levensvragen van deze paddenstoelgeheimen.

Deze foto maakte ik op 11 oktober 2024. Ik schrijf een verhaal over dit natuurverschijnsel dat in de vorm van een paddenstoel groeide tegen een boom, maar ook raar gevormd was, dat was voor mij bijzonder. Ik kwam deze paddenstoel tegen in een bosgebied achter de IJzerenman in Weert en waar ik op dat moment aan het wandelen was, het was een herfstachige morgen. Deze verschijning zag ik en verbaasde mij zeer, hoe dit wezen zo gevormd was. Hoe is het langs deze boomstam omhoog geklommen. Had deze paddenstoel onder op de bodem een ​​leven gehad? Allemaal belangrijke levensvragen van deze paddenstoelgeheimen.

Het was een herfstachige morgen toen ik door het bos aan het wandelen was, omgeven door het zachte geluid van bladeren die traag naar beneden dwarrelden. De geur van nat mos en rottende bladeren vulde de vroege ochtendlucht. De kleuren om me heen gevarieerd van dieppaars tot goudgeel, de bomen in volle herfstpracht. De paden waren nog nat van de recente regen, en onder mijn voeten de bladeren als een kussen zo zacht maar ook een beetje stevig gevormd, ook ik zelf loop over een laag van het verleden.

Ik had die ochtend besloten om een ​​lange wandeling te maken, ver weg van het dagelijkse geluid. Dit bos, een plek die ik al jaren kende, hier vond ik altijd rust. Toch voelde het vandaag iets anders. Het was het spel van licht en schaduw, de dreigende regen die opnieuw kon gaan vallen, of misschien was het iets ongrijpbaars, een gevoel van verwachting dat in de lucht hing.

Terwijl ik dacht om wat dieper het bos in te gaan, bleef mijn blik hangen bij iets vreemds aan de voet van een oude eik. De schors van de boom was ruw en bezaaid met korstmossen en mosplekken, en ergens halverwege deze stam op een plek waar normaal gesproken alleen klimplanten of kleinere zwammen zouden gaan groeien, zag ik de paddenstoel zoals op mijn foto weergegeven en dat deed mijn hart toen sneller kloppen.

Daar ineens in mijn gezichtveld verscheen, als een onverwachte sculptuur en die uit de boomstam leek te groeien, daar groeide een paddenstoel, nee, wel twee. Maar niet zomaar een paddenstoel. Hij was groot, haast gigantisch, met een brede hoed die over zijn eigen stam heen hing als een kap die bescherming bood tegen de wereld eronder. En wat het meest verrassende was, de paddenstoel leek niet zomaar alleen aan de boom te hangen want erboven hem hing er nog een die omhoog wilde. Hij leek ook omhoog te willen klimmen, omdat ook hij deze paddenstoel ook een eigen wil had, ook hij op weg was naar het hoogste punt. Maar hoe hoog zou hij kunnen klimmen?

Ik bleef stilstaan, mijn ogen gericht op dit vreemde, wonderlijke fenomeen. Hoe was dit mogelijk? Paddenstoelen groeien op de grond of op dode bomen, ik dacht toch niet halverwege een levende boomstam, en helemaal niet in deze vorm. Blijkbaar had ik het goed mis want de natuur is grillig en vormd zijn eigen ideeën als het kan.

Nieuwsgierigheid van mij nam de overhand, en ik hurkte neer bij de voet van deze boom, daar waar de wortels zich als vanouds bevinden, knoestige wortels als vingers die de aarde vastpakken. Hier, tussen de bladeren en het aanwezige mos, zag ik de eerste tekening van het begin van de reis van het leven, van deze paddenstoel? Kleine, delicate schimmeldraden krulden zich om de wortels, ook zij waren ooit begonnen aan een langzame, maar vasteberaden klim naar boven. Het was ook de paddenstoel die dit verhaal verteld, een verhaal van strijd en groei, van een reis die begon in de donkere diepten van de bosbodem en nu zijn weg vond naar het licht hierboven.

