Het tellen van geluk en een levensreis van waarde.

Er zijn momenten in ons leven waarbij we geneigd zijn te tellen. We tellen de jaren die voorbijgaan, de kaarsen op onze verjaardagstaart, de mijlpalen die we hebben bereikt. We tellen onze leeftijd, de successen en soms zelfs onze gemiste kansen. Maar vandaag nodig ik je uit om anders te tellen. Niet de jaren die voorbij zijn, niet de mislukkingen, maar datgene wat echt van waarde is. Tel niet de jaren die we vieren, maar tel je vrienden om je heen, tel de liefde, de warmte, de herinneringen die je altijd bij zullen blijven.

Het leven begint niet bij het tellen van jaren. Het begint bij een eerste ademhaling, een eerste glimlach en een eerste aanraking. Van het begin af leren we tellen, maar vaak niet de dingen die het meest van belang zijn. Terwijl we opgroeien, worden we verteld om vooruit te kijken, plannen te maken, doelen te stellen, maar hoe vaak staan ​​we stil bij de feitelijke betekenis van het leven als we ouder worden?

Vanaf je jeugd worden de dagen gevuld met ontdekkingen, spel en verwondering. Je speelde met de kinderen uit de buurt, en elke dag was een avontuur op zich. De wereld was groot, maar je hart was groter. Vriendschappen ontstaan ​​spontaan. Het was toen al van betekenis hoe belangrijk het was om vrienden om je heen te hebben. Niet alleen om samen mee te lachen, maar ook om samen mee te huilen, om samen door de tijd heen te komen. Dat merkte ik maar al te duidelijk toen mijn vader een hartstilstand kreeg en mij alleen lied toen ik 12 was. Weg was deze vriend en mijn spiegel voor het leven.

Vrienden zijn als spiegels, ze laten ons zien wie we zijn en wie we kunnen worden. Zij zijn de stemmen die ons ondersteunen, de handen die ons opvangen, en de liefde waarop we kunnen leunen. Gedurende de jaren die verstreken, groeiden de vriendschappen mee, verdiepten ze zich, werden ze sterker. Dezelfde vrienden die je kende uit je jeugd, zijn misschien nog steeds bij je, of misschien heb je onderweg nieuwe vrienden gevonden. Hoe dan ook, als je vandaag telt, begin dan bij hen, je echte vrienden.

Je verliet je kindertijd en stapte in een wereld vol verantwoordelijkheden, verwachtingen en ambities. De dromen die je had als soort, begonnen concreter te worden. Misschien droomde je ervan om dokter te worden, politieagent, priester of kloosterling, of misschien wilde je de wereld wel rondreizen en meer gaan verkennen. Wat je ook wilde bereiken, de weg was vol uitdagingen. Maar kijk nu eens waar je nu staat? Staat het in het rijtje waarover je toen nadacht?

Tel niet alleen de vruchtbare successen, maar ook de stappen die je hebt gezet om daar te komen. Denk aan de late nachten, de momenten van twijfel, de verandering van je karakter. Tel elke uitdaging die je overwint, elke keer dat je viel en weer opstond. Het leven is immers niet alleen een aaneenschakeling van overwinningen, maar ook van doorzettingsvermogen en veerkrachtig. Waar je nu staat, is het resultaat van niet alleen je talent, maar ook misschien je vastberadenheid en moed.

Vandaag is het een dag om te reflecteren op wat je hebt bereikt. Het gaat niet alleen om diploma’s, promoties van financiële mijlpalen, maar om het leven dat je hebt geleefd. Het huis dat je nu een thuis hebt gemaakt, de relaties die je hebt gekoesterd, de manier waarop je je leven hebt vormgegeven. Dat is waar de ware rijkdom nu ligt.

Het bijzondere van het leven is dat we vaak niet realistisch zijn hoeveel we hebben bereikt voordat we door de ogen van anderen kijken. Vandaag, op deze dag is het tijd om even stil te staan ​​en om je heen te kijken. Zie hoe iedereen met veel trots naar je kijkt. Deze trots is niet alleen omdat jij het bent, maar omdat ze zien wie je bent geworden. Zij zien de persoon zoals jij gegroeid bent met al je ervaringen, je wijsheid en je unieke karakter.

De blikken van trots kwamen van je ouders, je vrienden, je collega’s, je medehuisbewoners. Het zijn mensen die je hebben zien groeien, die je hebben zien worstelen en overwinnen. Ze hebben je reis gevolgd, je veranderingen gezien, en ze staan ​​nu stil om te erkennen hoe ver je bent gekomen.

Dit moment van trots is een van de meest waardevolle geschenken die het leven ons kan geven. Het herinnert ons eraan dat we niet alleen leven voor onszelf, maar dat ons leven ook impact heeft op anderen. Door jouw keuzes, jouw daden en jouw toewijding heb je anderen geïnspireerd en beantwoord. Tel deze momenten van trots, want ze zijn het bewijs van een goed leven.

Het leven bestaat uit momenten van vreugde en verdriet, van triomf en tegenslag. Maar door alles heen zijn er krachten die ons blijven begeleiden en dat is geloven in, liefde geven en ontvangen en hopen op een gelukkig leven. Terwijl je vandaag terugkijkt op de jaren die zijn doorgegeven, tel dan de warmte en liefde die je hebt ontvangen. Denk aan de momenten dat je omringd was door de mensen die je het meest dierbaar zijn. De feestdagen, verjaardagen, spontane ontmoetingen, maar ook de stille momenten van verbondenheid.

Liefde is niet altijd groots en meeslepend want soms zit het in de kleine dingen. De kop koffie die iemand voor je zet wanneer je het nodig hebt, de knuffel op een slechte dag, de woorden van troost op een moeilijk moment. Deze liefde en warmte vormen de basis van een gevuld leven. Ze zijn de dingen die het leven zin geven, zelfs als alles tegen lijkt te zitten.

Denk aan de mensen die je liefhebt en hoe ze jouw leven beheren. Misschien heb je een partner met wie je al jaren je leven deelt. Misschien zijn het je ouders, broers of zussen, die altijd aan je zijde hebben geleefd. Misschien zijn het de vrienden die altijd klaarstonden, misschien zijn het de medekloosterlingen waarmee je samen een bent, zelfs toen je dacht dat je niemand had.

Als je vandaag telt, tel dan ook de herinneringen die je in de loop der jaren hebt meegemaakt. Herinneringen zijn als kleine schatten die we meedragen, die ons herinneren aan waar we vandaan komen en wie we zijn. Elke herinnering, van het nu is een moment van vreugde of verdriet en dragen ​​bij aan het verhaal van ons leven.

Denk aan de vakanties die je hebt gehad, de mensen die je daar hebt ontmoet, de avonturen die je hebt beleefd. Maar denk ook aan de stille, intieme momenten die misschien niet zo groots lijken, maar toch een diepe indruk hebben gemaakt. Het zijn de gesprekken aan tafel, de wandelingen in de natuur, de momenten van stilte waarin je gewoon jezelf kon zijn.

Herinneringen hebben de kracht om ons terug te brengen naar een tijd waarin alles mogelijk leek, maar ook naar een tijd waarin we misschien niet luisterde wat we moeten doen. Toch hebben we die momenten ons gevormd, ons sterker gemaakt en ons dichter bij onszelf gebracht.

En zelfs de mensen die niet langer fysiek bij ons zijn, blijven doorleven in onze herinneringen. Hun liefde, hun steun, hun woorden en hun lachen blijven voor altijd bij ons als een zachte echo in ons hart. Vandaag, terwijl je toch aan het tellen bent, tel dan ook de herinneringen die je altijd zult bewaren.

Vriendschappen zijn een van de grootste vreugden in het leven. Terwijl je ouder wordt, verandert je kring van vrienden misschien, maar de waarde van echte vriendschap blijft hetzelfde. Tel de vreugde van de vrienden die je kent, want zij zijn degenen die je leven kleur geven, die je vreugde brengt op momenten dat je het verwacht.

Echte vrienden zijn er niet alleen in tijden van feest, maar vooral in tijden van nood. Ze zijn degenen die blijven wanneer anderen weggaan, die luisteren wanneer je niets te zeggen hebt, die begrijpen zonder dat je iets hoeft uit te leggen. De vreugde die je voelt wanneer je met hen samen bent, is een vreugde die niet in geld van bezittingen kan worden gedeeld. Het is een vreugde die komt uit het diepe onzichtbare dat je niet alleen door het leven gaat, dat er mensen zijn die om je geven, die om je geven zoals jij om hen geeft.

En pas dan, wanneer je alles hebt opgeteld, je vrienden, je prestaties, de trots, de liefde, de warmte, de herinneringen en de vreugde, pas dan bedenk je dat je weer verder kunt. Maar dat ene jaartje, die nieuwe leeftijd, voelt niet langer als een laatste. Het voelt als een cadeau, een viering van alles wat je hebt meegemaakt en iedereen die je hebt ontmoet.

Ouder worden is een voorrecht dat niet iedereen krijgt. Het betekent ook dat je de kans hebt gekregen om te leren, te groeien, te falen en weer op te staan. Het betekent ook dat je de kans hebt gehad om lief te hebben en geliefd te worden, om vreugde te ervaren en vreugde te geven. Elke nieuwe kaars op je verjaardagstaart is dan een herinnering aan de reis die je hebt gemaakt, aan de mensen die je onderweg hebt ontmoet en aan de manier waarop je bent blijven groeien.

Dus vandaag, op deze dag, vier dan niet alleen de jaren die zijn verstreken. Vier de mensen die je hebt ontmoet, de liefde die je hebt gedeeld, de prestaties die je hebt gemaakt en de herinneringen die je hebt gemaakt. Vertel alles wat echt van waarde is, en bedenk dan pas dat je weer een jaartje ouder bent. En met die gedachte, kijk je vol vertrouwen en dankbaarheid vooruit naar de jaren die nog gaan komen. *JGJCVA22-10-2024* Een Levensreis van Waarde*

levensvragen van deze paddenstoelgeheimen.

Deze foto maakte ik op 11 oktober 2024. Ik schrijf een verhaal over dit natuurverschijnsel dat in de vorm van een paddenstoel groeide tegen een boom, maar ook raar gevormd was, dat was voor mij bijzonder. Ik kwam deze paddenstoel tegen in een bosgebied achter de IJzerenman in Weert en waar ik op dat moment aan het wandelen was, het was een herfstachige morgen. Deze verschijning zag ik en verbaasde mij zeer, hoe dit wezen zo gevormd was. Hoe is het langs deze boomstam omhoog geklommen. Had deze paddenstoel onder op de bodem een ​​leven gehad? Allemaal belangrijke levensvragen van deze paddenstoelgeheimen.

Het was een herfstachige morgen toen ik door het bos aan het wandelen was, omgeven door het zachte geluid van bladeren die traag naar beneden dwarrelden. De geur van nat mos en rottende bladeren vulde de vroege ochtendlucht. De kleuren om me heen gevarieerd van dieppaars tot goudgeel, de bomen in volle herfstpracht. De paden waren nog nat van de recente regen, en onder mijn voeten de bladeren als een kussen zo zacht maar ook een beetje stevig gevormd, ook ik zelf loop over een laag van het verleden.

Ik had die ochtend besloten om een ​​lange wandeling te maken, ver weg van het dagelijkse geluid. Dit bos, een plek die ik al jaren kende, hier vond ik altijd rust. Toch voelde het vandaag iets anders. Het was het spel van licht en schaduw, de dreigende regen die opnieuw kon gaan vallen, of misschien was het iets ongrijpbaars, een gevoel van verwachting dat in de lucht hing.

