de aarde, op het gras, op de kevers die er nietsvermoedend onder leefden. Geen schuilplaats. Geen ontsnapping. Dood in stilte. Het knaagde aan me. Niet omdat ik toen al precies begreep wat er gaande was, maar omdat het voelde als verraad. Alsof we iets dierbaars hadden opgeofferd aan een onzichtbare god van efficiëntie. Ik begon te lezen, te zoeken, te vragen. Leerde over cycli in de natuur, over hoe Meike vier jaar lang onder de grond leeft voordat hij als volwassen kever uit de aarde omhoog kruipt. Leerde over hoe kwetsbaar hij is, hoe afhankelijk van gezonde bodems, van plekken waar niet alles netjes gemaaid en bespoten is. En ik leerde dat het niet alleen om Meike ging. Alles hing met elkaar samen. De vogels die hem aten. De egels die hem opgroeven. De bloemen die groeiden op plekken waar zijn larven in de grond zaten.

Meike was geen incident. Meike was een symbool.

Jaren gingen voorbij. Ik verhuisde, kreeg een baan, verloor die weer, kreeg een nieuwe. Liefde kwam. Maar elk voorjaar, als de lucht weer zwoel werd, dacht ik aan Meike. Soms zonder dat ik het doorhad. Een geur. Een lichtval door het raam. Het zachte gezoem van iets tegen het glas. Dan stond ik op, liep naar buiten, keek omhoog, en hoopte.

Tot die ene dag, op een plek waar ik toevallig belandde. Ik logeerde in een boshut in Luxemburg, ver weg van onze stad. Geen geluid behalve dat van vogels en de wind in de bladeren. Het was half mei. Ik zat op een stoel op een terras met vrienden met de consumptiekaart nog in mijn handen toen ik het hoorde. Zacht. Onhandig. Dat vertrouwde gezoem. Ik keek op, en daar was hij.

Onze Meike. Hij botste tegen het licht van de veranda, draaide wat rond in de lucht, en landde tenslotte op de houten leuning naast me. Mijn hart bonsde als dat van een kind. Ik durfde me amper te bewegen. Alsof ik een geest had gezien, maar dan een geest van vreugde, van herinnering.

Hij was prachtig. Donkerbruin, met dat bronzige glimmen op zijn schild. Zijn pootjes bewogen langzaam, onderzoekend, alsof hij zich afvroeg of dit wel een veilige plek was. Ik strekte mijn hand uit. Niet om hem te pakken, maar gewoon om dichtbij te zijn. Hij bleef zitten. “Je bent terug,” fluisterde ik. Niet zeker of ik het tegen hem had, of tegen iets in mezelf dat ik dacht kwijt te zijn. Die avond huilde ik. Niet omdat ik verdrietig was, maar omdat ik ineens alles voelde: het kind dat ik was, de heg, het liedje, de luciferdoosjes, het gegil van mijn zus, het lachen van mijn broer. Alles kwam terug. En Meike bracht het mee. Sindsdien zoek ik hem elk jaar weer. Niet met doosjes of draadjes, maar met verwondering. Ik laat hem met rust. Observeer. Noteer wanner ik Meike voor het eerst dit jaar weer zag. En soms, als ik zeker weet dat niemand me hoort, zing ik zachtjes het liedje. Mulder, mulder, telt uw geld… Gewoon, om te kijken wat er gebeurt.

We leven in een tijd waarin het kleine snel over het hoofd wordt gezien. Waarin we praten over grote problemen, over systemen, over efficiëntie, winst, groei. Maar ergens onder onze voeten, diep in de aarde, leeft Meike. Vier jaar lang. Stil. Geduldig. En dan, in die paar weken bovengronds, herinnert hij ons aan iets dat we vergeten zijn: dat schoonheid ook kwetsbaar is. Dat alles met elkaar verbonden is. Dat het loont om stil te staan bij iets kleins, iets wat bromt in de nacht, iets wat vliegt naar het licht zonder precies te weten waarom. Ik hoop dat hij blijft terugkomen. Dat de heggen niet allemaal verdwijnen, dat niet elk weiland strak gemaaid wordt, dat er nog kinderen zijn die onder een lantaarnpaal wachten op magie. En dat, als ze Meike vinden, ze niet alleen een kever zien, maar een vriend. Een vriend die iets bewaart wat wij dreigen kwijt te raken. *JGJCVA01-05-2025*Meike, een ode aan een oude vriend*

Meegaan met de tijd jongen, want dat is de sleutel tot succes.

Want gezien de huidige politieke situatie voelen wij ons genoodzaakt ons leven aan te passen. Of jij niet soms?

Het klinkt als een fascinerend uitgangspunt voor mijn gedroomde verhaal.

Meegaan met de tijd jongen, zei mijn moeder vroeger tegen mij.

De wereld is veranderd. Niet in een plotselinge, apocalyptische wending, maar in een subtiele, onontkoombare verschuiving. Technologie heeft de macht overgenomen, niet door brute kracht, maar door de zachte fluisteringen van algoritmes die ons leven gaan vormgeven. Politieke systemen, ooit gebouwd op idealen en menselijke fouten, deze zijn nu een schaduw van zichzelf geworden.

Wie runt de wereld dan?

Het antwoord is even eenvoudig als verontrustend, de data.

Ik ben al op een vergevorderde leeftijd aangekomen, ik zit aan mijn omgevormde pc-tafel met een kop dampende koffie in mijn hand. Mijn ogen dwalen over het scherm van mijn PC, daar waarop de laatste nieuwsberichten mij overspoelen en met een mix van angst en fascinatie. “Gezien de huidige politieke situatie,” mompelde ik tegen mijzelf, “moet ik mijn hele leven nog gaan aanpassen op mijn leeftijd?”

Ik dacht terug aan mijn moeder, omdat die altijd tegen mij zei: “Meegaan met de tijd jongen, want dat is de sleutel tot succes.” Maar hoe pas je je aan in een wereld waar de tijd zelfs lijkt te worden gecontroleerd door onzichtbare handen? Ik voelde mij gevangen tussen nostalgie en noodzaak, tussen het verlangen naar eenvoud en de drang om te overleven in een complexe realiteit van mijn leven.

Mijn vingers gleden over mijn verlichte toetsenbord terwijl ik door artikelen en discussies scrolde op het scherm. Elk woord leek een echo te zijn van het voorgaande: onrust, onzekerheid, en controle. Ik zuchtte diep, legde de muis even terzijde en keek uit het raam naar het “Spoorpark” bij mij tegenover mijn appartement en waar mensen samenkomen met hun hondje om hem of haar uit te laten. Zijn deze mensen met hun hond uit of met zichzelf vraag ik mij dikwijls af. Er staan regelmatig groepjes mensen, mannen danwel vrouwen bijelkaar te praten en die net zoveel belangstelling hebben voor elkaar, als de hondjes onderling. Ik bemerkte een zwerm autonome drones op die gestaag werkte aan het vervangen van de straatlantaarns. Het was een alledaags tafereel geworden, maar ook een scherpe herinnering aan hoezeer alles was veranderd in deze tijd.

“Misschien moet ik ook gaan veranderen,” fluisterde ik, terwijl ik de koffie in mijn kopje omroerde. Mijn gedachten dwaalden af naar mijn leven nu. Ik heb er hobby in om te schrijven op mijn PC over zaken die mij beroeren. Maar nu, met de opkomst van geavanceerde taalmodellen, voelde ik de dreiging van overbodigheid. Microsoft had al een halfjaar geleden via mijn internetabonnement subtiel gesuggereerde dat ik mij uitgebreid kon abonneren en daardoor kon aanleren om mij meer te gaan interesseren voor “AI-interactie”.  Vanmorgen tijdens typen van dit verhaal op mijn PC komt er van Google dit bericht binnen. Ik type het hierbij meteen over: JGJC, leer wat er mogelijk is met de AI van Google en ontdek hoe AI van Google de manier waarop je werkt en leert kan veranderen. Of je nu leergierig bent, op zoek bent naar nieuwe uitdagingen of gewoon smart tools wilt om meer gedaan te krijgen, de AI van Google heeft iets voor jou.  Dat was dat en zo wordt je vandaag bespeelt en deze ironie ontging mij niet.

