
Bent u benieuwd naar de Stad Weert?
Neem dan snel een kijkje
Weert in Wikipedia
Gemeente Weert
Adres: Wilhelminasingel 101, 6001 GS Weert | Postbus 950, 6000 AZ Weert
Telefoon: (0495) 575 000 | Vanuit het buitenland: +31(0)495 575 000
E-mail: gemeente@weert.nl
Openingstijden | Routebeschrijving | Parkeren
Gemeenteraadsvergaderingen Weert 2022
Sint Martinuskerk Weert
De Martinustoren van Weert is een ijkpunt die altijd vanuit de verte is te zien en waar elke wandelaar, fietser en automobilist naar zal zoeken om zijn weg veilig te kunnen bepalen. Torenklok is al enige tijd geleden op 12:00 uur gezet. Geen geld voor de klokkendokter?
HET VERLEDEN VAN DE LOUIS REGOUTSTRAAT
Tricotage Fabrieken Frans Beeren en Zonen N.V.
Weert, Tricotage Fabrieken Frans Beeren en Zonen N.V. aan de Louis Regoutstraat.
De Bera – Ondergang van een dynastie.
In 1920 sticht Frans Beeren uit Helmond, samen met zoon Anton en Michael Coumans uit Stiphout een tricotagefabriek onder de naam ”Beeren en Coumans”. Na de eerste aanloopmoeilijkheden, begint het bedrijf snel te groeien. Al gauw treedt Coumans uit het bedrijf. In 1929 wordt de bedrijfsvorm omgezet in een N.V. Tricotage fabriek v/h Frans Beeren & Zn. Guillaume, de oudste zoon wordt directeur. Wonderlijk is het feit dat gedurende de dertiger jaren, toen door de economische wereldcrisis het ene bedrijf na het andere de deuren sloot en honderdduizenden zonder werk kwamen, bleef Beeren groeien. In 1929 honderd en in 1936 duizend werknemers. Als Guillaume in april 1964, volkomen onverwacht komt te verlijden stort het bedrijf ineen. Een nieuwbenoemde directeur kan het zinkende schip niet meer redden. Verkoop van het bedrijf in Durban, biedt ook al geen soelaas. In maart 1967 wordt het faillissement uitgesproken. Einde van een bedrijf, einde werk voor meer dan duizend werknemers en einde van een dynastie. Het leven gaat verder in de Louis Regoutstraat en “Parkhof“.
Een stad die verwelkt.
Als je op een doorsnee ochtend door de straten van onze stad wandelt, de stad die ooit met trots de bijnaam “Stad in het groen” droeg, kun je de nostalgie bijna voelen neerdalen op je schouders. Ooit werd deze plek geroemd vanwege haar weelderige lanen, haar geurige bloemperken, en de harmonie tussen stedelijke bedrijvigheid en natuurlijke schoonheid. Nationale jury’s prezen haar in rapporten en folders als een voorbeeld van ruimtelijke kwaliteit. Nu is dat beeld, langzaam maar zeker, aan het vervagen.
De realiteit die zich heden ten dage aan de wandelaar opdringt, is schrijnend. Op een willekeurige dag, ongeacht het tijdstip, is het beeld eender, verlaten winkelstraten, uitgestorven pleinen, en gevels die tekenen van verval vertonen. De leegstand is opvallend. Etalages zijn niet langer uitnodigend, maar hol en leeg, ze staren de voorbijganger aan met een soort koude onverschilligheid. Ze gapen, groot en glazig, als oogkassen van een stad die haar levendigheid verloren heeft.
Waar vroeger gezellige terrasjes stonden, zijn nu slechts vlekken op de stoep zichtbaar, herinneringen aan een bruisend verleden. Overal staan fietsen, maar niet netjes in rekken geplaatst. Nee, ze zijn lukraak tegen lantaarnpalen, muren of zelfs midden op het trottoir neergekwakt. Verbodsborden worden genegeerd, handhaving lijkt afwezig. De infrastructuur vervalt en het lijkt alsof niemand zich nog verantwoordelijk voelt.
Niet alleen het visuele verval is opmerkelijk, ook het geluid ontbreekt. Het geroezemoes van winkelend publiek, het gelach van spelende kinderen, het ritmisch klikken van koffiekopjes op terrasjes, het is allemaal verstomd. Een spookachtige stilte overheerst, van vroeg in de ochtend tot diep in de avond. Of je nu smorgens je boodschappen doet, smiddags een ommetje maakt of savonds op zoek bent naar een avondwandeling, het is stil, steeds stiller.
De langdurige droogte van de afgelopen maanden helpt de situatie allerminst. Zonder regen wordt het stof niet weggespoeld, het dwarrelt rond in de lucht en legt zich als een vale sluier over het straatbeeld. De riolen zijn leeg, droog, en vormen een tastbaar symptoom van een stad die lijdt. Planten verwelken, bloemperken zijn dorre vlakten geworden, en het ooit zo levendige groen is verworden tot een grauwe herinnering.
En waar is het beleid? Waar zijn de plannen, de actiepunten, de gemeentelijke betrokkenheid? Men hoort geen enkele maatregel aangekondigd via de media. Geen woord vanuit het gemeentekantoor. Geen visie vanuit de winkelvereniging. Geen opiniestuk in de lokale krant waarin wordt uitgelegd wat er misgaat of wat men van plan is om te verbeteren. Zelfs de discussie lijkt te zijn verstomd.
De enige geluiden die wél doorkomen, zijn die van passiviteit en verwijt. “Wij willen wel, maar zij niet,” lijkt het mantra te zijn geworden. Maar wie “zij” precies zijn, wordt nooit helder. Ondertussen blijven ambtenaren in hun torens. Je ziet ze niet, je hoort ze niet. Geen notitieblok onder de arm, geen camera in de hand om de gebreken vast te leggen. Geen inspectie, geen analyse. De ivoren toren blijft gesloten.
Tot overmaat van ramp bereikt ons het nieuws dat de Nederlandse Spoorwegen overwegen om minder intercity’s in Weert te laten stoppen. Wat een klap zou dat zijn voor een stad die toch al kampt met een dalend bezoekersaantal. Zou het inderdaad zijn vanwege het gebrek aan winkelend publiek? Of wellicht vanwege het feit dat er geen bloemenzee meer is die de reiziger verwelkomt? De kleuren van weleer zijn verdwenen. De geur van bloeiende seringen, de frisheid van pas gemaaid gras, het zijn herinneringen geworden.
En zo lijkt onze stad langzaam maar zeker te veranderen in een decorstuk van een vergeten toneelstuk. Een façade zonder publiek. Een plein zonder spel. Een winkelstraat zonder hartslag. *JGJCVA18-05-2025* Een stad die verwelkt*