Terwijl ik dacht om wat dieper het bos in te gaan, bleef mijn blik hangen bij iets vreemds aan de voet van een oude eik. De schors van de boom was ruw en bezaaid met korstmossen en mosplekken, en ergens halverwege deze stam op een plek waar normaal gesproken alleen klimplanten of kleinere zwammen zouden gaan groeien, zag ik de paddenstoel zoals op mijn foto weergegeven en dat deed mijn hart toen sneller kloppen.

Daar ineens in mijn gezichtveld verscheen, als een onverwachte sculptuur en die uit de boomstam leek te groeien, daar groeide een paddenstoel, nee, wel twee. Maar niet zomaar een paddenstoel. Hij was groot, haast gigantisch, met een brede hoed die over zijn eigen stam heen hing als een kap die bescherming bood tegen de wereld eronder. En wat het meest verrassende was, de paddenstoel leek niet zomaar alleen aan de boom te hangen want erboven hem hing er nog een die omhoog wilde. Hij leek ook omhoog te willen klimmen, omdat ook hij deze paddenstoel ook een eigen wil had, ook hij op weg was naar het hoogste punt. Maar hoe hoog zou hij kunnen klimmen?

Ik bleef stilstaan, mijn ogen gericht op dit vreemde, wonderlijke fenomeen. Hoe was dit mogelijk? Paddenstoelen groeien op de grond of op dode bomen, ik dacht toch niet halverwege een levende boomstam, en helemaal niet in deze vorm. Blijkbaar had ik het goed mis want de natuur is grillig en vormd zijn eigen ideeën als het kan.

Nieuwsgierigheid van mij nam de overhand, en ik hurkte neer bij de voet van deze boom, daar waar de wortels zich als vanouds bevinden, knoestige wortels als vingers die de aarde vastpakken. Hier, tussen de bladeren en het aanwezige mos, zag ik de eerste tekening van het begin van de reis van het leven, van deze paddenstoel? Kleine, delicate schimmeldraden krulden zich om de wortels, ook zij waren ooit begonnen aan een langzame, maar vasteberaden klim naar boven. Het was ook de paddenstoel die dit verhaal verteld, een verhaal van strijd en groei, van een reis die begon in de donkere diepten van de bosbodem en nu zijn weg vond naar het licht hierboven.

Ik bleef kijken, mijn hand raakte voorzichtig de paddenstoel aan om te voelen of het oppervlak echt zacht was, of ik niet droomde. Mijn vingers streelde over de ribbels op het dak van de paddenstoel, het leek net alsof het een licht trillend oppervlak was, net een hartslag die diep in de kern van dit wezen steeds aan het kloppen was. Zou dit kloppen de unieke hartslag zijn van het totale universum waarin wij mogen leven?

“Hoe ben jij hier gekomen?” fluisterde ik zacht, hoewel ik me ervan bewust was dat het absurd was om tegen een paddenstoel te praten. Toch voelde het op dat moment alles behalve absurd. Het leek ook dat de lucht om mij heen werd beïnvloed, als een deken van geheimen die langzaam over mij heen werd getrokken. Een verhaal hing in de lucht, van iets ouds, iets wat ik niet volledig kon begrijpen, maar waarvan ik wist dat het belangrijk was.

Ik sloot mijn ogen en liet mijn gedachten afdwalen naar het begin, naar de bodem van het bos, waar deze reis mogelijkerwijs begonnen was. Ik vertelde aan mijzelf dat de paddenstoel, niet meer dan een kleine spore was, die op de bosgrond was gevallen. Misschien een zachte wind hem daar gebracht had, misschien was het een toevallige druppel regen geweest die de spore van een verre plek hiervandaan had meegedragen en hier tegen deze boomstam had laten vallen.

De grond hier was vruchtbaar, rijk aan de rest van het ontbindende leven. Hier, in het hart van de bosbodem, had de spore zich misschien ook genesteld tussen de wortels van de oude eik. Het was donker, koud, maar toch voedzaam. Hier samen met duizenden en duizenden andere wezens, schimmels, bacteriën, insecten, allemaal overgenomen van een groter geheel. De spore begon langzaam uit te groeien tot een netwerk van fijne draden, mycelium genoemd. Dit mycelium kronkelde en groeide door de aarde, zocht naar voedsel, verbond zich met de wortels van de boom en met andere schimmels om hem heen.

Het leek een stil en eenvoudig leven te zijn, een bestaan ​​in de schaduw van de wortels, ver weg van het licht en de warmte. Maar op een dag, misschien na vele seizoenen, begon er iets te veranderen. De paddenstoel had een honger naar het licht ontwikkeld, een verlangen om hoger te reiken, om te ontsnappen aan de duisternis van de bodem.

Misschien was het de energie van de boom zelf die de paddenstoel had aangestoken. De eik, met zijn wortels diep in de aarde en zijn takken reikend naar de hemel, leefde al eeuwen, en in die tijd had hij vele geheimen geabsorbeerd. De schimmel had een symbiose met de boom ontwikkeld, en ging krachtig met de tijd mee die verstreek, en begon de schimmel iets vreemds te doen. Hij liet niet alleen een eenvoudige paddenstoel op de bodem groeien, maar begon zich ook langs de stam van deze eik omhoog te werken.

Terwijl ik mijn ogen opende, voelde ik opnieuw de aanwezigheid van de paddenstoel die nu op ooghoogte was. De hoed was bijna doorzichtig in het zachte licht dat de bomen doorlieten. De ribbels aan de onderkant van de hoed leken bijna te pulseren, en ik kon me niet ontdoen van het gevoel dat er een soort bewuste intentie achter zat. Ook deze paddenstoel was niet zomaar een paddenstoel, maar iets meer. Iets ouds en levends, iets wat al die tijd onder mijn voeten had bestaan, maar nu, na al die jaren, had hij de oppervlakte en hoogte bereikt.

Mijn gedachten gingen terug naar een oud verhaal dat ik ooit had gehoord, een verhaal over de Woudgeesten, wezens van de natuur die zich in verschillende vormen konden manifesteren. Ze hebben zich door het bos beïnvloed, soms zichtbaar, soms onzichtbaar, en toezicht gehouden op de balans van het leven in het bos. Ze werden geboren uit de oude bomen, uit de aarde en de lucht, en zullen verdwijnen als het bos zelf ooit ook zal verdwijnen door menselijk nalatigheid.

De paddenstoel voor mij leek een belichaming van zo’n geest. Het was ook het bos zelf, en via deze vreemde paddenstoel die zijn kracht en geheimen toond. Het was niet langer alleen een paddenstoel. Het was een getuigenis van eeuwenoude groei, van de manier waarop alles in het bos met elkaar verbonden was. Misschien, bedacht ik, had deze paddenstoel inderdaad een leven op de bodem gehad, een leven in de duisternis en vooral, totdat hij besloot dat het tijd was om omhoog te klimmen, om zich in deze vorm te laten zien.

Het begon langzaam te regenen. Dikke druppels vielen op de bladeren om mij heen, en ik keek omhoog naar de boom, naar de paddenstoel die nu glinsterde onder de regen. De wereld leek zelfs stil te staan. Elk geluid van het bos is opeens verdwenen omdat door het zachte effect van de regendruppels een ander geluid wordt voortgebracht.

Terwijl ik opkeek naar de paddenstoel, was het ook alsof er iets door mij heen ging, een soort begrip dat ik niet in woorden kon vatten. Het was geen inzicht dat ik kon uitbreiden, maar het voelde alsof ik zelfs een glimp had opgevangen van het groter geheel. Het idee dat zelfs de kleinste dingen in het bos, de schimmels, de wortels, de bladeren die vergingen, allemaal deel zijn van dit grote geheel wat ik voelde op dat moment.

Misschien was het juist deze paddenstoel, die op zijn eigen mysterieuze manier omhoog is geklommen, en die mij herinnerde dat de natuur altijd in beweging is, altijd nieuwe vormen zal aannemen, altijd de balans zoekt tussen licht en schaduw, tussen leven en dood. Ik voelde een diep respect voor dit vreemde, wonderlijke wezen dat voor mij aan het groeien was.

Het begon harder te regenen, en ik wist dat het tijd was om terug naar huis te gaan en mijn paraplu als afdak op te steken en gelijk aan het paddenstoeldak om droog te blijven. Maar toen ik opstond en mijn laatste blik op de paddenstoel wierp, voelde ik een soort verbondenheid. Een deel van mij wilde blijven, wilde langer in aanwezigheid van dit wezen zijn, wilde meer begrijpen. Maar een ander deel van mij wist mij ook te vertellen dat het beste is om dit onaangeroerd te laten, zo mysterieus en vol geheimen, zoals deze paddenstoel die nu langzaam door de regen vervaagde, en een spookachtige verschijning in dit herfstbos was.

Terwijl ik wegliep, hoorde ik achter mij het zachte geluid van de bladeren, en ergens diep in het bos leek het ook alsof er iets was wat mij toefluisterde. Misschien was het de wind, misschien de paddenstoel, die op zijn eigen manier afscheid van mij nam. Maar wat het ook was, ik voelde dat ik iets kostbaars had gezien, iets wat ik misschien nooit helemaal zou begrijpen, maar wat voor altijd in mijn herinnering gegrift zal blijven.

Na drie dagen wilde ik terug naar diezelfde plek waar ik de paddenstoelen had gezien tegen een boomstam aangeplakt. Ik had ze achtergelaten in het immense bos en helemaal alleen gelaten. Toen ik terugkwam na drie dagen waren de paddenstoelen weg, helemaal en zonder sporen waren ze verdwenen. Nergens heb ik ze meer gevonden ook niet op een andere plek. Zouden ze geklommen zijn steeds verder naar een hoger doel omhoog? De sporen heb ik ook niet meer gevonden onder aan de eikenboom. Zouden andere mensen die voorbijkwamen de paddenstoelen hebben meegenomen, raar maar waar, ook daarvan heb ik ook geen spoor gevonden. Ik ga ernstig aan mijzelf twijfelen en denk dat ik misschien heb gedroomd en misschien in mijn droom een woudgeest heb gezien. Bestaan ze echt dan deze geesten en heb ik er van gebruik gemaakt?

De paddenstoelen hadden hun verhaal aan mij verteld. Het was aan mij om het verder te dragen. Blijkbaar heeft de foto die ik van deze boom en de paddenstoelen heb gemaakt wel bewezen dat ze toch echt waren op het moment dat ik de vorige keer daar was.

*JGJCVA19102024*paddenstoel in het bos tegen stam*

 

Het levenspad: Het vers van mijn vader.

Zangeres Sera dacht dat ze nachtmerrie had toen de politie zei dat haar vader was overleden: ‘Dit kan niet waar zijn’ ,,44 jaar is hij maar geworden’’, zei Sera tegen presentator Jan Smit toen deze naar hem vroeg in de NPO 1-show van zaterdagavond 05-10-2024. ,,Hij kreeg een hartstilstand vertelt ze.’’

De zangeres was toen pas 12 jaar, maar herinnert zich zijn sterfdag als de dag van gisteren. ,,De politie kwam het ons vertellen. De dag daarvoor hadden we nog gebarbecued met zijn allen en was het superleuk geweest. En opeens komt hij gewoon niet meer thuis. (…) Ik heb nooit meer kunnen zeggen hoeveel ik van hem hou, ook al wist hij dat natuurlijk wel.’’