Deze avond, terwijl de stad in een schemering gehuld is, besluit ik dat ik mijn eigen koers moet gaan bepalen. Ik zocht online naar uitleg in data-analyse en ethische technologie. Als de wereld wordt gerund door algoritmes, dan wil ik begrijpen wie de ware dirigenten zijn achter deze zaken. Misschien kan ik zelfs een invloed erop gaan uitoefenen.

De dagen werden weken, en ik stortte mij volledig op mijn nieuwe hobby. Mijn plek in huis is een geïmproviseerd kantoor en deze plek was al ingericht tijdens de coronapandemie, volgestouwd met boeken over ethiek, technologie en de onderliggende mechanismen van kunstmatige intelligentie. Ik voelde mij soms overweldigd door de complexiteit van alles, maar elke keer dat ik eraan denk om dit op te geven, hoor ik de stem van mijn moeder. “Wie runt de wereld? Jongen, dát bepaal je nog steeds zelf.” Maar het is wel de sleutel tot succes.

Mijn eerste inzicht kwam toen ik ontdekte dat data-analyse niet alleen draait om cijfers en algoritmes, maar ook om het begrijpen van hoe mensen zich gedragen. Ik besefte dat technologie niets is zonder de mensheid erachter. Het gaf mij goede hoop. Misschien was de wereld niet volledig verloren aan de koude logica van machines, maar konden mensen nog steeds hun stempel drukken op hoe systemen functioneren.

Tijdens het uitoefenen van mijn hobby ontmoet ik anderen die hetzelfde doen. Er was een groeiende gemeenschap van mensen die niet simpelweg accepteren dat de algoritmes alles bepalen. Ik deel verhalen met hen, ideeën en plannen voor een toekomst waarin technologie dienstbaar is aan de mensheid in plaats van andersom. Ik voel mij uiteindelijk onderdeel van iets groters.

Op een dag, in een kleine vergaderzaal waar zonlicht door stoffige ramen stroomde, stond ik op om hierover te spreken. Mijn stem was vastberaden, mijn woorden doordrenkt met overtuiging. “We moeten ons niet neerleggen bij de macht van algoritmes vertelde ik mijn toehoorders. We moeten leren, ons aan te passen en zelf de koers bepalen. Wie runt de wereld? Jongen, dat kunnen wij zijn, als we moedig genoeg zijn om te handelen.”

Mijn woorden raakten een snaar in de kleine, samengekomen groep. Er waren knikjes van instemming en zelfs een enkel daverend applaus. Dit was het begin van iets nieuws. Ik had het gevoel dat mijn keuze om mijn leven aan te passen niet alleen mijn eigen toekomst veranderde, maar ook die van anderen.

Samen met mijn nieuwe toehoorders begon ik initiatieven op te zetten om meer mensen bewust te maken van de invloed van algoritmes. Ik organiseerde workshops waarin ik uitlegden hoe systemen werken en hoe mensen die systemen verantwoordelijk kunnen houden. Mijn missie was simpel, transparantie en controle terugbrengen naar de mensen.

Maar zoals te verwachten was, kwamen er ook uitdagingen. Grote techbedrijven en overheden die baat hadden bij een gebrek aan transparantie zagen mij en mijn toehoorders als een bedreiging. Ik werd overspoeld met negatieve publiciteit en zelfs juridische procedures. Toch hield ik vol. Voor mij was de strijd niet alleen een intellectueel gevecht, maar ook een emotionele: elke keer dat ik twijfelde aan mijn ingeslagen weg, dacht ik aan de woorden van mijn moeder en aan de toekomst die ik wilde gaan creëren.

Ik liet mij niet ontmoedigen door de tegenstand. Ik gebruik hun collectieve intelligentie en creativiteit om nieuwe strategieën te bedenken. Een van mijn meest succesvolle projecten was een open-source platform genaamd “Transparante Toekomst”. Dit platform bood gebruikers inzicht in hoe algoritmes werken, waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en hoe ze deze konden beïnvloeden. Het platform trok snel de aandacht van duizenden mensen wereldwijd.

De impact van “Transparante Toekomst” was enorm. Ik zag hoe individuen empowerment vonden in het begrijpen van de systemen die hun leven beheersten. Ik begon te geloven dat echte verandering mogelijk was, niet door revolutie, maar door educatie en samenwerking. En toch, ondanks het succes, voelde ik dat ik meer moest doen.

In een gewaagde zet besloot ik een voorstel in te dienen bij de overheid om strengere regels voor algoritmisch gebruik te implementeren. Ik werkte wekenlang aan het document, vastberaden om de balans tussen technologie en menselijkheid te herstellen. Ik kreeg ondersteuning voor mijn onderzoek en juridische expertise, en uiteindelijk stond ik met mijn voorstel voor een commissie van beleidsmakers.

Terwijl ik mijn betoog hield, voelde ik een spanning in de zaal. Sommigen waren sceptisch, anderen nieuwsgierig. Ik sprak met passie: “Onze toekomst hangt af van onze bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen. Technologie is een krachtig hulpmiddel, maar het mag ons nooit overheersen. Het is tijd om de controle terug te nemen.” Mijn woorden vonden weerklank, en hoewel er tegenstand was, werd mijn voorstel serieus overwogen.

De reactie van de overheid op mijn voorstel kwam in eerste instantie traag op gang. Een commissie werd gevormd om de implicaties van de voorgestelde regelgeving te bespreken. Ik werd uitgenodigd om aanvullende uitleg en suggesties te geven. Dit betekende urenlange vergaderingen, intensieve discussies en het overwinnen van politieke tegenstand. Maar ik bleef volhouden, vastbesloten om verandering teweeg te brengen.

Ondertussen groeide mijn toehoorders. Over de hele wereld begonnen gemeenschappen samen te komen om het belang van ethische technologie te bespreken. Sociale media waren gevuld met hashtags als #MensenBovenAlgoritmes en #TransparanteToekomst. Mijn naam werd synoniem met hoop en verzet tegen een wereld gedomineerd door onzichtbare systemen. Ik werd een publieke figuur, een rol waar ik mij aanvankelijk ongemakkelijk bij voelde, maar die ik met moed omarmde.

Een van de meest ingrijpende momenten kwam toen een groot technologiebedrijf mij uitnodigde voor een open debat over de toekomst van AI en ethiek. Het was een tactische zet van het bedrijf om hun eigen positie te versterken, maar ik zag het als een kans om mijn boodschap rechtstreeks aan miljoenen mensen over te brengen. Het debat was intens, gevuld met scherpe argumenten en onverwachte onthullingen, maar ik wist mijn punt te maken. Ik eindigde mijn toespraak met woorden die de kern van mijn missie samenvat: “Technologie moet de mensheid dienen, niet overheersen. Dit is onze kans om een wereld te creëren die eerlijk, transparant en menselijk blijft.”

Ik kreeg uiteindelijk mijn erkenning die ik nooit had durven dromen. Mijn wetsvoorstel werd, na maanden van intensieve lobby en publieke steun, gedeeltelijk aangenomen. Hoewel het niet alle veranderingen omvatte die ik had gehoopt, zag ik het als een belangrijke eerste stap. De nieuwe regelgeving vereiste dat grote technologiebedrijven transparanter waren over hun algoritmes en dat gebruikers meer controle kregen over hun data. Het was geen perfecte overwinning, maar het was een begin.

Voor mij was dit niet het einde van mijn gedroomde reis. Ik begreep dat echte verandering tijd en volharding vereiste. Maar terwijl ik naar mijn verleden terugkeek, die inmiddels een wereldwijde gemeenschap was geworden, voelde ik trots en hoop. Ik had niet alleen mijn eigen leven aangepast aan de tijd, Ik had ook anderen geïnspireerd om hetzelfde te doen.

Op deze rustige ochtend, terwijl ik met een tweede kop koffie in mijn hand nog steeds uitkeek over het Spoorpark waarin de mensen hun hondjes uitlieten, dacht ik aan de woorden van mijn moeder. “Meegaan met de tijd, Jongen.” Ik glimlachte. Ik had de tijd niet alleen gevolgd in mijn droom; ik had de tijd eigenlijk al gevormd.