Ik bleef kijken, mijn hand raakte voorzichtig de paddenstoel aan om te voelen of het oppervlak echt zacht was, of ik niet droomde. Mijn vingers streelde over de ribbels op het dak van de paddenstoel, het leek net alsof het een licht trillend oppervlak was, net een hartslag die diep in de kern van dit wezen steeds aan het kloppen was. Zou dit kloppen de unieke hartslag zijn van het totale universum waarin wij mogen leven?

“Hoe ben jij hier gekomen?” fluisterde ik zacht, hoewel ik me ervan bewust was dat het absurd was om tegen een paddenstoel te praten. Toch voelde het op dat moment alles behalve absurd. Het leek ook dat de lucht om mij heen werd beïnvloed, als een deken van geheimen die langzaam over mij heen werd getrokken. Een verhaal hing in de lucht, van iets ouds, iets wat ik niet volledig kon begrijpen, maar waarvan ik wist dat het belangrijk was.

Ik sloot mijn ogen en liet mijn gedachten afdwalen naar het begin, naar de bodem van het bos, waar deze reis mogelijkerwijs begonnen was. Ik vertelde aan mijzelf dat de paddenstoel, niet meer dan een kleine spore was, die op de bosgrond was gevallen. Misschien een zachte wind hem daar gebracht had, misschien was het een toevallige druppel regen geweest die de spore van een verre plek hiervandaan had meegedragen en hier tegen deze boomstam had laten vallen.

De grond hier was vruchtbaar, rijk aan de rest van het ontbindende leven. Hier, in het hart van de bosbodem, had de spore zich misschien ook genesteld tussen de wortels van de oude eik. Het was donker, koud, maar toch voedzaam. Hier samen met duizenden en duizenden andere wezens, schimmels, bacteriën, insecten, allemaal overgenomen van een groter geheel. De spore begon langzaam uit te groeien tot een netwerk van fijne draden, mycelium genoemd. Dit mycelium kronkelde en groeide door de aarde, zocht naar voedsel, verbond zich met de wortels van de boom en met andere schimmels om hem heen.

Het leek een stil en eenvoudig leven te zijn, een bestaan ​​in de schaduw van de wortels, ver weg van het licht en de warmte. Maar op een dag, misschien na vele seizoenen, begon er iets te veranderen. De paddenstoel had een honger naar het licht ontwikkeld, een verlangen om hoger te reiken, om te ontsnappen aan de duisternis van de bodem.

Misschien was het de energie van de boom zelf die de paddenstoel had aangestoken. De eik, met zijn wortels diep in de aarde en zijn takken reikend naar de hemel, leefde al eeuwen, en in die tijd had hij vele geheimen geabsorbeerd. De schimmel had een symbiose met de boom ontwikkeld, en ging krachtig met de tijd mee die verstreek, en begon de schimmel iets vreemds te doen. Hij liet niet alleen een eenvoudige paddenstoel op de bodem groeien, maar begon zich ook langs de stam van deze eik omhoog te werken.

Terwijl ik mijn ogen opende, voelde ik opnieuw de aanwezigheid van de paddenstoel die nu op ooghoogte was. De hoed was bijna doorzichtig in het zachte licht dat de bomen doorlieten. De ribbels aan de onderkant van de hoed leken bijna te pulseren, en ik kon me niet ontdoen van het gevoel dat er een soort bewuste intentie achter zat. Ook deze paddenstoel was niet zomaar een paddenstoel, maar iets meer. Iets ouds en levends, iets wat al die tijd onder mijn voeten had bestaan, maar nu, na al die jaren, had hij de oppervlakte en hoogte bereikt.

Mijn gedachten gingen terug naar een oud verhaal dat ik ooit had gehoord, een verhaal over de Woudgeesten, wezens van de natuur die zich in verschillende vormen konden manifesteren. Ze hebben zich door het bos beïnvloed, soms zichtbaar, soms onzichtbaar, en toezicht gehouden op de balans van het leven in het bos. Ze werden geboren uit de oude bomen, uit de aarde en de lucht, en zullen verdwijnen als het bos zelf ooit ook zal verdwijnen door menselijk nalatigheid.