Het voelde voor haar als een nachtmerrie. ,,Ik dacht: dit kan niet waar zijn, ik moet even wakker worden. Toen dacht ik: ik schrijf de datum op mijn schoen met een pen. En als die er morgen nog opstaat, dan is het wel waar.’’ Zodra ze de volgende ochtend wakker werd, rende ze naar haar schoen. ,,Ik draaide mijn schoen om en dacht: het is echt. Het was geen droom.’’

Toen kwam mijn herinnering ook weer bovendrijven. Ik was toen mijn vader van mij wegging ook 12 jaar en maakte dezelfde nachtmerrie mee zoals Sera de zangeres in het muziekprogramma en ik vroeg mij af toen ik het verhaal van haar op tv hoorde en dat ik toen dacht “het is voor mij hetzelfde geweest”? Hoeveel mensen hebben dit meegemaakt en ook hetzelfde beleeft? Hoeveel mensen hebben het veel zwaarder en leven in angst vanwege terreur en oorlogen her en der?

Ik ben toen dit verhaal voor mij gaan opschrijven en noemde het:

Het Levenspad: Het vers van mijn vader.

De afwezigheid van mijn vader is een constante schaduw die mij heeft gevolgd door de jaren heen. Wanneer ik terugkijk, voel ik niet alleen de leegte van hem die ik moest ontberen, maar ook alle mogelijkheden die verloren zijn gegaan op mijn toekomstige en begaanbare levenspad. Hoe zou mijn leven eruit hebben gezien als hij er altijd wel was geweest? Wat zou het voor mijn moeder, voor mij en voor hem geweest zijn als hij een centrale figuur in mijn leven was blijven spelen en door was blijven leven? Door deze vragen te verkennen, schets ik het levenspad van mijn vader en mij zoals het pad had kunnen zijn, en hoe dat mijn eigen levensweg zou hebben gemaakt, beïnvloed of veranderd?

De herinneringen aan mijn vader uit de tijd dat hij er nog was, zijn allemaal flarden van momenten gebleven, het zijn magische beelden in mijn geheugen. Er zijn momenten van warmte, van bescherming, van een stille aanwezigheid die je als soort vanzelfsprekend gebruikt. De kracht en de geborgenheid die hij naar mij uitstraalde, waren als een fundament onder mijn kindertijd, zelfs al leek het soms ook dat hij fysiek niet altijd daar was. Raar is dat steeds als ik erop terugkijk.

Toen hij nog deel uitmaakte van mijn leven, had ik iemand om naar op te kijken, iemand om mij aan te spiegelen. Hij was toch mijn gids door de chaos van de wereld waarin ik opgroeide, een figuur van wie ik instinctief wist dat hij me zou helpen navigeren naar de overkant en door het onbekende aldaar. We hebben kleine en korte gesprekken gevoerd over simpele zaken en over school daar zullen wij zeker over hebben gehad denk ik soms en op momenten als wij samen aan de waterkant onze hengels uitgooide. Het zullen vragen geweest zijn die altijd over de kleine dingen gingen die ik als kind belangrijk vond misschien, vragen over mijn toekomst? Soms leek hij zich afzijdig te houden, ook hij worstelde met zijn eigen demonen, met zijn eigen gezondheid misschien, maar de verschillende momenten waarop hij er wel was voor mij, zijn mij altijd dierbaar bijgebleven.

Zo waren er de momenten als wij samen viste in het kanaal en een mooi plekje zochten tussen de waterlissen aan de waterkant, ook het inkorven van zijn postduiven, zijn hobby, zijn duiven vlogen van de Sint-Vincent-vlucht naar huis en dan moesten terugkomen op de klep van de kooi in onze achtertuin en misschien de Paaseieren wonnen voor het volgende moment zoals met Pasen, ook die keer dat hij mij naar boven duwde langs de stalen kooiladder omhoog richting zijn kraancabine die voor mijn gevoel als kind te hoog in de lucht hing, hij was dan trots, zo ging ik ook op zondagmorgen met hem naar de Hoogmis en waar hij dan met lage stem meezong en ik mij dan schaamde voor zijn zangtalent, voor een dubbeltje met mijn vader naar zijn voetbalclubje Blauw-Geel op zondagmiddag langs de lijn aan de Udense weg bij van Zutphen, zo zullen er nog wel enkele momenten meer zijn geweest die ik mij nu niet meer goed herinner.

De relatie tussen mijn vader en mij toen hij nog in mijn leven was, kende ook zijn ups en downs. Maar het is juist die grilligheid die zijn afwezigheid op mijn 12de des te pijnlijker maakte. Hij is niet altijd een constante factor geweest, maar zelfs in zijn onvolkomenheid was hij een baken van grote stabiliteit. De momenten dat hij er was voor mij, gaven mij het gevoel dat ik er mocht zijn, dat er iemand was die bij mij emotioneel betrokken was.

Nu hij er al zo lang niet meer is al zo’n 70 jaar, voel ik zijn afwezigheid soms als een verlammende stilte. De jaren zonder hem hebben een leegte gevormd die nooit door mij volledig is gevuld. Wat had hij gezegd in al die cruciale momenten in mijn leven toen ik essentiële noodzakelijk stappen moest nemen? Wat had hij gedacht over mijn successen en mislukkingen? Zonder hem voelt het soms ook dat ik in een wereld leef waar ik zelf de antwoorden moest zoeken, zonder dat kompas dat hij voor mij toch was of had kunnen zijn en dat ik nooit heb kunnen gebruiken.

Ik betrap mezelf erop dat ik denk aan de raad die hij me misschien zou hebben gegeven. De gesprekken die we later nooit hebben gevoerd, de vaderlijke steun die ik nooit heb gevoeld, deze zijn als een ontbrekend hoofdstuk in mijn levensverhaal. In zijn ontbreken in mijn leven moet ik leren om mijn eigen vader te zijn, om de zelfverzekerde kracht en de zekerheid te geven die hij had kunnen bieden. Dit heeft me misschien sterk gemaakt, maar het heeft me ook kwetsbaar gemaakt door de diepten van een gemis dat ik nooit volledig heb kunnen plaatsen.

In de stilte van zijn afwezigheid zoek ik naar zijn stem in mij. Ik voel soms dat hij bij mij is, dat hij door mij heen spreekt, zelfs al heb ik die stem in werkelijkheid niet vaak genoeg gehoord. Het is telkens troostend maar ook pijnlijk, want zijn onzichtbaarheid betekent dat de gesprekken die ik in mijn hoofd met hem voerde, ik nooit een antwoord zal terugkrijgen.

Als mijn vader wel altijd in mijn nabijheid zou zijn geweest, zou mijn leven er gelijkwaardig anders uit hebben gezien? Ik stel me voor dat hij niet alleen een vader voor mij zou zijn geweest, maar ook een mentor, een vriend. Misschien had hij mij geholpen om de obstakels in mijn leven op een andere manier te overwinnen of op te ruimen. Zijn steun had me misschien meer zelfvertrouwen gegeven in de momenten dat ik die het meest nodig had.

Hij had me kunnen leren wat het betekent om fouten te maken en ervan te kunnen leren. Hij liet me zien dat het leven vol onverwachte wendingen zit, maar dat ik er altijd sterker uit had kunnen komen. Hij zou een gids zijn geweest in mijn keuzes, me begeleid hebben in mijn eerste stappen in de volwassenheid, en me gerustgesteld hebben in de momenten dat ik me verloren voelde.

Zijn nabijheid zou me misschien ook geholpen hebben om meer vrede te vinden met mezelf. Als ik opgroeide met zijn vaste aanwezigheid, had ik misschien meer ruimte gevoeld om fouten te maken, om risico’s te nemen, omdat ik altijd zou weten dat er iemand was die mij opving als het mis zou gaan. Het zou een leven zijn geweest met minder angst voor falen en meer durf om te dromen.

Het is een vraag die ik mezelf stel: wat als mijn vader en moeder langer samen waren gebleven? Wat zou dat voor mij hebben uitgemaakt? Het huwelijk van mijn ouders was perfect, maar in hun eigen complexe dynamiek hebben ze hun balans gevonden ook al was het maar 13 jaar. Misschien was het voor hen mogelijk om hun kleine geschillen opzij te zetten, om een ​​manier te vinden wanneer ze samen waren, niet alleen voor henzelf maar ook voor mij als voorbeeld.

Als mijn ouders samen waren gebleven, had ik een heel ander voorbeeld van een relatie gehad. Ik zou hebben gezien hoe mensen ondanks hun verschillen kunnen groeien en zich kunnen ontwikkelen, hoe ze elkaar kunnen ondersteunen in moeilijke tijden. Hun samenzijn had mij misschien een andere kijk op liefde en familie gegeven, een die minder gescheiden wordt door overlijden en hun verlies.

Hun gezamenlijke aanwezigheid zou mijn jeugd stabieler hebben gemaakt, misschien minder vol maar wel definitief. In plaats daarvan had ik één heel gezin gehad om terug te vallen, een veilige haven die mij door de stormen van het leven zou leiden.

Stel je eens voor: mijn vader en moeder die samen oud geworden waren. Hoe zou dat eruit hebben gezien? Het beeld dat in mij opkomt, is er een van rust en vrede. Ze zitten samen in hun tuin, genieten van de zonsondergang, hun handen in elkaar gevouwen als een teken van alles wat ze samen doorstaan ​​hebben. Ze hebben geleerd om de kleine ergernissen en verschillen naast zich neer te leggen en zijn tot een plek van gelijkwaardig begrip en respect geworden.

Als ze samen oud waren geworden, had ik ze zien veranderen, zien groeien in hun ouderdom. Ik had het voorrecht gehad om getuige te zijn van hun vaste reis, van hoe ze elkander steeds beter begrepen en liefhadden, maar de jaren verstreken. Hun relatie zou me hebben laten zien dat liefde niet altijd groots en meeslepen hoeft te zijn, maar dat het ook schuilt in de kleine dingen, in de stille momenten van het samen zijn.

Hun ouderdom had ook voor mij een ander perspectief op het leven gecreëerd. Het idee dat relaties niet perfect hoeven te zijn, maar dat je samen kunt groeien en ver ontwikkelen, het zou me meer inzicht hebben gegeven voor mijn eigen relatie. Hun levenspad zou mij de rust en zekerheid hebben gegeven die ik soms miste in mijn zoektocht naar mijn eigen plek in de maatschappij en de wereld.

Het idee dat ik mijn vader en moeder in hun oude dag mocht verzorgen, impliceerde me met een gevoel van spijt, maar ook van warmte. Het zou een eer geweest zijn om voor hen te zorgen, om hen te kunnen teruggeven wat zij mij in mijn jeugd hebben gegeven. Toen ik ouder werd, en in de laatste jaren hen mocht ondersteunen, kreeg ik een diepere verbinding met hun wereld.

Ik had hen kunnen helpen met de praktische zaken van het ouder worden, maar ook met de emotionele uitdagingen die daardoor gepaard gaan. Misschien hadden we in die tijd gesprekken gevoerd die we nooit eerder hebben gevoerd. Misschien had ik meer begrip gekregen voor hun keuzes, voor hun leven en hun relatie. Het zou een gelegenheid zijn geweest om oude wonden te helen, om tot verzoening te komen door het delen van hun leven.