En terwijl de wereld langzaam, maar zeker verder ging met veranderen, wist ik één ding heel zeker, mijn vraag “wie runt de wereld nu?” had niet langer een enkelvoudig antwoord. Het was een gedeelde verantwoordelijkheid geworden van iedereen, een gezamenlijke inspanning van menselijkheid en technologie om een betere toekomst te creëren. Einde van mijn gedroomde verhaal. *JGJCVA*21-03-2025*Meegaan met de tijd, Jongen.*

Herinneringen een onze tante, de Algemene Overste van de Choorstraat in ’s Hertogenbosch, moeder Elise van der Westen.

Zuster en Moeder Elise van der Westen.

Er was eens, in een klooster van rust en toewijding, een wijze en edele vrouw genaamd Zuster Elise van der Westen. Zij werd geboren in het jaar 1905 en groeide op met een hart vol liefde en een geest vol vastberadenheid. Al van jongs af aan voelde zij een roeping om het goede te doen, en zo trad zij toe tot een heilige gemeenschap van zusters, waar zij haar hele leven wijdde aan zorg, leiding en barmhartigheid.

In het grote klooster van de Goorstraat in Den Bosch achter de grote Sint Janskathedraal, en waar meer dan tweehonderd zusters aan verbonden waren in haar tijd. In dit klooster werd zij niet zomaar een eenvoudige dienares van het geloof. Nee, haar scherpe geest en moedige hart brachten haar tot grote hoogten. Zij werd Novicenmeesteres en leerde de jonge zusters niet alleen over de geboden en geloften, maar ook over de ware essentie van het mens-zijn. ‘Zelfs religieuzen zijn mensen,’ zei zij vaak met een warme glimlach. ‘Zonder rust en ontspanning kan men niet goed zorgen voor anderen.’

Op 7 juli 2019 bestond de Congregatie DMJ van de Choorstraat 199 jaar.

Zuster Elise van der Westen 1947 – 1965.

Het stokje wordt overgegeven aan Zuster Elise van der Westen in 1947. Ook haar termijn als Algemene Overste duurde 18 jaar en er zijn in haar bestuursperiode veel nieuwe uitdagingen aangegaan en ook beëindigd.

JOZEFOORD, Op 22 augustus 1952 werd het nieuwe gebouw St. Jozefoord in Nuland ingezegend. Daar was veel aan voorafgegaan. Rond 1945 leefde bij het Bestuur van de Congregatie de gedachte naar betere huisvesting uit te zien voor onze zieke en oudere zusters.

Bijzonder welkom was het aanbod van de heer en mevrouw Ras om hun landgoed ‘Duyn en Dael’ in Nuland over te nemen. Het huis van  de familie Ras was in de oorlog gebombardeerd en tijdelijk vonden zij een gastvrij onderkomen bij de Zusters van de Choorstraat. Eerst in het klooster in Oss: de Vlashoek en eenmaal terug in Nuland woonden zij maandenlang in het St. Martinushuis in de Kerkstraat. Na veel overleg kwam er op 3 mei 1948 de aankoop van de grond voor St. Jozefoord tot stand. Juridisch was zeer goed gekozen voor “een akte van schenking” want daarmee ging men met gesloten beurzen te werk terwijl er toch voorwaarden in de akte konden worden opgenomen, onder andere lijfrenten voor de familie Ras. Mevrouw Ras stelde er geen prijs op dat de villa opnieuw werd opgebouwd.

 

St. Jozefoord hoofdingang, er was geen meubilair meer om een groter huis bewoonbaar te maken.

Zij wilde geen buren dichtbij. Het echtpaar Ras liet voor zichzelf een eenvoudige bungalow bouwen, Huize ‘De Toevlucht’, die na verbouwingen in 1990 is afgebroken, omdat het er zo vochtig was, opnieuw werd opgebouwd en anno 2019 nog steeds als vakantiehuis voor de zusters gebruikt wordt.

Er werd een klooster gebouwd voor ongeveer 100 zusters en op 22 augustus 1952 kwamen de zusters uit Hintham en daarna de bejaarde zusters uit het Moederhuis en van de verschillende afdelingen. Voor de zieke zusters was er een aparte vleugel, de overige zusters, zowel verzorgden als verzorgenden woonden in het overige gedeelte. Er werd nog niet over verzorgden gepraat. Oud en jong deed dapper mee om er een fijn huis van te maken.

In de vorige aflevering van het blad de Heeriaan is er gesproken over de opening van Sint Jozefoord. Maar er gebeurde meer. In 1953 werd in het Instituut voor Doven te Sint-Michielsgestel een stichting in het leven geroepen.

Tijdens het kapittel van mei 1953 wordt Zuster Elise herkozen (2) als Algemene Overste. In januari 1953 waren er 675 geprofeste zusters in deze Congregatie. In het noviciaat nog eens 27 aspiranten, 12 novicen en 6 Postulanten. Totaal 720  zusters.

In 1954 viert Zuster Elise haar zilveren kloosterfeest. Het wordt groots gevierd en alle zusters krijgen de gelegenheid om persoonlijk naar het Moederhuis te komen. Voor het eerst droegen de zusters toen het vernieuwde habijt.

In 1954 kwam het bestuur op het idee een klein boekje vol foto’s met korte teksten, uit te geven. Eigenlijk een boekje om de Congregatie en het werk te promoten. Lay-out, omslag en tekeningen van dit boekje werden verzorgd door de Slotzusters Augustinessen te Maarssen. Het boekje had als titel ‘In de schaduw van de Sint Janskathedraal. De ondertitel luidde: ‘Daar bloeide de liefde open in haar schoonste vormen onder het devies: In omnibus charitas, in alles de liefde’.

In juli 1956 werd op initiatief van de Algemene Overste van Zusters Franciscanessen SFIC in Veghel een bijeenkomst gepland met vertegenwoordigsters van vijf congregaties. Veghel zelf, Schijndel, Veldhoven, Mariënburg en de Choorstraat DMJ Den Bosch.

Zij wilde namelijk invoeren dat ‘haar zusters’ eenmaal per jaar naar huis op bezoek zouden mogen.

Mgr. Mutsaerts (toenmalige bisschop van ’s-Hertogenbosch) adviseerde haar om hier met de genoemde Algemene Oversten te overleggen. Begin november werd in de vergadering van het Algemeen Bestuur DMJ van de Choorstraat besloten dat elke zuster per kalenderjaar één dag naar huis zou mogen gaan. Van dit besluit werd op 8 november 1956 aan de vier bovengenoemde congregaties mededeling gedaan. De uitvoering van het besluit zou ingaan 1 januari 1957, maar was voor wijzigingen vatbaar. Het definitieve besluit omvatte 10 punten die als een aardige surprise naar alle huizen werden gestuurd en op strooiavond 5 december precies om 21.00 uur ’s avonds bekend zou worden gemaakt.

Hoe uitbundig de vreugde was, zullen de zusters die het meegemaakt hebben, nog wel weten. Daar getuigden ook de telefoontjes, telegrammen en andere leuke reacties van. Die kwamen vooral van de families van de zusters!

Op 2 oktober vertrokken Mgr. Oomens en de Zeereerwaarde Moeder Elise vanuit Brussel met de Sabena naar de Congo voor een lange oriëntatiereis.

Tijdens het kapittel van mei 1959 wordt Zuster Elise voor de tweede keer (3) herkozen als Algemene Overste, dit wordt haar laatste bestuursperiode.

In het midden de Eerwaarde Moeder Zuster Elise van der Westen.

Haar wijsheid en kracht bleven niet onopgemerkt. Toen de gemeenschap iemand nodig hadden die hen kon leiden door stormen en uitdagingen, daarom werd Zuster Elise gekozen als hun 10de Algemene Overste van DMJ Choorstraat Den Bosch. Driemaal achter elkaar opnieuw gekozen worden wil wat zeggen en deze achttien jaar in totaal moeten de laatste 6 jaar worden aangevraagd in Rome. In dit klooster droeg zij deze zware last op haar schouders, maar nooit zonder hoop, nooit zonder een lach en altijd met een onwrikbaar geloof in het goede.