De paddenstoel voor mij leek een belichaming van zo’n geest. Het was ook het bos zelf, en via deze vreemde paddenstoel die zijn kracht en geheimen toond. Het was niet langer alleen een paddenstoel. Het was een getuigenis van eeuwenoude groei, van de manier waarop alles in het bos met elkaar verbonden was. Misschien, bedacht ik, had deze paddenstoel inderdaad een leven op de bodem gehad, een leven in de duisternis en vooral, totdat hij besloot dat het tijd was om omhoog te klimmen, om zich in deze vorm te laten zien.

Het begon langzaam te regenen. Dikke druppels vielen op de bladeren om mij heen, en ik keek omhoog naar de boom, naar de paddenstoel die nu glinsterde onder de regen. De wereld leek zelfs stil te staan. Elk geluid van het bos is opeens verdwenen omdat door het zachte effect van de regendruppels een ander geluid wordt voortgebracht.

Terwijl ik opkeek naar de paddenstoel, was het ook alsof er iets door mij heen ging, een soort begrip dat ik niet in woorden kon vatten. Het was geen inzicht dat ik kon uitbreiden, maar het voelde alsof ik zelfs een glimp had opgevangen van het groter geheel. Het idee dat zelfs de kleinste dingen in het bos, de schimmels, de wortels, de bladeren die vergingen, allemaal deel zijn van dit grote geheel wat ik voelde op dat moment.

Misschien was het juist deze paddenstoel, die op zijn eigen mysterieuze manier omhoog is geklommen, en die mij herinnerde dat de natuur altijd in beweging is, altijd nieuwe vormen zal aannemen, altijd de balans zoekt tussen licht en schaduw, tussen leven en dood. Ik voelde een diep respect voor dit vreemde, wonderlijke wezen dat voor mij aan het groeien was.

Het begon harder te regenen, en ik wist dat het tijd was om terug naar huis te gaan en mijn paraplu als afdak op te steken en gelijk aan het paddenstoeldak om droog te blijven. Maar toen ik opstond en mijn laatste blik op de paddenstoel wierp, voelde ik een soort verbondenheid. Een deel van mij wilde blijven, wilde langer in aanwezigheid van dit wezen zijn, wilde meer begrijpen. Maar een ander deel van mij wist mij ook te vertellen dat het beste is om dit onaangeroerd te laten, zo mysterieus en vol geheimen, zoals deze paddenstoel die nu langzaam door de regen vervaagde, en een spookachtige verschijning in dit herfstbos was.

Terwijl ik wegliep, hoorde ik achter mij het zachte geluid van de bladeren, en ergens diep in het bos leek het ook alsof er iets was wat mij toefluisterde. Misschien was het de wind, misschien de paddenstoel, die op zijn eigen manier afscheid van mij nam. Maar wat het ook was, ik voelde dat ik iets kostbaars had gezien, iets wat ik misschien nooit helemaal zou begrijpen, maar wat voor altijd in mijn herinnering gegrift zal blijven.

Na drie dagen wilde ik terug naar diezelfde plek waar ik de paddenstoelen had gezien tegen een boomstam aangeplakt. Ik had ze achtergelaten in het immense bos en helemaal alleen gelaten. Toen ik terugkwam na drie dagen waren de paddenstoelen weg, helemaal en zonder sporen waren ze verdwenen. Nergens heb ik ze meer gevonden ook niet op een andere plek. Zouden ze geklommen zijn steeds verder naar een hoger doel omhoog? De sporen heb ik ook niet meer gevonden onder aan de eikenboom. Zouden andere mensen die voorbijkwamen de paddenstoelen hebben meegenomen, raar maar waar, ook daarvan heb ik ook geen spoor gevonden. Ik ga ernstig aan mijzelf twijfelen en denk dat ik misschien heb gedroomd en misschien in mijn droom een woudgeest heb gezien. Bestaan ze echt dan deze geesten en heb ik er van gebruik gemaakt?

De paddenstoelen hadden hun verhaal aan mij verteld. Het was aan mij om het verder te dragen. Blijkbaar heeft de foto die ik van deze boom en de paddenstoelen heb gemaakt wel bewezen dat ze toch echt waren op het moment dat ik de vorige keer daar was.

*JGJCVA19102024*paddenstoel in het bos tegen stam*