De mogelijkheid om voor hen te zorgen zou mij ook een ander perspectief op het leven hebben gegeven. Het had me geleerd om geduldiger te zijn, om meer compassie te hebben, niet alleen voor hen maar ook voor mijzelf. Het zou een kans zijn geweest om hen als mensen te zien, met hun eigen gebreken en angsten, en niet alleen als mijn ouders.

Zeker weten, mijn levensweg zou anders zijn geweest als mijn vader een grotere rol had gespeeld, als mijn ouders samen waren blijven leven, als ik hen in hun oude dag had mogen verzorgen. Mijn keuzes, mijn zelfbeeld, mijn kijk op relaties en alles zou beïnvloed zijn door hun aanwezigheid.

Als mijn vader altijd in mijn nabijheid was geweest, zou ik misschien meer zekerheid hebben gehad in het leven. Ik had een vaderfiguur gehad om mij aan op te trekken, een mentor om mij te begeleiden in mysterieuze tijden. De afwezigheid van dat baken heeft me gedwongen om zelf sterk te zijn, om mezelf op te bouwen zonder de steun van die ene persoon die me zonder voorbehoud zou hebben begrepen.

Als mijn ouders samen waren blijven leven, zou ik misschien een stabieler fundament hebben gehad. Hun gezamenlijke aanwezigheid liet me zien dat het leven niet perfect was, maar dat er schoonheid zit in de imperfecties van relaties. Mijn kijk op liefde en familie zou milder zijn geweest, minder geplaagd door de angsten en twijfels die voortkomen uit het verlies van ouders.

Maar hoewel dit allemaal speculaties zijn, blijft één ding zeker: ondanks de afwezigheid van mijn vader en later mijn moeder, ondanks het feit dat mijn moeder alleen haar eigen weg is gegaan, heeft haar leven, in al zijn ingewikkeldheid, mij ook gevormd tot wie ik vandaag de dag ben. Misschien zou mijn levenspad anders zijn geweest, misschien had ik andere keuzes gemaakt, maar uiteindelijk heeft hun verhaal me geleerd wat het betekent om veerkrachtig te zijn, om te groeien ondanks de moeilijkheden die er zijn geweest en om altijd te blijven zoeken naar de betekenis ervan, zelfs in de afwezigheid van antwoorden.

*JGJCVA06-10-2024*levensles van mijn vader*

Een zwam uit Zwammerdam.

Ik schrijf een mooi verhaal over het leven van de hiernaast getoonde zwam die ik tegenkwam en fotografeerde in Zwammerdam.

Deze zwam in Zwammerdam, hier heel eenzaam en alleen en uitgegroeid door zijn uitgebreide sporen, zijn web geweven en nog wel geheel en wijds uitgestrekt en ondergronds.

Verbonden door gelijke draden als een web en samen als eenheid gesponnen. Onbegrijpelijk hoe dit schimmelleven ondergronds met elkaar verbonden is voor het leven van deze zwam in Zwammerdam. Deze schimmeldraden worden ook wel een mycelium genoemd.

Meeldraden ofwel mycelium genoemd zijn van essentieel belang in de bodem. Daar breken ze organisch materiaal af en stellen ze de bouwstenen weer ter beschikking aan het ecosysteem. Daarnaast werkt 92% van de plantenfamilies samen met schimmels.

De mensheid zou hier veel van kunnen leren als men de normen en waarden van deze schimmeldraden kent. Want door begrip te tonen voor alles wat leeft begrijp je ook dat dit belangrijke ondergrondse leven, dat notabene leeft uit het zicht voor mens en dier daarboven veel van ons leven bepaald.

Want in het groene hart van Nederland, diep verscholen in de rustieke velden van Zwammerdam, leeft deze kleine zwam. Het is een zwam zoals zovelen, onopvallend voor het oog van mij als haastige wandelaar. Maar in de wereld onder de aarde is het een wezen van enorm en groot belang.

De zwam groeit stil en bescheiden, zijn vruchtlichaam toont hij bovengronds en is slechts een kleiner teken van zijn complexiteit dat zich daaronder hem heeft afgespeeld. Onder het gras en tussen de wortels van de bomen strekt zich een netwerk van fijne, bijna onzichtbare draden uit. Deze draden, bekend als schimmeldraden (mycelium), zijn het ware leven van deze zwam. Deze draden vormen een web, een gemeenschap van verbindingen dat zich mijlenver heeft uitgestrekt.

Hoewel de zwam in Zwammerdam zich misschien eenzaam en hier alleen voelt, is het in werkelijkheid een onderdeel van iets veel groters en uitgebreid.

De schimmeldraden verbinden deze zwam met andere zwammen, paddenstoelen, bomen en planten. Het fenomeen leeft niet op zichzelf, maar in harmonie met alles om hem heen. Elk stukje voedingsstof dat het web van schimmeldraden uit de aarde haalt, deelt hij royaal met de wortels van de bomen, die op hun beurt weer zuurstof en suiker aan de zwam teruggeven. Er is geen concurrentie, geen strijd om te overleven er is slechts geven en nemen daar onder de grond door deze zwam uit Zwammerdam, het is een eeuwige cyclus van samenwerking en een wederzijdse afhankelijkheid.

De zwam wist dat zijn kracht niet lag in zijn eigen bestaan, maar in de verbindingen die hij maakt. Zonder dit netwerk van draden zou hij niet kunnen overleven, zou hij niet kunnen uitgroeien en de sporen kunnen voortbrengen die ooit nieuwe zwammen zullen zijn. Elke draad is een symbool van verbondenheid, een bewijs dat in de natuur alles en met elkaar verbonden is en past.

Wij mensen zien de zwam vaak over het hoofd. Wij merken hem nauwelijks op als wij over het zachte mos lopen in het bos dat door zijn draden wordt gevoed. Of als hij geniet in de schaduw van de bomen die dankzij deze zwam haar schimmeldraden zo sterk en gezond kunnen behouden. De mens kent het geheim van de zwam niet, het geheim van de kracht die schuilt in het vermogen om te binden, te delen en samen te werken.

Als alle mensen van Zwammerdam en ook daarbuiten beter zouden begrijpen hoe deze zwam leeft, dan zouden mensen heel veel kunnen leren. Ze zouden leren dat de ware kracht niet in een isolatie ligt, maar in een grotere gemeenschap.

Dat de waarde van een individu pas echt tot zijn recht komt in het delen en ontvangen van alles wat het te bieden heeft. En dat, net zoals de zwam in Zwammerdam, elke mens een deel is van het groter geheel, waarin ieders bijdrage telt en waarin harmonie de sleutel is tot overleven. Want ik zeg……

Met veel druk wordt alles vloeibaar, zonder druk wordt het los zand. Los zand gaat met de wind aan het lopen, met de wind wordt het ergens als vanzelf niemandsland. Water maakt het zand weer vloeibaar, vloeibaar zand gaat niet vanzelf stoppen. Stoppen zal uiteindelijk lukken door het nodige overleg en als alles wat vloeibaar is gaat stoppen door dat gezamenlijk overleg, zal er meer saamhorigheid gaan stromen en niets staat ons dan meer in de weg. Dat mensen eens zullen luisteren en met respect met elkaar zullen omgaan, ieders leven waarderen en dat wij blijven Geloven in een mooiere toekomst, dat wij blijven Hopen op iets moois en dat de Liefde en het respect het allergrootste goed is dat wij aan elkaar kunnen schenken. Doe steeds een beetje water bij de wijn en laat de wijn dan alsnog goed smaken. Samenwerken met elkaar doe je met respect en geduld. Geven en nemen is mijn norm en wie veel begrijpt zwijgt op het juiste moment.

Dat is de weg naar een betere toekomst.

Doe net als deze zwam in Zwammerdam, daar staat hij dan, net boven de grond en in het mos, eenzaam en stil, maar in zijn eenzaamheid zit een diepe wijsheid. Een wijsheid die de mensheid zou kunnen omarmen, als ze maar bereid zijn te luisteren en te leren van dit eenvoudige, nederig wezen met zijn uitgebreide netwerk van schimmeldraden daar onder de grond. *JGJCVA23082024*dezwamuitZwammerdam*

De eenzame Lisdodde.

Ik schrijf een mooi verhaal over de eenzame Lisdodde die wacht op het moment dat zij haar bruine pluim met zaden gaat verliezen en ervoor zorgt dat haar leven verder gaat. De lisdodde staat stil en heel alleen toen ik haar vanmorgen onder mijn ochtendwandeling bemerkte en ik dacht, daar staat zij dan tussen alle andere waterplanten en ik maakte deze foto daar tussen en door het wuivende riet. Wat zal er volgend jaar zijn als zij hier weer opnieuw gaat groeien en staat in het moeras en tussen het riet? Zal ik haar dan op deze plek weer opnieuw bemerken als ik langsga?

In een uitgestrekt moeras, omgeven door een symfonie van geluid door het wuivend riet en kabbelende water en op de achtergrond het geluid van een wilde eend, staat een eenzame lisdodde. Haar naam is Lise en hoewel zij slechts één plant was daar tussen talloze anderen waterplanten, voelde zij zich toch heel anders zo heel alleen en hier op deze plek.

Terwijl de andere waterplanten onbezorgd meedeinden op het ritme van de wind en de seizoenen, staat Lise stil en bedachtzaam. Zij was zich bewust van de wereld om haar heen en op een manier die anderen niet leken te begrijpen. Elk briesje, elke voorbijglijdende mooie libel, elk glinsterend en veranderend wateroppervlak vertelde haar iets over het leven dat zij hier zo intens staat te observeren tussendoor haar blad.

Het was een koele herfstdag toen Lise bemerkte dat haar bruine pluim, die majestueus en trots een meter boven het water uitstak. Dan begint ook haar blad te ritselen en gaat meedeinen in de wind. Het is een zacht en subtiel geluid ook passend in deze moerassymfonie, een geluid dat nauwelijks hoorbaar is tussen het fluisteren van het riet, maar voor Lise was het een mooi signaal. Het was het begin van haar verandering, een transformatie die elk jaar plaatsvind maar toch altijd nieuw en ook belangrijk was.

Lise had het afgelopen jaar veel nagedacht terwijl zij stond zo heel alleen. Zij had haar wortels verspreid en diep in de modderige bodem van het moeras geplant, haar stengel stevig en sterk zien opgroeien, en haar bruine pluim langzaam zien ontwikkelen tot een volle, donzige bruine kop vol mooie beloften. Het is een proces dat zij al vele keren heeft doorlopen, maar dit jaar was het toch apart en anders. Dit jaar voelt zij een zwaarte in haar hart, een melancholie die zij niet kon plaatsen. Misschien was het de eenzaamheid, het gevoel dat zij ondanks al haar schoonheid en haar rol in de natuur hier in het moeras, toch maar heel alleen was?

Zij kijkt om haar heen, naar de andere waterplanten die in de wind vrolijk staan te dansen. Ze lijken zorgeloos, onbewust van de cycli van het leven die hen omringen. Ze laten zich meevoeren door de seizoenen zonder veel aandacht te besteden aan andere details. Maar Lise zag het allemaal vanuit de hoogte gebeuren. Zij zag ook hoe de zonsondergang steeds vroeger kwam, hoe de kleuren van het moeras langzaam aan het veranderen waren en van levendig groen naar de warme tinten van de herfst zijn gegaan. Zij voelt hoe de lucht kouder wordt, hoe de dagen korter worden, en zij wist dat het moment voor haar heel nabij was.