Zij was een vrouw die sprak wat haar hart haar ingaf, zelfs als haar woorden ingingen tegen de algemene mening. Haar stem was helder als de klokken in de toren, haar boodschap was er een van rechtvaardigheid en mededogen. Haar zusters kwamen naar haar met zorgen en twijfels, en zij wist altijd het bijkomstige van het wezenlijke te scheiden. Wat werkelijk telde, was liefde, gemeenschap en trouw aan de roeping die zij met allen deelden.

Ook als huisoverste na haar Algemene Overste opdracht was er de volgende taak en niet blijven stilzitten, een taak die zij twaalf jaar daarna vervulde in diverse kloosters in het land onder andere in Beverwijk en Nuland, bleef zij haar zusters bijstaan met zorg en begrip. Onder haar leiding bloeide de gemeenschap, en velen herinnerden haar als een baken van licht in donkere tijden. Zij was een gids, een beschermster, een bron van kracht.

Op een zomerdag, op 10 juli 1995, sloot Zuster Elise voorgoed haar ogen en keerde zij terug naar het eeuwige licht. Maar haar geest bleef voortleven in de harten van degenen die haar liefhadden. Tante ligt begraven op het kloosterkerkhof van de Congregatie. Het kerkhof is sinds 1952 gelegen naast het van oorsprong bestaan

de kloosterverzorgingshuis Sint Jozefoord te Nuland. Dit huis heeft Tante Elise samen met haar bestuur in die tijd verworven en opengesteld voor haar medezusters die op een moment in hun leven verzorging nodig hadden. Sint Jozefoord, Duyn en Daelseweg 15, 5391 EC Nuland, (gemeente ‘s-Hertogenbosch).

Het Rusthuis is gelegen in een bosrijke omgeving aan de rand van de gemeente ’s Hertogenbosch, hier biedt het Sint Jozefoord zorg en ondersteuning zoals de zusters dat zeventig jaar geleden ook al deden steeds met persoonlijke aandacht en oprechte betrokkenheid.

Haar familie herinnerd haar niet alleen als een toegewijde zuster, maar ook als hun geliefde Tante Elise, een vrouw die wist wat ze wilde en die nooit aarzelde om op te komen voor wat juist was. En zo leeft in de harten van haar familie en haar nog levende medezusters het leven van haar en het verhaal voort. Het leest als een sprookje van wijsheid, moed en onvoorwaardelijke liefde. *JGJCVA15-02-2025*Een eerbetoon aan zuster Elise van der Westen*onze tante*

Het gebeurde zomaar uit het niets op een normaal moment in 2025

Een nieuwe realiteit heeft plaats gevonden.

Ik schrijf dit verhaal zomaar op uit het niets op een normaal moment op: 02-02-2025.

Het is fascinerend om na te denken over hoe het leven eruit zou zien zonder enkele van de technologieën die we tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen en eigenlijk niet meer willen missen. Ik ga een verhaal schrijven over het land gelijkend op Nederland maar dan zonder het gebruik van tv’s en zonder enige smartphones. Ik noem het land even voor het gemak Moorts. Het worden niet zo veel woorden omdat het onwaarschijnlijk is dat dit ooit zal gaan gebeuren, maar ik hoop dat ik het alsnog interessant kan uitleggen wat het met mensen kan doen als het wel zal gebeuren. Wees voorbereid zou ik zeggen, het kan toch zomaar gebeuren.

Een wereld zonder tv schermen op elke kamer in je huis en op elk kantoor, een land zonder de smartphone, een land in een alternatieve realiteit. Wij zijn ergens in het jaar 2025 aanbeland, en het land Moorts staat aan de vooravond van een grote mysterieuze verandering. Een zware mysterieuze energiepuls, afkomstig ergens van diep uit de ruimte, die op ons wordt afgevuurd, kwam plotseling over Moorts uitwaaien. De energiepuls was zo sterk dat het in een keer alle tv’s, smartphones en daarmee ook de computers ineens in het land onbruikbaar maakte. Het land met de 18.045.532 burgers in Moorts wordt ineens gedwongen om hun dagelijkse routines zonder deze technologieën voort te zetten, het was een ervaring die voor velen surrealistisch aanvoelt.

Het is in de ochtend van een dag ergens in mei, mensen moeten gaan ontwaken zonder hun gebruikelijke wekmethode zoals door hun smartphone e.d. Wij burgers van Moorts moeten opeens andere mogelijkheden gaan gebruiken, ineens de opdraaiklokken weer tevoorschijn halen, de klokken die al lange tijd lagen te versloffen in de kast en die je dan maar weer moet gaan opdraaien. Misschien ook deze traditionele wekkers daarvoor in de plaats moet zetten, deze nemen nu ineens weer de taak over. Daardoor worden opeens de ochtenden vele malen rustiger ingevuld zonder het gebruikelijke gebliep-gebliep en gerinkel van meldingen op de smartphones voor die 18.045.532 burgers in Moorts. In plaats van door eindeloze nieuws feeds te moeten scrollen op pc’s en smartphones, pakken mensen toch maar weer opnieuw de papieren krant uit de brievenbus en gaan opnieuw genieten van een rustig stil ontbijt waarin niets wordt gezegt, en dan tezamen met gezinsleden rustig aan een tafel zitten te eten.

Met de auto naar het werk gaan en dat zonder smartphone als gebruikelijke bijrijder, dan gebeurt het rijden vele malen veiliger en het verkeer alle aandacht krijgt, richt de chauffeur in de auto zijn aandacht op de medeweggebruiker. Ook deze werkdag op kantoor verloopt de communicatie zonder telefoons, en mensen vergaderen en werken rustiger en nauwer samen in een fysieke vergaderruimte zonder deze stoorzenders om je heen en boze blikken die gericht worden op smartphone gebruikers. Directe gesprekken bevorderen nu wel meer samenwerking en begrip voor elkaar. Het telefoneren met een alledaagse telefoon net als vroeger met draaischijf of toetsenbord geeft veel meer vrijheid maar werkt nu ook niet. Mensen leren elkaars expressies en hun toon beter te lezen, wat resulteert in effectievere interacties en minder misverstanden onder elkaar. In winkels vertrouwen klanten en verkopers weer op ouderwetse kassa’s met opspringende vensters en weer betalen met contant geld wordt weer normaal, en wat toch interessant genoeg is om te vermelden, het verrassend soepele verloopt. De vertragingen zijn minimaal en de hernieuwde persoonlijke interacties maken elke transactie aangenamer.

Sociale media’s zijn verdwenen omdat de smartphone weg is, en mensen gaan meer naar buiten om elkaar te ontmoeten en gesprekken te voeren. Cafés en parken worden levendiger en er zijn weer mensen die dan werkelijk met elkaar willen praten. Nieuwe vriendschappen worden gevormd in deze meer persoonlijke en betrokken sociale omgeving. Familiebijeenkomsten zijn intiemer en gezelliger, omdat zonder de constante onderbrekingen van meldingen op de smartphones de aandacht dan bevordert voor de omgeving. Kinderen spelen met elkaar weer buiten in plaats van met hun telefoons bezig te zijn, en volwassenen nemen de tijd om echt met elkaar te verbinden.

Er is veel meer cultuur en vermaak, want zonder tv’s zijn mensen meer geneigd om hun tijd te besteden aan culturele en gemeenschapsevenementen. Theaters, bioscopen, sportscholen en muziekzalen bloeien op met publiek dat op zoek is naar vermaak. Lokale artiesten en muzikanten krijgen ook meer aandacht, wat weer zorgt voor een heropleving van de kunst. Lezingen, boekclubs en workshops worden weer populairder. Mensen willen ineens weer meer leren en zich beter ontwikkelen, en deze evenementen bieden een platform voor kennisuitwisseling en inspiratie.

Een nieuwe realiteit en het land van de 18.045.532 burgers in Moorts ontdekken de waarde van technologievrije interacties. De samenleving wordt nauwer verbonden en mensen voelen zich minder opgejaagd en meer aanwezig in het moment. Hoewel de verandering aanvankelijk als een terugval werd gezien, beseffen velen dat ze een rijker en betekenisvoller leven leiden zonder constant afgeleid te worden door schermen waar je steeds op zit te turen. Geen zichtproblemen meer door langdurig schermtijd? Men gaat eerder naar bed en dus…… is men dan ook beter uitgerust?

De afwezigheid van tv’s en smartphones zorgt voor een hernieuwde focus op menselijke verbindingen en gemeenschapszin. Moorts bloeit op als een land waar mensen elkaar echt zien en horen, en waar de eenvoud van het leven wordt gewaardeerd. Ik hoop dat je dit verhaal leuk vond en hier over deze mogelijkheid gaat nadenken. *JGJCVA02-02-2025*een nieuwe realiteit heeft plaats gevonden*

Deze grijze zaterdag.

Het is zaterdag 18 januari 2025, een dag die ons net als elke andere dag uitnodigt om naar buiten te gaan, ondanks het weer dat misschien niet direct uitnodigend lijkt, het vriest nog en het is volgens mijn smartphone 1 graad onder nul. Tonny had weinig zin vanmorgen omdat het zo koud en mistig is zegt ze. Na wat over en weer gepraat te hebben en de noodzaak van de wandel te hebben begrepen, gaan wij op pad. Een grijs tapijt van vocht dat over onze omgeving hier in Weert nu ligt uitgespreid. Maar juist in dat grijs zit een kans verborgen, een kans om de natuur op een andere manier te zien en te beleven, klein, verstild en intiem. Misschien laat de zon haar gezicht nog zien.

We besluiten om onze wandelschoenen aan te gaan trekken en eropuit te gaan. Dikke jas aan en sjaal om en de frisse lucht in, hoe kil ook, heeft toch iets verkwikkends. Terwijl we onze eerste stappen buiten zetten, voelen we meteen de koele natte mist op onze gezichtshuid. Het prikt een beetje, zoals een zachte waarschuwing dat dit geen zomerse wandeling zal zijn. Maar juist dat maakt het mooi in dit jaargetij. Zo heeft elk seizoen haar eigen charme, en de winter is daarin geen uitzondering.

De natuur om ons heen lijkt betoverd. De bomen, gehuld in een dunne laag vocht en rijm, lijken net sculpturen van een pantomime spel. Hun takken buigen zich mysterieus naar beneden, alsof ze fluisteren met de aarde waarin ze staan. Het pad waarop we lopen, kronkelt zachtjes door het beboste en rijke landschap. Het knisperen van bladeren onder onze voeten is het enige geluid dat de stilte doorbreekt. Overal staat water in plassen en sloten met een laagje ijs hier en daar. Het is alsof de wereld even stil staat op dit moment, gevangen in de tijdloze deken van de mist en kou. Het herinnerd mij eraan om te zien zoals het vroeger ook was en hoopte toen op een beetje ijs op sloot en ondergelopen stukken wei voor het klunen met de ondergebonden Friese houten doorlopers. Helaas is dat geschiedenis nu en de tijd ver voorbij.

We wandelen verder, ons ritme gelijkmatig, onze ademhaling rustig. Elke stap brengt ons dieper in de natuur en verder weg van huis en de drukte van het dagelijkse leven. Door de bebossing om ons heen lijkt de wereld ook klein te zijn. In deze stilte kunnen we nadenken, praten, of gewoon er zijn met z’n twee. De kou lijkt dan minder belangrijk. Ons lichaam past zich aan, en onze gedachten beginnen helderder te worden. Het is een reiniging, niet alleen voor ons lichaam, maar ook voor onze geest. Wij maken in deze wandeling onze opgeslagen privé en harde schijf leeg, alles wat de laatste 24 uur door ons hoofd spookte en ergens waardeloze ballast bleek te zijn.

Na een tijdje komen we bij een open veld, hier zijn we vaker geweest als de zon wel scheen en toen lekker tegen een paaltje geleund ons gezicht lieten bruinen. Hier lijkt de mist nu minder dicht en je kijkt verder weg. Maar dat geeft niets want eindelijk geeft dat de ruimte weer. Maar de wereld hoeft niet altijd helder te zijn. Soms is het genoeg om alleen het volgende stukje pad te zien, de volgende paar meter maar en dat is een les die we ook in het dagelijks leven kunnen meenemen naar het volgende moment.

Terwijl we verder lopen, merken we details op die we anders misschien niet hadden gezien. Een spinnenweb, glinsterend van de dauw. Een vogel, verscholen tussen de takken, zijn veren opgezet als een gevormde bol om warm te blijven. Een paard dat lui voor zich uitkijkt en ons ziet staan. Het lijkt alsof de natuur zelf ons uitnodigt om stil te staan, om te kijken, om echt te zien. En in die momenten, hoe klein ook, vinden we een bijzondere schoonheid van de natuur om ons heen terug die we meteen op de gevoelige plaat laten rusten.

Na een uur wandelen voelen we onze spieren werken. Het is een prettige vermoeidheid die zich langzaam opbouwt. Onze wangen tintelen van de kou, maar onze harten zijn warm. We weten dat we straks, als we weer thuis zijn, kunnen terugkijken op een waardevolle ochtend. Want zelfs op een mistige, koude dag zoals deze, hebben we iets in ons gevonden en gezien in de natuur dat ons goed doet.

Als we bijna thuis zijn komt er een bleek zonnetje even door het wolkendek heen en de mist trekt flink op. Nog steeds is de temperatuur maar 1 graad boven nul. Als we thuis zijn bespreken we hoe belangrijk het is om dit regelmatig te doen. Het is een gewoonte geworden, elke dag, als het weer het toelaat en geen rugklachten daar zijn, trekken we eropuit. Soms zijn het langere wandelingen, soms kortere, maar altijd hebben we wel onze smartphone ingesteld op 8.000 stappen en dat is onze gebruikelijke dagelijkse stapafstand. Die van Tonny zijn kleinere stappen en zij zet Vandaag 10.003 stappen en dat is voor haar benen 7,1 km. Voor mij zijn het 8.477 stappen en dat is plusminus 6,33 km en dat gevoel die ligt in elk van onze gezette stap, het geeft een verbinding met de natuur en met elkaar, en ook met onszelf. Wij beseffen dat meer mensen dit zouden moeten doen. Niet omdat het moet, maar omdat het goed voelt. Het geeft energie voor de hele dag die komen gaat. Deze momenten zijn als een oplader voor de menselijke geest gelijk als de dagelijkse oplader voor onze smartphone.

Thuis aangekomen maken we tomatensoep met toost. De geur vult de keuken meteen terwijl we onze schoenen uittrekken en onze jassen ophangen. We nemen plaats weer in onze luie stoel of aan tafel, kijken elkaar aan, en glimlachen. Dit moment, hoe eenvoudig ook, is perfect. Het is een beloning voor de inspanning van deze ochtend. De warmte van de soep contrasteert prachtig met de kou van buiten en van deze morgen. Het is alsof de ochtendwandeling nog niet helemaal voorbij is, maar verder leeft in deze kop tomatensoep, het was een gelukzaligheid.

De dagen lijken vaak op elkaar in deze tijd van het jaar. De mist heeft ons deze week bijna elke dag gezelschap gehouden. En hoewel het weer kil en vochtig is, kruipt het niet alleen in onze botten. Het kruipt ook in onze gedachten, en daar brengt het iets moois teweeg. Het leert ons om anders te kijken. Om te waarderen wat er wel is, in plaats van te verlangen naar wat er niet is. De zon zal vast weer langer doorbreken op een dag. Onze huid verbranden. Maar tot die tijd maken wij van de mist ons eigen lichtpuntje.

We praten verder over hoe anderen dit ook zouden kunnen doen. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een wandeling hoeft niet perfect te zijn, het hoeft niet lang te duren, en het hoeft ook niet altijd comfortabel te zijn. Het gaat erom dat je naar buiten gaat, dat je beweegt, dat jij je hoofd, jouw harde schijf leeg maakt en dat je geniet van wat er om je heen is. De voordelen zijn onmiskenbaar. Je voelt je fitter, energieker, en meer verbonden met de wereld om je heen. En die kop soep smaakt veel beter ook al worden je spieren na een momentje zitten alweer wat strammer.