Met elke dag die voorbijgaat, wordt haar bruine pluim iets losser, steeds iets zachter en niet meer zo vast. De zaden, die zo lang veilig en beschermd hadden opgesloten gezeten binnen in die bruine pluim, beginnen zich langzaam los te weken. Lise wist dat het haar rol is om deze zaden vrij te laten, om ervoor te zorgen dat het leven veel verder gaat, maar de gedachte alleen hieraan vulde haar met een diep verdriet. Wat zal er gebeuren als zij deze zaden loslaat? Wat zal er volgend jaar zijn, als zij hier opnieuw omhoogschiet uit het moeras? Zal zij nog steeds alleen zijn? Zal zij nog steeds hetzelfde gevoel van deze eenzaamheid ervaren?

De dagen gaan voorbij en de wereld om haar heen bereidde zich voor op de lange winter. De andere planten beginnen hun energie terug te trekken in hun wortels onder de grond klaar om de koude maanden te trotseren en te kunnen blijven doorstaan. Lise voelde dat ook haar tijd bijna gekomen was. Zij dacht terug aan het voorjaar, toen zij ook nog jong en vol hoop was. Toen zij nog geloofde dat het leven iets prachtigs en iets groots was, vol mogelijkheden en een wonder. Maar nu, aan het einde van het seizoen, voelt zij zich leger en leger, moe van het vele observeren naar de vreselijke wereld om haar heen, moe van het wachten op wat komen gaat en dat zij misschien wordt weggemaaid? Misschien door de verandering van het moeras haar wortels worden losgewrikt?

Op een koude, heldere ochtend voelt Lise dat het moment eindelijk was aangebroken. Een stevige windvlaag trekt door het moeras, en met een zacht en ritselend geluid beginnen de zaden los te komen uit haar pluim. Ze worden opgepakt door de wind en meegedreven naar verre oorden, daar waar ze misschien zullen wortelen en groeien tot een nieuwe mooie Lisdodde in de volgende sloot of een moeras? Lise voelt een golf van gemengde emoties. Er is trots, ja, want zij heeft haar rol vervuld, zij heeft gezorgd voor de toekomst. Maar er was ook verdriet, want met het loslaten van haar zaden laat zij ook een deel van haarzelf los. Een deel dat nooit meer terug zal keren.

De wind gaat liggen en de wereld wordt stil. Lise staat daar, kaal en bloot, zonder de majestueuze bruine pluim op het einde van haar stengel die haar het afgelopen jaar heeft opgesierd. Zij voelt zich klein, kwetsbaar, de eenzaamheid die zij altijd heeft gevoeld, lijkt nu zwaarder dan ooit. De andere planten hebben hun cyclus voltooid en zijn nu ook stil, wachtend op de winter. Lise wist dat zij moet rusten, dat zij haar energie in haar wortel moet bewaren voor het volgende jaar, maar het is moeilijk voor haar om te rusten door zoveel vragen in haar hoofd.

Wat zal er volgend jaar weer zijn? Zal zij weer op dezelfde plek hier staan en tussen het riet en in het water, wachtend op de volgende lente? Zal zij nog steeds alleen zijn, terwijl de rest van de wereld gewoon doorgaat met het leven? Of zal er iets veranderen, iets dat haar eenzaamheid zal wegnemen? Zullen alle zware geluiden in de wereld verstommen tot een samenkomst van mooie symfonieën?

De winter komt snel, en met elke dag die voorbijgaat, trekt Lise zich steeds verder terug in haarzelf. Zij voelt de kou diep in haar stengel, in haar wortels, maar zij voelt ook een soort rust die zij niet eerder heeft gekend. Misschien was het de wetenschap dat zij haar rol nu heeft vervuld, dat zij heeft bijgedragen aan de cyclus van het leven. Misschien was het de hoop dat haar zaden, waar ze ook terecht zullen komen, zullen groeien en bloeien, een stukje van haar steeds opnieuw zullen presenteren.

De dagen worden korter en de nachten langer. Het moeras is bedekt met een dun laagje ijs, en de wereld lijkt stil te staan. Maar diep in de modder, in de wortels van Lise, hier is nog een klein beetje leven dat altijd blijft voortbestaan. Het is een sprankje hoop, een herinnering aan wat geweest is, en een belofte voor wat nog komen gaat.

De lente komt traag dit jaar. De sneeuw smelt langzaam en het ijs op het moeras en in de sloot begint te breken. De zon wordt warmer en de lucht vult zich opnieuw met het geluid van vogels en insecten. Zo ziet mijn Lise eruit in mei dit jaar en laat haar onopgemaakte zadenbed zien van deze overblijvende en beschreven Lise in dit verhaal. Zo staat ze daar nu nadat haar zaden de wijde wereld in zijn gevlogen op zoek naar een groeiplek voor dit nieuwe seizoen. Hopelijk vinden de zaden een sloot of moeras met nog voldoende water voor de nieuwe groei. Naast haar overblijfsel nu in mei staan alweer de groene stengels die uit haar wortel omhoog zijn geschoten en van waaruit de nieuwe Lise omhoog zal schieten. Zo zullen haar levenszaden ook op verschillende andere plaatsen uitgroeien tot een nieuwe natuur. De symfonie van het leven wordt verder gevuld en luider met het aangroeiende en voorbijkomende leven. En hier, op deze zelfde plek waar zij ook het vorige jaar heeft gestaan, begint een nieuwe Lise opnieuw te groeien. Haar wortels schieten dieper en dieper in de modder van het moeras en sloot, haar stengel wordt weer sterk en recht, en langzaam maar zeker ontwikkeld zich een nieuwe bruine pluim aan de top van haar lange stengel omgeven door het ritselende blad.

De symfonie van het leven wordt verder gevuld en luider met het aangroeiende en bijkomende leven. En daar, op diezelfde plek waar zij ook het vorige jaar heeft gestaan, begint Lise opnieuw te groeien. Haar wortels schieten dieper en dieper in de modder van het moeras, haar stengel wordt weer sterk en recht, en langzaam maar zeker ontwikkeld zich een nieuwe bruine pluim aan de top van haar lange stengel omgeven door het ritselende blad.

Het was weer een nieuw begin, zoals het altijd is geweest. Maar dit keer voelde het heel anders. Lise voelde zich nog sterker, zelfverzekerder. Zij wist dat zij niet alleen was, dat zij deel uitmaakte van iets groters, iets dat verder gaat dan haar eigen bestaan. Zij is slechts één plant, ja, maar zij is ook een belangrijk onderdeel van dit moeras, van het leven dat daar heerste.

En terwijl de zomer vordert en haar bruine pluim weer vol en majestueus wordt, voelt Lise een gevoel van vrede dat zij nog nooit eerder heeft gekend. Zij wist dat de tijd zal komen dat zij haar zaden opnieuw zal loslaten, maar zij wist ook dat het goed is. Het leven gaat verder, en zij is een deel van dit leven.

Als de herfst opnieuw zijn intrede doet en de wereld om haar heen weer verandert, staat Lise stil en kijkt om haar heen. Zij ziet de andere planten, de dieren die in het moeras leven, en zij voelt zich niet langer alleen. Zij was hier, op deze zelfde plek, en dat was genoeg. Wat er volgend jaar weer zal zijn, wist zij niet, maar dat maakte niet uit. Zij is hier nu, zij leeft, en zij draagt bij aan het wonder van het leven.

En terwijl de wind weer opnieuw begint te ritselen door haar blad, voelt Lise een glimlach in haar hart. Het is tijd om los te laten, om de zaden opnieuw te laten vliegen uit haar bruine pluim, en zij doet het met een gevoel van vreugde. Want zij weet ook dat dit het leven is, en dat zij, op haar eigen manier, altijd een deel van dit leven zal blijven. *JGJCVA23082024* deeenzameLisdodde*

“Jeugdige jaren in mijn zilveren tijd”

Ik laat de tijd maar even aan mij voorbijkomen als iets wat wij allemaal ondergaan en niemand wordt uitgezonderd en waar deze spiegel als een loop door de tijd voor iedereen anders wordt ingevuld. Jou meegekregen genen bepalen een groot gedeelte van het ouder worden en de tijd leert hoe er dan mee om te gaan.

In een wereld waar de tijd ongenadig voortschrijdt en mijn rimpels de kaart van het leven lijken te markeren, doemt de vraag op: wat doe ik met mijn ouderdom als ik mij niet oud voel? Hoe ga ik dan om met mijn leeftijd als een bejaard iemand die er nog jeugdig uitziet? Ik kan het zelf haast niet geloven als ik soms het verschil in uiterlijk zie als ik kijk naar de persoon van om de hoek. Is het dan dit gevoel ook dat invloed heeft op mijn gezondheid? Laten we dan deze vraagstukken ontrafelen in een verhaal, een reis door de loop van de tijd die ons uiteindelijk allemaal samen verbindt.

Ouderdom, is een begrip dat vaak wordt geassocieerd met grijze haren en stramme ledematen, het blijkt in de moderne samenleving steeds meer een relatief begrip te worden. In een tijdperk waarin gezondheid en levensstijl centraal staan, vervaagt de grens tussen oud en jong. Ik ontdekte nieuwe manieren om met deze jaren om te gaan en beweer zelfs dat leeftijd slechts een getal is.

Het begint met het bewustzijn van mijn eigen ouder worden. Het moment waarop ik besef dat de kaarsjes op mijn verjaardagstaart steeds moeilijker te tellen zijn, maar dat mijn geest nog springlevend voelt. Voor sommigen is het een ontdekking, terwijl anderen zich verzetten tegen de onontkoombare mars van de tijd. Maar hoe ik mij ook voel, het is de kunst om het leven te omarmen en te accepteren. Probeer veel van je zelf te houden en je eigen ik hierin lief te hebben.

Een cruciale factor in het omarmen van mijn ouderdom is het behouden van het jeugdige gevoel. Het is niet alleen een kwestie van uiterlijk; het draait om de geestelijke veerkracht en de wil om te blijven leren en groeien. Want wie ben ik met een jeugdige uitstraling als de geest verstart in oude gewoonten en starheid?

Sommige mensen lijken gezegend met het geheim van de eeuwige jeugd. Ze kunnen de jaren trotseren zonder dat het afbreuk doet aan hun vitaliteit. Het is alsof ze een overeenkomst hebben gesloten met de tijd, een geheime overeenkomst die hen beschermt tegen de rimpels en de grijze haren die als van zilver beginnen te lijken. Maar is het slechts genetica, of speelt levensstijl hierin een doorslaggevende rol?

Levensstijl, het alomvattende woord dat de keuzes en gewoonten van mij als individu omvat. Wat ik eet, hoeveel ik beweeg en hoeveel stappen zet ik vandaag? Hoe ik omga met stress, het zijn allemaal bouwstenen van mijn welzijn. Ik Kijk naar de toekomst en stel mij in op mijn verlangens en wensen. In het bijzonder beïnvloeden deze volgende factoren hoe ik ouder word. Ik probeer een gebalanceerd eetpatroon te volgen, regelmatige lichaamsbeweging en mentale veerkracht lijken de sleutel tot mijn jeugdige ouderdom te zijn.

Maar wat als mijn jaren voorbijgaan en ik nog steeds het gevoel heb dat de tijd geen vat op mij heeft? Wat als ik, ondanks mijn zilveren haren, nog steeds de wereld met verwondering en nieuwsgierigheid tegemoet treedt? Het lijkt erop dat mijn gevoel van jeugdigheid een krachtige bondgenoot is in het spel van mijn ouder worden.