De rest van de dag brengen we rustig door. Het is een zaterdag zoals er zoveel zijn, maar toch is het bijzonder. Omdat we hebben gekozen om iets te doen, om naar buiten te gaan, om te bewegen. Dat maakt deze dag net een beetje beter. En terwijl de mist buiten nog steeds hangt, kijken we uit naar morgen. Morgenvroeg eerst om 08:00 uur lopend naar de kapel van de zusters Birgittinessen in de stad voor de heilige Mis en voor een dank je wel. Het is misschien dan ook nog steeds een beetje mistig en koud zo vroeg in de ochtend, wie zal het zeggen en wij wachten af. Misschien ook niet. Het maakt eigenlijk niet uit. Wat wel telt, is dat we opnieuw de keuze hebben om naar buiten te gaan en te genieten en te beleven van wat de dag ons dan weer gaat brengen.

Mistig of niet, elke dag is een kans. Een kans om te bewegen, om te voelen, om te beleven en te leven. En als wij die kans grijpen, vinden wij wel ergens altijd iets positiefs, zelfs op de meeste grijze dagen van ons leven en ook op deze zaterdag. *JGJCVA18-01-2025*deze grijze zaterdag*

Als je in 2025 oud bent, wat dan?

Oud zijn in 2025, het is een leven tussen hoop en wanhoop. De wereld draait door in een razendsnel tempo, maar voor ons, 80 en 82 jaar oud, voelt het alsof wij stilstaan op een eiland in een stormachtige zee. We hebben onze gezondheid, en dat is iets waar we dankbaar voor zijn, maar de wereld om ons heen… ach, wat is die veranderd. Dagelijks voelen we de zwaarte van een maatschappij die niet meer de onze lijkt. Een wereld waarin technologie en conflicten alles overheersen, waar de natuur zich lijkt te wreken en waar het nieuws meer over pijn dan over hoop spreekt.

Toch willen wij, in de herfst van ons leven, de dagen niet laten doorkabbelen als een grijze rivier. Nee, wij willen dat iedere dag, hoe klein ook, een vonkje van vreugde of betekenis met zich meebrengt. Maar hoe doe je dat in een wereld die zo donker lijkt?

Het ontwaken van een nieuwe dag, in eenzelfde wereld. De ochtend begint zoals iedere andere, met de geur van een verse kop koffie, een zachtgekookt ei en daarbij vandaag het zachte getik van de regen en de sneeuw tegen het raam. De routine is ons houvast geworden. Terwijl Tonny langzaam haar bril opzet om de krant te lezen, besluit ik de televisie aan te zetten. Het nieuwe ochtendnieuws is er altijd, genadeloos en onontkoombaar. De woorden “oorlog”, “ramp” en “crisis” vliegen ons om de oren. Ik zie hoe haar schouders zakken bij het lezen van een artikel over overstromingen in Spanje en elders in de wereld. En Tonny zucht.

“Het is elke dag hetzelfde,” zegt ze zacht. “Alsof de wereld alleen maar slechter wordt.”

Ik weet niet goed wat ik zeggen moet. Want is dat niet ook hoe ik me voel? De rampen, de conflicten, de eindeloze stroom van meningen die elkaar bestrijden op televisie en internet. Het lijkt allemaal zo uitzichtloos. Maar dan pak ik haar hand en knijp er zachtjes in en geef een kus op haar wang.

“Laten we vandaag er iets moois maken,” zeg ik tegen haar. “Gewoon voor onszelf.” “Net doen of we gek zijn door dingen te doen die wij leuk vinden”.

Een wandeling? Wij besluiten een wandeling te maken door ons bosgebied Diesterbaan en IJzerenman ongeveer zo’n km of 8, hoewel de lucht grijs en dreigend is. De omgeving waarin we al meer dan zevenenvijftig jaar wonen, is nauwelijks nog te herkennen. De kleine, knusse winkeltjes in dorp en stad zijn verdwenen en vervangen door kille supermarkten en verschillende pakketmagazijnen. Onze oude bakker is ermee gestopt, de slager was te oud om verder te gaan en opvolgers ontbraken, de broodoven en het slagersmes gaan plaatsmaken voor een digitale winkel, een kapper uit Turkije of Marokko wordt er ingevuld op deze plek of met zaken die door ons niet meer worden begrepen of worden bediend.

“Denk je nog aan die tijd dat we hier iedere zaterdag een croissantje haalden?” vraagt mijn vrouw. Ik glimlachte. Natuurlijk herinner ik me dat. Het waren die kleine dingen die onze dagen toen een kleur gaven.

Onderweg komen we een groep jonge mensen tegen, allen diep verzonken in hun smartphones. Niemand kijkt op of begroet ons. Vroeger kende iedereen elkaar hier, maar nu? Het voelt alsof we figuranten zijn in een wereld die niet meer voor ons bedoeld is. Toch proberen we de schoonheid van de natuur te zien. Een vogel die vrolijk fluit hoog in een boom. Een kind dat lacht in een speeltuin. Het zijn de kleine momenten die nog warmte naar ons brengen.

Het nieuws vermijden, maar hoe? Eenmaal thuis voel ik de drang om de televisie weer aan te zetten, maar ik weet wat me te wachten staat, diezelfde stroom van ellende? Oorlogen die maar doorgaan, natuurgeweld dat steeds intenser lijkt te worden, en het politieke klimaat dat zo giftig is geworden dat zelfs de meest eenvoudige gesprekken eindigen in een strijd met elkaar. De Pastoor van de Dekenale stadskerk en kerkhof die geen vrijwilligers meer kan vinden voor het oude kerkhof en al mijmerend spreekt tot degene die het horen wil om dan maar de oude begraafplaats ook te begraven. Je wordt er niet vrolijk meer van.

“Misschien moeten we het nieuws gewoon helemaal uitzetten,” stel ik voor. Mijn vrouw kijkt op van haar krant.

“En dan?” vraagt ze. “Doen alsof de wereld niet bestaat? Dat voelt ook niet goed. We kunnen ons toch niet helemaal afsluiten hiervan?”

Ze heeft gelijk. Het is een evenwichtsoefening, betrokken blijven bij de wereld, maar niet overspoeld raken door deze ellende. We besluiten een compromis te maken. Geen avondnieuws meer. De tv wat later aanzetten en de eerste nieuwsuitzending te mijden? In plaats daarvan zetten we muziek op, oude platen die ons terugbrengen naar een tijd waarin alles simpeler leek. Sinatra, Piaf, een vleugje Brel, Dana Winner, James Last, de muziek van onze dansles. De muziek vult de kamer en voor even voelt het alsof de zorgen van de wereld buiten blijven.

Gesprekken in de schemering want ook ’s Avonds praten we. Niet over de problemen van de wereld, maar over onszelf, over wat ons echt bezighoudt. Het zijn dit soort gesprekken die ons op de been houdt. We praten over onze dromen en uitdagingen. We praten over vroeger, over de reizen die we hebben gemaakt, de boeken die we hebben gelezen, de fouten die we maakten en de lessen die we eruit leerden.

“Denk je dat we iets anders hadden moeten doen?” vraagt Tonny plotseling.

Ik denk na. Natuurlijk zijn er dingen die ik anders had willen doen, maar tegelijkertijd weet ik dat we altijd geprobeerd hebben om er het beste van te maken en van wat we hadden. Dat is alles wat iemand kan doen, toch?

“Ik denk dat we het goed gedaan hebben,” zeg ik uiteindelijk. En ik meen het ook nog.

De wereld als toeschouwer, hoewel we proberen de negatieve stroom van de wereld buiten te houden, is het onmogelijk om alles te negeren. We zien hoe klimaatverandering hele gemeenschappen verwoest, hoe mensen op de vlucht slaan voor geweld, hoe de kloof tussen rijk en arm alleen maar groter wordt. Het voelt alsof we toeschouwers zijn geworden van een tragedie die zich voor onze ogen afspeelt, machteloos? Wat zouden we graag ingrijpen.

Toch proberen we hoop te vinden. We doneren aan goede doelen, al is het maar een klein bedrag. We schrijven brieven naar onze regering en ieder ander, waarin we hen aanmoedigen om te luisteren naar mensen die het kunnen weten en om eerlijk te zijn in een wereld die dat vaak niet is.

“Denk je dat de buitenwereld het beter heeft dan wij?” vraagt mijn vrouw op een avond.