Het besef dat mijn jeugdigheid niet enkel afhangt van uiterlijke kenmerken, maar ook van innerlijke beleving, opent dat de deur naar nieuwe perspectieven. Het is de erkenning dat mijn leeftijd niet alleen een fysieke realiteit heeft, maar ook een mentale gesteldheid. Het is de kunst om, ongeacht het aantal kaarsjes op mijn taart, de vlam van enthousiasme en de levenslust in mij en samen met mijn partner brandend te houden.

In een wereld waarin de vergrijzing toeneemt, is het van essentieel belang om het concept van mijn ouderdom te herdefiniëren. Het is niet langer voldoende om te kijken naar mijn eigen grijze haren en mijn gerimpelde en slappe huid als de enige indicatoren van ouder worden, het draait om het erkennen van de waarde van elke levensfase en het benutten van de potentie die inherent is aan mijn zilveren jaren.

Een interessante paradox (Een voorbeeld van een paradox is: ‘Kalm aan, en rap een beetje!’. Op het eerste gezicht lijkt deze zin niet logisch omdat ‘kalm’ en ‘rap’ een tegenovergestelde betekenis hebben. Wanneer je iets langer nadenkt en de zin nogmaals leest, dan staat er eigenlijk dat iemand snel rustig moet worden) doet zich voor wanneer ik ontdek dat het gevoel van mijn jeugdigheid niet alleen van invloed is op mijn mentale welzijn, maar ook op mijn fysieke gezondheid. Er zijn talrijke studies die aantonen dat een positieve manier van denken en een jeugdige kijk op het leven daadwerkelijk het verouderingsproces kunnen vertragen.

De invloed van emoties en gedachten op mijn lichaam worden steeds duidelijker in de medische wereld. Stress, angst en negatieve overtuigingen worden geassocieerd met een versneld verouderingsproces en een verminderde levensduur. Aan de andere kant kunnen optimisme, veerkracht en een gevoel van levensdoel bijdragen aan een gezonder en langer leven.

De wetenschap van de positieve psychologie onthult de kracht van positief denken en het cultiveren van een levenslustige houding. Het blijkt dat mijn brein, het meesterlijke orgaan dat de regie voert over mijn lichaam, buitengewoon gevoelig is voor de signalen die ik stuur. Mijn jeugdige geest kan daadwerkelijk de fysieke veroudering vertragen en bijdragen aan een langer en gezonder leven.

In het licht van deze bevindingen rijst bij mij de vraag op: kan ik de klok van de tijd beïnvloeden door simpelweg mijn perspectieven te veranderen? Is het mogelijk om mijn ouderdom te benaderen als een nieuwe fase van groei en mogelijkheden in plaats van een aflopende lijn naar fysieke achteruitgang?

Het lijkt erop dat ik, te midden van de snelle veranderingen en vooruitgang in de medische wereld, de kracht van de geest en emoties niet mag onderschatten. Het is een uitnodiging om bewust om te gaan met mijn gevoel van leeftijd en de impact ervan op mijn gezondheid te erkennen. Mijn zilveren jaren hoeven niet louter te bestaan uit beperkingen; ze kunnen evengoed gekenmerkt worden door vrijheid, wijsheid en levensvreugde.

In mijn zoektocht naar een jeugdige ouderdom is het belangrijk om de balans te vinden tussen zelfzorg en acceptatie. Het gaat niet alleen om het najagen van eeuwige jeugd, maar ook om het omarmen van de unieke schoonheid van elke levensfase. Ouder worden is geen teken van zwakte, maar een symbool van doorleefde ervaring en innerlijke groei.

In dit verhaal heb ik met u gereisd door de loop van de tijd, waarin de betekenis van ouderdom wordt ontleed en geherdefinieerd. Het is een uitnodiging om bewust te worden van mijn gevoel van jeugdigheid, omarmend wat de zilveren jaren te bieden hebben. *JGJCVA17022024*dejeudigeouderdom*

“Het Zomerse Genot”

In het hart van de zomer, wanneer de zon hoog aan de hemel staat en de zon haar stralen als gouden draden doet weven door de bladeren van de bomen, ontvouwt zich een schouwspel van warmte en genot. Deze warmte, die als een zachte omhelzing van Moeder Natuur ieder levend wezen streelt tot op zekere hoogte. Het is een moment van samensmelting van deze natuur, waarin de zomerse zon zijn weldaad verspreidt over de aarde.

Voor de mens en het dierenrijk is deze warmte een bron van vreugde en noodzaak, een verwelkoming van de seizoensgebonden overvloed die de natuur te bieden heeft. Zodra de eerste zonnestralen de koele lenteochtenden verjagen, ontwaakt er een nieuwe energie in het land. Onze kleding wordt lichter, de lichamen strekken zich uit in de zon en wij lijken even tot rust te komen in de warme omhelzing van de zomer en dat doet ons goed.

Dieren dartelen in wei en bos, genietend van de zonnige dagen die hen uitnodigen tot spel en avontuur. De warmte van de zomerse zonnestralen dringt diep door in hun vacht en verkwikt hun lichamen. Een kat ligt tevreden op een vensterbank te spinnen, gevangen in een zonnestraal en terwijl een hond zich koestert in de warmte van dat zomerse moment. Zelfs de kleinste insecten lijken te dansen op de thermiek van opstijgende lucht, hun vleugels trillen van opwinding.

In de wereld van planten en bomen is de zomer een tijd van overvloedige groei en weelderigheid. Het zonlicht wordt opgevangen door de bladeren, die als groene kunstwerken de energie van de zon omzetten in hun leven. Bloemen openen hun knop als eerbetoon aan de zon, terwijl vruchten rijpen onder haar warme zomerse blik. De zomer is het seizoen waarin de natuur haar volledige pracht tentoonspreidt, het is een symfonie van kleuren en geuren die de zintuigen laat betoveren.

Voor de mensheid is de zomer meer dan alleen een seizoen; het is een ervaring van vreugde en ontspanning. Warme dagen nodigen uit tot activiteiten, of het nu gaat om een picknick in het park, luieren aan het strand of wandelen in de bergen. Het geluid van lachende kinderen vermengt zich met het getjirp van krekels en mus, terwijl volwassenen genieten van de warme avonden op het terras of in de tuin. Samen gezellig bij elkaar. De zomer brengt een gevoel van gemeenschap en verbinding met zich mee, een gedeelde waardering voor de weldaad van de zomerse warmte.

Toch moeten we niet vergeten dat, zelfs in deze idyllische warmte, er grenzen zijn aan het genot van een zomer. Terwijl de zon zijn stralen gul deelt, kan de hitte soms intens worden en zelfs overweldigend zijn. Het is belangrijk te beseffen dat wat een zacht genot was, kan omslaan in een uitdaging bij extreme temperaturen. Het begrip van deze grenzen is een vorm van wijsheid die voortkomt uit respect voor de natuur en het begrijpen van onze eigen kwetsbaarheid daarin.

In landen waar de zomerse hitte genadeloos kan toeslaan, leren mensen door ervaring de kunst van het koelen. Schaduwrijke plekken worden opgezocht, verfrissend water wordt ingeschonken, en siësta’s worden gehouden om de intensiteit van de middagzon te vermijden. Deze praktijken getuigen van de wijsheid om in harmonie te leven met de natuur, om niet alleen van haar gaven te genieten, maar ook om te weten hoe deze op een verstandige manier zijn te omarmen.

Bovendien herinnert de zomerse hitte ons eraan dat het behoud van onze omgeving van vitaal belang is. De opwarming van de aarde heeft invloed op de intensiteit en duur van de zomerse warmte, waardoor het een urgent vraagstuk wordt om te adresseren. Het is een oproep tot wijsheid om bewustzijn te creëren over klimaatverandering en de noodzaak om duurzame keuzes te maken die de delicate balans van onze planeet moeten respecteren.

In conclusie is de warmte van de zomer een geschenk dat door de eeuwen heen generaties heeft verenigd in vreugde en in gemeenschap. Het is een bron van genot voor ieder levend wezen, van mens tot dier, van plant tot insect. Maar te midden van dit genot schuilt ook de noodzaak van wijsheid, om de grenzen van de warmte te begrijpen en te erkennen, en om zorg te dragen voor de aarde die ons dit seizoensgebonden geschenk schenkt. Laten we koesteren wat de zomer ons biedt, met respect en dankbaarheid voor de warmte die ons verbindt met de essentie van het leven.

*JGJCVA20012024*hetzomersegenot*

“En het was zo heel gewoon”

Het was een tijd die we ons nog nauwelijks meer kunnen voorstellen, een tijd waarin het leven van mijn jeugd een totaal andere dimensie had dan vandaag de dag. Het waren de jaren 1943-1955, een periode die gekenmerkt werd door eenvoud, vrijheid en een onbezorgde levensstijl. Voor mij als kind van die tijd was het allemaal zo heel gewoon, maar voor de kinderen die nu leven in een tijd van X, technologische vooruitgang en overbescherming, lijkt het bijna als een verhaal uit een andere wereld.

Mijn avonturen begonnen vaak al zodra ik mijn voeten buiten de deur zette. Auto’s reden nog niet zo hard en nog steeds midden op de weg. Witte strepen waren bij ons in het dorp nog niet uitgevonden en stoplichten kwamen nog maar sporadisch voor in de grote stad. Veiligheid was een begrip dat een andere betekenis had. Ik klom op de mestkar en op een melkwagen, op de boerenkar met zakken meel zojuist beladen op de Boerenbond bij ons tegenover en dat deed ik allemaal zonder ook maar een seconde na te denken over het gemis van veiligheidsstoeltjes, gordels of een airbag.

Mijn speelgoed en trapauto was geschilderd met verf vol lood en cadmium, maar daar maakten ik mij niet zo druk om. Ik dronk melk elke dag en rechtstreeks van de koe en eieren at ik met Pasen zonder te weten wat PFAS was. Ik zwom zonder het te willen in het kanaal tussen de ijsschotsen door, gekleed in mijn te wijde broek en jas, zonder ook maar een spoor van angst getoond te hebben, zelfs niet bij 3 keer kopje onder, ook niet als de drek en de dode vissen langs mij heen dreven. Mijn toekomstige schoonvader, wist ik toen ook niet, kwam vanuit zijn café en rijkte mij een biljartkeu aan. Hieraan hijs ik mij uit alle kracht omhoog naar straatniveau. Daarna nat achterop die stalen fietspakkendrager gezet met een paardendeken omgeslagen. Dat was voor de kou vanonder uit het ijs en weer thuis afgezet. Direct in het bed van mijn pa en ma gestopt. Na mijn kopje onder van onder het ijs met veel smerigheid dat ik wel had ingeslikt. En dit gebeurde ook allemaal in die tijd en mijn genoemde jonge jaren.

De hooizolder van de overburen was ook mijn speeltuin, en waar nog geen hekje om het zolderluikgat zat en waar het avontuur lonkte maar als ik te ver ging kukelde ik daardoor omlaag. Het was ook nog de tijd dat de dorsvlegel werd gebruikt door de boeren om het koren te scheiden van de afgemaaide korenhalmen. Ik sloeg er op los als ik het ook mocht proberen en als ik niet uitkeek kreeg ik de vlegel zelf in mijn nek i.p.v. het koren te raken en dat deed behoorlijk pijn, kan ik mij nog herinneren. Flessen met gevaarlijke stoffen waren nog niet aan de orde en de enige pot die ik kenden was die met uierzalf gevuld en die gebruikt werd voor de ontstoken tepels van de koeien. Zalf die ik dan ook zonder aarzelen gebruikten voor mijn eigen kwaaltjes zoals schrale handen of een geïrriteerde huid.