Ik weet het niet. Maar ik hoop dat iedereen het goed heeft en mag hebben, en of je nu arm of rijk bent, vluchteling of oorlogsslachtoffer, het geld voor iedereen en dat is alles wat we kunnen doen en Geloven in iets wat je helpt, Hoop geven en Liefde brengen als het donker bij een ander wordt.

De kracht van kleine rituelen in een wereld die chaotisch en onvoorspelbaar is, daar vinden wij troost in de kleine dingen. De dagelijkse rituelen die ons een gevoel van stabiliteit geven. Samen koken, een boek lezen voor het slapengaan, de planten verzorgen en op tijd water geven. Onze kanariepiet verzorgen en zorgen dat hij niet zonder voer en water is. Het zijn misschien geen grootse daden, maar ze geven betekenis aan onze dagen.

Soms maken we samen plannen, kleine dromen voor de toekomst. Vormen maken van klei, een nieuw gerecht uitproberen, misschien een keer naar dat ene museum “W” waarin de kunst ons aanspreekt. Het zijn deze dromen die ons vooruit helpen, hoe klein ze ook lijken.

Hoop in deze donkere duisternis, wat blijft er over als de wereld om je heen zo zwaar en donker voelt? Voor ons is het antwoord eenvoudig, elkaar. We hebben geleerd om steun te vinden in onze relatie, in de gesprekken die we voeren, in de herinneringen die we delen en in de toekomstplannen die we nog durven te maken voor de resterende jaren.

De wereld mag dan soms onherkenbaar zijn, maar binnen onze vier muren creëren we een plek die warm en vertrouwd is. Een plek waar we de chaos buiten kunnen sluiten, al is het maar voor even.

Een blik naar de toekomst dan weten wij dat de tijd niet stil zal staan. We weten dat er nog uitdagingen zullen komen, zowel in ons persoonlijke leven als in de wereld om ons heen. Maar we weten ook dat we niet alles kunnen controleren. Wat we wél kunnen doen, is kiezen hoe we gaan reageren. We kunnen ervoor kiezen om te blijven hopen, om schoonheid te vinden in de kleine dingen, om van elke dag iets moois te maken en dat het de moeite waard is.

En dat is precies wat we doen. Want hoewel de wereld misschien niet perfect is, is het leven dat we samen hebben nog steeds iets om dankbaar voor te zijn. *JGJCVA22-11-2024* Als je nu in 2025 oud bent, wat dan?*

Een wereld voor kinderen en een toekomst van hoop en vreugde.

Dit stuk heeft mij geïnspireerd door de tekst uit het lied “Geef de kinderen een wereld” van de Belgische zangeres Dana Winner.

Een wereld voor de kinderen en een toekomst van hoop en vreugde. Op een mooie ochtend, wanneer de zon langzaam opkomt en de wereld zich vult met het zachte gezang van vogels, begint het verhaal van de kinderen. Het zijn de kinderen van vandaag, de kinderen van morgen, en degenen die ons allemaal herinneren aan wat echt belangrijk is. Zij zijn klein, maar hun dromen zijn groot. Ze zijn jong, maar hun harten dragen de kracht van een hele wereld. Dit verhaal is voor hen, een oproep tot een betere toekomst en een wereld die hen welkom heet.

Stel je een wereld voor waar de lucht weer blauw is, zo blauw als de oceaan op een kalme dag. Een wereld waarin kinderen met hun blik omhoogkijken en niets anders zien dan wolken die spelen met de wind. Dit is een wereld waarin dromen geboren worden. Wil je dromen van een betere toekomst als de lucht grauw is, vervuild en somber? De lucht is niet alleen een symbool van de natuur, het is een spiegel van onze ziel.

Geef de kinderen een wereld waarin ze weer kunnen ademhalen, een wereld waarin de natuur hen omarmt in plaats van hen bedreigt. Laat ze naar de hemel kijken en zich afvragen wat er voorbij die blauwe uitgestrektheid ligt. Laat ze dromen van avonturen, van reizen naar sterren en het ontdekken van onbekende werelden. Laat de lucht hun hoop voeden, want hoop is het begin van alles.

Kinderen zijn als bloemetjes in een tuin, ze bloeien het mooist wanneer ze gevoed worden met liefde en vriendschap. Maar hoe leren ze wat liefde is? Hoe ontdekken ze wat vriendschap betekent? Dat is door ons als voorbeeld.

Geef de kinderen een wereld waarin liefde niet slechts een woord is, maar een dagelijkse praktijk. Een wereld waarin ouders, leraren en vreemden elkaar met respect behandelen. Een wereld waarin ze zien dat vriendschap gaat over samen lachen, samen huilen, en altijd voor elkaar klaar te staan. Laat ze leren dat liefde hen verbindt, dat vriendschap hen sterk maakt, en dat ze door deze verbindingen een toekomst kunnen bouwen waarin geluk mogelijk is.

Kinderen willen in de natuur spelen, ongedwongen en vrolijk zijn. Maar in een wereld die vaak te snel draait, worden ze soms vergeten. Ze worden gevraagd om stil te zitten, serieus te zijn, te onderscheiden. Maar wanneer hebben ze nog de tijd om zichzelf te zijn?

Laat ze zingen, spelen en dansen in de zon. Laat hen ervaren hoe het is om zorgeloos te zijn, om door velden te rennen en het gevoel te hebben dat niets hen kan stoppen. Spelen is niet alleen leuk, het is essentieel. Het leert hun samenwerken, omgaan met teleurstellingen en oplossingen te vinden. Door te dansen in de zon leren zij dat het leven licht kan zijn, vol vreugde en mogelijkheden. Hun lach is waar het allemaal begon, en die lach is de sleutel tot een betere toekomst.

Wat betekent het om een ​​wereld te hebben waarin kinderen werkelijk kunnen leven? Het gaat niet alleen om eten, onderdak en onderwijs, hoewel dat essentieel is. Het gaat om meer. Het gaat om een ​​plek waar ze zich veilig voelen, waar hun ideeën gehoord worden en waar hun creativiteit wordt geaccepteerd.

Een wereld om in te leven is een wereld waarin elk soort het gevoel heeft dat ze er mogen zijn, precies zoals ze zijn. Het is een wereld waarin diversiteit wordt gevierd en waarin verschillen niet worden gevreesd, maar worden gezien als een rijkdom. Laat de kinderen zien dat deze wereld voor hen is om lief te hebben, te beschermen en door te geven aan de volgende generatie.

Vrede is meer dan de afwezigheid van oorlog. Het is een staat van harmonie, van respect en van begrip. Voor kinderen betekent vrede een wereld waarin ze geen angst meer kennen, waarin ze niet geconfronteerd worden met geweld of haat.

Geef de kinderen een wereld waarin vrede een blijvende realiteit is. Dit begint bij ons. Hoe we elkaar ontmoeten, hoe we conflicten oplossen, hoe we reageren op verschillen en dit alles vormt de basis van de wereld waarin zij opgroeien. Laat hen leren dat vrede niet iets is wat zomaar gebeurt, maar iets is waarvoor je moet werken, iets wat begint met kleine daden van vriendelijkheid.

De kracht van een soort ligt in haar en zijn vermogen om te dromen. Dromen zijn de eerste stap naar verandering. Laat ze dromen, laat ze hopen en laat ze zweven op de wind van hun verbeelding. In die dromen schuilt de toekomst.

Een soort dat leert te dromen, leert ook om te geloven in mogelijkheden. Het leert dat er geen grenzen zijn aan wat bereikt kan worden, dat de wereld openligt. Laat hen geloven dat ze kunnen vliegen, dat hun ideeën waardevol zijn, en dat hun hoop niet tevergeefs is. Dromen zijn het zaad van een betere toekomst, laten we ze nooit ontmoedigen.

Kinderen verdienen het om vrij te zijn, om een soort te zijn zonder beperkingen van angst, haat of druk. Vrijheid betekent dat ze mogen ontdekken wie ze zijn en wat ze willen worden. Het betekent dat ze fouten mogen maken, leren en groeien.

Geef de kinderen een wereld waarin vrijheid compatibel is aan verantwoordelijkheid, waarin ze leren dat hun acties ondernomen worden en dat vrijheid niet alleen een recht is, maar ook een geschenk dat beschermd moet worden. Laat ze spelen zonder grenzen, lachen zonder angst en dromen zonder oordeel. Laat hun voelen dat ze welkom zijn, dat ze waardevol zijn, versterkt omdat ze kinderen zijn.

Geluk is misschien wel de grootste wens die we voor onze kinderen kunnen hebben. Een gelukkige soort straalt, inspireert en verspreid vreugde. Maar geluk komt niet vanzelf. Het komt voort uit een gevoel van veiligheid, liefde en verbondenheid.

Geef de kinderen een wereld waarin geluk een prioriteit is. Een wereld waarin we samen werken aan krachten die steun bieden, waarin we armoede bestrijden, kansen creëren en de aarde beschermen. Want wanneer een kind gelukkig is, is een wereld waarin goedheid en rechtvaardigheid de boventoon voert.

En zo komen we terug bij het begin. Het begint allemaal met de lach van een soort, met hun eerste stap, hun eerste woord, hun eerste droom. Het begint met een wereld die hen omarmt, die hen aanmoedigt om te zijn wie ze zijn en hen inspireert.

Laten we samenwerken om die wereld te bouwen. Een wereld waarin de lucht blauw is, waarin liefde en vriendschap bloeien, waarin vrede regeert en waarin kinderen vrij zijn om te spelen, te lachen en te dromen. Laten we nooit vergeten dat zij onze toekomst zijn, en dat de wereld die we vandaag creëren, de wereld is waarin zij morgen zullen leven.

Met elke glimlach, elke sprong en elke dans in de zon brengen ze ons dichter bij die droom. Wil je als de kinderen gelukkig zijn, dan is de wereld dat ook. En dat is waar het allemaal om draait. *JGJCVA*02-12-2024*Geef de kinderen een wereld*

Het ritme van het leven begon bij onze dansles.

Het ritme van het leven.

Het was een tijd waarin de dagen zich uitrekten als eindeloze zomers. Ik was 17 jaar en de wereld voelde groot en vol belofte. Elke week wachtte en keek ik reikhalzend uit naar de dansles, dat ene moment waarop alles leek te kloppen. Jij was mijn danspartner, mijn vaste steun in de danspas, maar ook in een wereld die draaide om de maat van de muziek en het perfecte ritme. Onze schoenen tikten over de houten vloer van de danszaal, een klein zaaltje in de Gasthuisstraat en langs de zijkant stonden wij opgesteld in rijen van twee. De Godin van Brussel gaf ons de juiste warmte en soms hadden we het te warm en jij een rode blos op beide wangen, misschien ook wel van deze kolengestookte Godin van Brussel.

Onze dansleraar, een mooie vrouw met zwart haar en mooi en sjiek gekleed en ook haar man met een altijd aanwezige vlinderdas. Dan riep zij haar aanwijzingen met een glimlach over de grammofoonmuziek heen. “Stap, stap en draai, stap… Quick, Quick slow enz. goed zo, ga zo door!” riep zij dan terwijl we probeerden de nieuwe pasjes onder de knie te krijgen en niet te struikelen. Wij hadden een natuurlijk gevoel voor ritme en we wisten ons altijd bij de hand te nemen wanneer we de tel kwijtraakte. We lachten veel, soms om elkaars fouten, soms gewoon om de simpele vreugde van het bewegen op de muziek via die simpele grammofoonplaat op de platenspeler.

Die avonden waren als kleine feesten. Na afloop dronken we limonade aan een tafeltje in de hoek van de zaal. De toekomst was een vage belofte, een leeg canvas dat we nog mochten beschilderen. Het beeld dat we van het hele festijn konden vormen. Alles voelde als mogelijk.

De weken gingen voorbij en we werden steeds beter. Onze danspassen werden soepeler, onze bewegingen meer in harmonie met de muziek van de plaat. Er gingen vrienden met ons mee en samen en met elkaar gingen we elke week op dansles, maar het waren vooral wij tweeën die elkaar steeds beter leerden kennen als danspartners. Het jaar hierna heb ik met vrienden nog een jaar extra dansles genoten bij gebrek aan een tekort aan heren danspartners.

De danslessen waren niet alleen oefeningen in beweging, maar ook lessen in vertrouwen. Als ik leidde, volgde jij blindelings. We leerden elkaar zonder woorden aan te voelen, een knikje of een blik was genoeg om de volgende draai in te zetten.

Buiten de dansschool was de andere wereld in beweging. De samenleving veranderde, de muziek veranderde. Rock-’n-roll maakte zijn intrede en de twist was geboren, maar wij hielden ons vast aan de klassieke foxtrot, de quickstep en de sierlijke wals. Het was alsof die dansen ons een anker gaven in een wereld die steeds sneller leek te draaien dan wij.

Maar zoals bij alle mooie dingen, kwam er een einde aan die tijd. Het leven bracht ons nieuwe paden, andere verantwoordelijkheden. Jij ging je weg, ik de mijne. We verloren elkaar uit het oog, maar de herinneringen bleven altijd bij me. Soms, als ik een liedje op de radio hoorde waarop we ooit dansten samen, dan voelde ik even dat vleugje jeugdige zorgeloosheid terugkomen en ook de romantiek van de dans.

De tijd ging snel. Er kwamen huwelijken, en het werk slokte ons op. Het leven draaide in een ander ritme, eentje dat niet langer bepaald werd door muziek en de danspassen van toen, maar door de dagelijkse verantwoordelijkheden en de zorgen die bij het volwassen worden horen.

Nu, vele decennia later, kijk ik terug op die tijd met een mengeling van nostalgie en dankbaarheid. Ik ben inmiddels bijna 82, mijn benen zijn niet meer zo soepel als vroeger, een beetje stram na een lange wandeling en mijn adem raakt sneller opgebruikt. De dansvloer is vervangen door deze dagelijkse wandeling en waar ik samen met Tonny de wereld van de natuur om me heen verken en aanschouw. Kijk op het tabblad hiernaast. (levensvragen van deze paddenstoelgeheimen.)

Toch ben ik gelukkig dat ik het allemaal heb meegemaakt. Die avonden in de dansschool in de Gasthuisstraat die waren meer dan alleen maar lessen. Ze waren een symbool van de vreugde van het leven toen in het moment van het vinden van geluk in de kleine dingen. En hoewel ik niet alles opnieuw zou willen beleven, bijvoorbeeld het harde werken met stress, de tegenslagen, de zorgen, het verdriet dan zou ik die momenten van puur geluk nooit hebben willen missen.

De wereld is veranderd, dat kun je niet ontkennen. Het is veel sneller geworden allemaal, ook veel luider en complexer. Mensen rennen en vliegen, maar lijken daardoor soms de kleine vreugdes van het leven over het hoofd te zien. De onverschilligheid en polarisatie doet mijn zorgen groter maken. Ik ben blij dat ik in een tijd heb geleefd waarin we die kleine dingen nog konden waarderen, waarin een dansles iets magisch kon zijn vol met de nodige romantiek rondom de Godin van Brussel in de danszaal.

Het leven is, als je er zo op terugkijkt, als een dans. Er zijn passen vooruit, passen achteruit, wendingen en momenten waarop je uit balans kunt raken. Maar uiteindelijk gaat het niet om de perfectie van de bewegingen, maar om het genieten van het moment.

Als ik terugdenk aan die tijd, voel ik een diepe warmte. Jij was mijn partner in die zorgeloze, verwachtingsvolle jaren, en samen hebben we een stukje van het leven gedanst dat ik voor altijd zal blijven koesteren. Misschien zal ik niet meer de dansvloer opgaan zoals vroeger, maar in mijn hart blijf ik dansen, op de maat van die herinneringen die we samen toen maakte.

Het was een mooie tijd. Een tijd van eenvoud, van hoop, van geluk. En ook al gaat het leven nog zo snel, die dans Hawaii Tattoo (van de Waikiki’s) en van Gerhard Wendland – Tanze mit mir in den Morgen 1961 en Wheels (1960) en Gus Backus – Da Sprach der Alte Häuptling der Indianer zullen altijd blijven bestaan als een melodie die nooit helemaal zal uitsterven.  Wij dansten hier graag op. *JGJCVA16-11-2024* Het ritme van het leven*