Op de fiets zaten we achterop, onze billen rustend op de bagagedrager van staal en de spijlen tekende zich dan af op je blote billen als je er van afsprong. Ik klampten mij dan vast aan de schroefveren van onder het zadel onder de bibs van de bestuurder. Water uit een fles was een luxe die ik toen ook nog niet kon voorstellen. Ik dronk uit de waterpomp, waarvan de leidingen nog van lood waren en waar soms zelfs een kikker in ronddwaalde.

Een pakje met kauwgom was een schat die ik koesterde, en als ik geluk had, kreeg ik een cent mee om onderweg een dropje te kopen. Op school zat ik op een houten bank, soms nog met gevaarlijke kleppen eraan, en als anderen links probeerde te schrijven, dan kon diegene een tik op de vingers verwachten. Ik schreef nog met een kroontjespen op school hiervoor was in mijn schoolbank een inktpotje met schuifje bevestigd waarin ik mijn kroontjespen dan doopte. Mijn rechterwijsvinger die de kroontjespen omsloot was altijd blauw of zwart van de inkt. Te diep had de kroontjespen dan in het glaasje gekeken. Het leesplankje was in mijn eerste klas nog steeds in gebruik.

Mijn schoenen, fietsen en schaatsen waren vaak al ingedragen en gebruikt door die ander, maar dat deerde mij niet. Mijn eerste fiets was van samengestelde onderdelen en opgesmukt met een bel met een Mickey Mouseplaatje en ook nog voorzien van blokken op de trappers voor een hele lange periode. Ik was gewend aan delen en aanpassen. En hoewel ik ’s ochtends vroeg van huis vertrok met een stapeltje boterhammen onder mijn arm en verpakt in de krant van de dag van gisteren en ik pas weer smiddags thuiskwam om te eten, was er geen mobieltje voorhanden geweest om mij te traceren. Niemand wist waar ik was, ik was veilig dacht men, ik was toch op school, of ik was altijd samen toch met vrienden.

Het boerenland was mijn speeltuin, ik had geen verboden terrein weid en zijd. De spoordijk achter ons huis in het boerenland waarover een goederentrein toen nog reed, daar werd vaak als het riet langs de dijk was uitgegroeid en dor werd door mij dan aangestoken als een kwajongensstreek. Ik deed dat zonder bij na te denken en het was geen kwade gedachten, maar ik deed het omdat ik het spannend vond denk ik. Als het vuur niet meer was te doven door mij dan liep ik gauw weg om niet door oom agent te worden ingerekend als men de brand ontdekte.

In de brandkuil die aan het pad grensde en langs de karresporen was gegraven op een plek die ook hier voor de spoordijk lag en bedoeld was om een brand te bestrijden omdat hier altijd water in stond als buffer voor de brandweer voor een eventuele brand van een achteraf in het gebied gelegen boerderij, daar zwommen ook stekelbaarsjes in rond. Deze visjes werden door mij gevangen met een provisorisch gefabriceerde hengel door middel van een stok en wat naaigaren uit de naaidoos van mijn moeder en de draad werd dan aan de stok op de top vastgeknoopt. Onderaan de draad knoopte ik dan een stukje worm. Hierin waren de kleine visjes smakelijk geïnteresseerd en voor mij was het spannend om ze te vangen.

Ook moest ik in datzelfde boerengebied vaak van mijn vader graszoden steken langs de slootkant of langs karrensporen. Dit was voor de kippen in onze kippenren. Onze kippen konden smakelijk in deze graszoden pikken en krabben en zoeken naar wormen en dat kwam onze eieren gelegd door onze kippen ten goede. Ik vond de eieren vroeger lekkerder uit onze eigen kippenren toen, de eieren van tegenwoordig uit de supermarkt smaken anders omdat de opgehokte kippen ander voer krijgen.

Mijn maaltijden waren eenvoudig maar wel voedzaam. Brood met schrale boter, pannenkoeken met spek, en toch werden we niet dik. Ik deelde dezelfde fles met mijn vrienden, zonder angst voor ziektes. En als ik mij gesneden had of ik had een verstuiking, dan was dat gewoon een deel van mijn leven. Niemand sleepte elkaar voor de rechter, ik accepteerden dat ongelukken gebeurden en dat er soms ook consequenties aan verbonden waren.

Speelgoed was een luxe die mijn ouders niet konden veroorloven, dus maakten zij het zelf. Met een stok sloeg ik naar en tegen ballen. Die bal maakte ik door krantenpapier te kneden tot een bal en dan omwikkelde met reepjes elastiek en kruislings over elkaar aan te brengen. Ik had deze elastiekreepjes van 1 cm breed geknipt van een oude fietsbinnenband. Knikkers maakten we van klei of verdienden we glazen knikkers door ze te winnen van een ander. Op school zaten ook minderbegaafde kinderen, en niemand maakte daar een punt van. We hielpen elkaar en accepteerden elkaar zoals we waren.

Mijn ouders waren streng maar rechtvaardig. Een draai om mijn oren was een effectieve manier om mij bij te sturen, en ik wist dat mijn daden consequenties hadden. Ik was verantwoordelijk voor mijn acties, en daar leerden ik mee om te gaan. Wij als jeugd vochten weleens onder elkaar en sloegen elkaar soms bont en blauw, en altijd zonder een volwassenen die zich er druk over maakten.

Een doosje met meikevers werd mee naar school genomen en eieren werden uit vogelnesten gehaald om te koken in een oud stroopblik. Ik schraapte de kopjes van lucifers af op de rand van een oude of gebruikte open huissleutel en met een spijker er in aan een touwtje sloeg ik deze af tegen de muur. Dat knalde dan behoorlijk en dat vond ik leuk. Ik maakte een proppenschieter van vlierhout en tak uit de natuur met proppen als munitie en daar gebruikte ik elzenproppen voor die aan takken van de Elzestruik groeide in het voorjaar. Ik raapte weggeworpen sigarettenpeuken van een ander op en stelde deze weer samen als was het een hele en stiekem rookte ik die tot ik flink misselijk werd.

Ik klusje op zaterdag bij als hulp bij de groenteboer en de bakker. Allemaal om mij bezig te houden in een tijd zonder een behoorlijke radio om naar te luisteren, de tv of smartphone was nog niet in beeld. Ik had een klappertjespistool en aan de zijkant van dat klappertjespistool deed ik een rolletje klappertjes om het asje heen, dit rolletje klappertjes was te koop in elke speelgoedzaak als speelgoedonderdeel, ik schoof het klepje dan dicht van het pistool en knallen maar. Nu toch even ondenkbaar dat je met dit klapperpistooltje nog op straat rondloopt. Je zou nu omsingeld worden door een legertje agenten met een getrokken wapen en een taser in de aanslag. Zo kan de tijd en de wereld snel veranderen.

Wij gingen lopend naar school, ook in de winter, zonder te klagen. Mijn ouders stonden achter de politie, en mijn daden hadden consequenties. Er was geen ontsnappen aan verantwoordelijkheid. Mijn ouders zette op zaterdagmiddag de stalen gegalvaniseerde badkuip van twee meter in de keuken en vulde deze met warm water en zeep en daar gingen we dan in, een voor een of met twee tegelijk.

Dat waren pas tijden van vrijheid, van leren omgaan met elkaar en met mislukkingen en successen leren leven, van verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van mijn keuzes. De jeugd van mijn generatie heeft mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief zijn en die risico’s durven te nemen. Het was een tijd waarin het leven ‘heel gewoon‘ was, maar de herinneringen zijn allesbehalve gewoon voor die ander nu. Het is wel zo dat het verleden het heden gekleurd heeft*JGJCVA03022024*zoalshetvroegerwas*

“Rumoerig Europa”

Rumoerig Europa, een continent doordrenkt van uitdagingen en problemen, en of je nu kijkt naar Nederland, België, Duitsland of ook naar Frankrijk, zelfs in Griekenland kijken de boeren met een schuin oog mee. Overal zijn er problemen met de openbare orde. Waarom toch vraag ik mij dan af, is praten met elkaar dan een onmogelijke zaak gebleken? Maar kijk naar Duitsland en de Bondsdag en zie hoe dit land een crisis van ja welste ondergaat met zijn tegenpartij AFD. Een politieke partij die dwarsligt en is opgericht sinds 2013 en tegen alles van de regering van Bundeskanzler Schols ingaat en hoe het land met deze politiek van de AFD steeds vaker elkaar proberen te beschadigen. Het is te gek voor woorden. Burgers in Duitsland gaan verdorie al weken massaal de straat op en elk weekend opnieuw met vele duizenden tegelijk en zij protesteren tegen de politiek van deze AFD. Het gekke van dit alles is, men ziet schijnbaar niet hoe de bevolking massaal spreekt door steeds opnieuw te gaan demonstreren en te reageren over deze partij in de bondsdag en daarbuiten.

Steeds vaker hoor je dat de regels die door regeringen en Brussel worden opgesteld, niet langer worden getolereerd. Er zijn steeds meer regeltjes zegt men en het zijn er erg veel. Of je nu kijkt naar het grote Europa, waar regeringsleiders bijeenkomen nu in Brussel om te praten over de financiën die men wil uitgeven aan Oekraïne om de oorlog die er woedt tussen Oekraïne en Rusland te beëindigen, er komt altijd een angel die zich vastzet in iemands onderlip. Altijd is er wel iets anders te melden waardoor de oorspronkelijke doelstellingen van Brussel onderuit worden gehaald. Nu zijn het de boeren die elkaar steunen in het gehele Europa en wegen blokkeren, dan weer is het ‘t treinverkeer dat aan de beurt is in Duitsland, ook de milieuorganisaties laten regelmatig van zich horen door op de A12 te gaan zitten en toegangswegen te blokkeren, dan het weer met sneeuw en ijzel wat parten speelt en reizigers in de kou laat staan.

Zo zijn er steeds andere verschillen van mening en worden de meningen alleen maar uitgebreider, groter, meer en meer en heftiger voor het lamplicht gebracht. Ga er maar aanstaan als regering en probeer het iedereen maar naar zijn zin te maken, dat is en wordt steeds moeilijker. We weten immers alles van elkaar door het WWW. Door Google enz.

Het drugsbeleid dit is ook een onderwerp dat grote impact heeft op de wereld en samenleving want de een wil legaliseren de ander wil het niet en steeds moeten er compromissen worden gevonden. Het wordt door ieders tegenzin toch doorgevoerd en dat geeft weer veel overlast. De hele drugsmaffia lacht ons hartelijk uit en zij worden alleen maar sterker en gaan voortvarend door met of zonder de wetgever te vragen.

Kijk ook om je heen en luister tegelijkertijd naar journalisten die alle andersdenkende mensen helpen om juist uiteen te zetten waar Europa het verkeerd doet. Ze strooien allemaal zaken in het rond waar mister Poetin en andere kwaaddenkende profijt uittrekken en hun oorlog uitbreiden door onze houding. Door oorlogen te analyseren en ze te presenteren op tv en op de radio, maar ook op de sociale media aan de buitenwereld te tonen en daarmee bijna alles openbaar maakt aan de meekijkende en meeluisterende ambassades van die landen is helemaal verkeerd. Steeds onthullen journalisten en betweters op de tv, de radio of in de krant en tijdschrift wat de landen specifiek en onder elkaar aan het doen zijn en het een en ander met elkaar aan het bespreken zijn, zelfs uiteenzetten bijvoorbeeld over de snelheid hoe de oorlog vordert in Oekraïne en Israël, en hoe hoog het geldbedrag is dat nodig is om de oorlog vooruit te helpen. We kunnen net zo goed een brief sturen aan Mister Poetin en hem vertellen wat we allemaal aan het doen zijn zodat hij makkelijker met ons rekening kan houden. Nee mensen we zijn helemaal verkeerd bezig door ons zelf steeds in de etalage te zetten en ons zo steeds te presenteren waardoor die ander rekening kan houden met ons want dat is veel en veel gemakkelijker.

Mister Poetin constateert steeds opnieuw onvrede in de Europese gemeenschap en dat komt hem goed van pas. Nu ook weer vertellen we uitgebreid op de TV dat President Zelensky problemen heeft met zijn hoogste Generaal in de Oorlog, dit is toch alleen maar koren op de molen van mister Poetin, hij lacht zich kapot achter zijn glaasje Aslanov.

We nodigen specialisten uit aan praattafels, zij die alles over oorlogsvoeren weten of ook economen die alles over geld weten en doen alsof het geld dan niet meer rolt. Maar de geldstroom en de oorlogsmachinerie zoals ammunitie en rollend en vliegend materieel komen maar niet van de grond omdat President Orban van Hongarije steeds dwarsligt omdat hij hoogstwaarschijnlijk met een schuinoog naar Mister Poetin kijkt. Misschien verwacht hij van hem een beloning in het leven hierna, wie zal het weten. Vandaag 01-02-2024, heeft hij plots ingestemd met het voorgestelde geldbedrag aan Oekraïne, hoe is het mogelijk en ziet hij misschien dat mister Poetin als persoon in het Kremlin aan het verzwakken is? Ergens snap ik de bewoners niet van Hongarije want als het gaat in Nederland over Geert Wilders zijn PVV en zijn politieke denken, dan staat iedereen in Europa op zijn achterste en verwacht men niet veel goeds op voorhand en Hongarije een land in het Europa heeft en mag wel steeds dwarsliggen?

Dan zijn er weer de boeren uit deze eerdergenoemde landen, die nu in Brussel de toegangswegen blokkeren met tractoren en ook door het deponeren van vuil en alles wat denkbaar is op straat gooien, waardoor de burger veel hinder zal ondervinden. Altijd zal dat veel ongenoegen veroorzaken en uiteindelijk ook wellicht zelfs een opstand, misschien zelfs een oorlog als Rusland met het geld van Europa dat naar Oekraïne gaat niet klein te krijgen is. Je kunt van alles bedenken, maar ergens is het allemaal verkeerd. Burgers luisteren niet meer.

Kijk naar wat er gisteren gebeurde met de Pakistaanse familie in Rotterdam, waarvan een familielid onder het puin van de ingestorte garagebox ligt door een brand veroorzaakt vanwege een enorme ontploffing of door een andere oorzaak want dat weet men nog niet. Wat iedereen moet weten, is dat de karakters en gewoonten van mensen uit andere landen ook andere gewoonten hebben, en daarmee moeten we om leren gaan. Deze gewoonten stroken niet altijd met de onze, maar we moeten er wel mee dealen in het Nederland van nu. De politiek lijkt steeds niet te beseffen dat een land verandert door te veel verschillende nationaliteiten binnen de landsgrenzen te brengen. Door deze toelating zijn we straks een land met burgers waarvan de nationaliteit niet meer per se Nederlands is. Maar wat is dan eigenlijk Nederlands? Als u het weet, vertel het mij dan want dan kan ik het opschrijven. *JGJCVA01022024*RumoerigEuropa*

De adoptie van een Joods kind onder de oorlog 40-45.

Beste luisteraar/lezer, Weert 05-12-2023

Laat mij je meenemen naar een tijd lang geleden, een tijd doordrenkt van oorlog en menselijke moed. In de jaren 1940-1945, tijdens de Tweede Wereldoorlog, speelden zich in Veghel bijzondere gebeurtenissen af dat het leven van twee families voorgoed zal veranderen.

In die dagen, toen de oorlog nog in alle hevigheid woedde, leefden de schoonouders van mij, de Heer en Mevrouw Braat van der Westen, in Veghel. Ze hadden een Café/Restaurant waar ze samen met hun gasten genoten van het leven, ondanks de dreiging van oorlog die overal voelbaar was en de NSB die hen kon verraden woonde om de hoek. Na vijftien jaar kinderloosheid, kregen ze de kans om een Joods kind van slechts vier dagen oud een veilig onderkomen te bieden. Een kind dat Leontine Ellen de Vries zou heten.

De oorlog raasde om hen heen, maar ze waren zich niet volledig bewust van de gevaren die hen omringden. Het ondergrondse verzet vroeg hen om dit kostbare leven te beschermen, en zonder aarzelen stemden ze toe. Wat volgde was een periode van elf maanden waarin Leontine, het Joodse kind, deel uitmaakte van hun gezin. Een gezin dat, ondanks de donkere wolken van oorlog, een lichtpuntje vond in de zorg voor dit kleine leven.

Echter, na deze 11 maanden van liefdevolle zorg sloeg het noodlot toe. Leontine werd herenigd met haar biologische moeder in Amsterdam, maar dit verdriet om Leontine te moeten missen werd extra overschaduwd door het verdriet van de ziekte van mijn schoonmoeder, de moeder van mijn vrouw. Mijn schoonmoeder kreeg borstkanker en enkele maanden na het vertrek van Leontine, het pleegkind, overleed zij. Mijn schoonvader en zijn inmiddels eigen dochtertje Tonny van 4 jaar gingen hun weg, maar de herinneringen en brieven bleven achter.

Veel jaren later, na mijn huwelijk in 1967 met Tonny, de dochter van de pleegouders van Leontine, begon ik met de zoektocht naar Leontine en haar nakomelingen. Na vele jaren van speurwerk werden de kinderen van Leontine gevonden, nu volwassenen met hun eigen leven. Leontine de moeder van de 2 kinderen was inmiddels al overleden aan longkanker gelijk ook Willy de Vries en moeder van Leontine.

Echter, de ontmoeting in 2018 bij ons thuis in Weert verliep anders dan door ons gehoopt. De kinderen, nu in de vijftig, toonden toen en daarna weinig interesse in de erfenis van hun voorouders. Geen dankbaarheid later voor de geschonken brieven en foto’s. Een teleurstelling voor mijn vrouw en mij, wij hadden gehoopt op een band te smeden die gebaseerd is op gedeelde geschiedenis en menselijkheid.

Nu, zoveel jaren en maanden later na deze ontmoeting in 2018, hebben mijn vrouw en ik niets meer vernomen van de kinderen van Leontine tot nu op een moment in december 2023 en om precies te zijn op 06 dec om ongeveer 5 min voor 12:00 uur.

Judith de dochter van Leontine belde mij op en vertelde geëmotioneerd haar verhaal dat zij flink in de problemen had gezeten en verontschuldigde zich voor haar nalatigheid omdat wij niets meer van haar en haar broer hadden gehoord. Zij vertelde ook dat zij door het Yadvashem in Israël was benaderd en had gehoord van ons verzoek bij het Yadvashem en om deze redenen had zij weer het initiatief kunnen nemen om ons op te bellen. Zij had ook het verzoek gekregen van het Yadvashem in Israël om over de adoptieouders van haar moeder te vertellen en of zij naar aanleiding van het hele onderduikverhaal kon oordelen voor de familie Braat in Veghel.

Ik begrijp dus dat ook de kinderen van Leontine zijn gevraagd een oordeel te geven naar datgene wat zij weten. Ook zij kunnen een bijdragen leveren om onze ouders voor te dragen voor een eervolle waardering voor de heldendaad voor het opvangen tijdens de oorlog 40-45 van de baby Leontine Ellen de Vries, hun moeder. Ook Willy de Vries de moeder weer van Leontine en ook de oma van Leontine werden later bij dit verhaal betrokken en ook zij logeerde vaker na de oorlog bij de familie Braat in Veghel en werden daar goed verzorgt in dat laatste jaar van en na de oorlog. Maar er kwam een ongrijpbare storing in de relatie en ook net zo plotseling als dat de baby Leontine gekomen was in de oorlog, was moeder Willy de Vries met Leontine vertrokken uit Veghel en lieten bedroefde pleegouders achter in Veghel.

De waardevolle en originele brieven en foto’s, die zoveel betekenden voor ons, leken verloren te zijn gegaan. De zoektocht naar medeleven en begrip toen leek tevergeefs te zijn geweest. Na enige tijd na 2018 heb ik gedacht om dit verzoek van eer dus voor te leggen bij het Yadvashem in Israël en heb daarvoor het hele archief van Leontine Ellen de Vries opgestuurd per e-mail. Nadat de bevestiging kwam dat e.e.a. goed was aangekomen in het Yadvashem in Israël is het Yadvashem aan de slag gegaan met hun onderzoek.

Ik heb daardoor regelmatig contact met mevrouw Ruth Joaquin bij het Yadvashem werkzaam in Israël en zij en de rechterlijke macht hebben nu dus ook contact gezocht met Judith de dochter van Leontine Ellen de Vries. En zo is de bal weer rond en wachten wij af hoe nu het Yadvashem gaat reageren en oordelen. Er is nu een verschrikkelijke oorlog in Israël met Hamas aan de gang en hoe dit afloopt weten we niet. Of dit de afloop van het verzoek uiteindelijk goed doet is voor ons afwachten. In ieder geval komt Judith naar Weert op zondag 28 januari 2024 dit heb ik telefonisch afgesproken en zij zal dan aan ons haar uitgebreide verhaal doen. Als alles loopt zoals met Judith afgesproken is zij rond de middag bij ons.

Het verhaal dat begon in Veghel, in een tijd van de oorlog 40-45 met veel onzekerheid, leek een onvoltooide symfonie te worden waarin de noten van dankbaarheid en begrip ontbraken. Het riep bij ons vragen op over menselijke verbondenheid en de manier waarop we onze geschiedenis herdenken. Het is een lang verhaal geworden dat ons herinnert aan de complexiteit van menselijke relaties en de uitdagingen van het begrijpen van elkaars perspectieven, vooral als het gaat om gebeurtenissen die diepgeworteld zijn in de geschiedenis van oorlog en overleving.

De enige hoop die er nu nog is, is om erkenning te krijgen voor onze ouders en schoonouders door het Yadvashem in Israël en waar ook al onze gegevens van Leontine Ellen de Vries van deze adoptie door ons toedoen zijn en blijven opgeslagen.

Met vriendelijke groeten, hun schoonzoon, J.G.J.C. van Asperen.

Yad Vashem is in 1953 opgericht door het Israëlisch parlement. Het is een organisatie die slachtoffers van de Holocaust herdenkt.

Yad Vashem staat voor ‘Rechtvaardige der Volkeren’ en is tevens de naam voor de hoogste onderscheiding die de Israëlische regering aan niet-Joden toekent. Het is bedoeld voor mensen die vaak met gevaar voor eigen leven Joodse mensen hebben geholpen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dat kan zijn omdat iemand onderduikers heeft gehuisvest, identiteitsbewijzen heeft vervalst of stiekem meer bonkaarten heeft weten te regelen voor een huis met onderduikers”, zegt André Diepenbroek van de Israëlische ambassade tegen de regionale omroep.