Deze grijze zaterdag.
Het is zaterdag 18 januari 2025, een dag die ons net als elke andere dag uitnodigt om naar buiten te gaan, ondanks het weer dat misschien niet direct uitnodigend lijkt, het vriest nog en het is volgens mijn smartphone 1 graad onder nul. Tonny had weinig zin vanmorgen omdat het zo koud en mistig is zegt ze. Na wat over en weer gepraat te hebben en de noodzaak van de wandel te hebben begrepen, gaan wij op pad. Een grijs tapijt van vocht dat over onze omgeving hier in Weert nu ligt uitgespreid. Maar juist in dat grijs zit een kans verborgen, een kans om de natuur op een andere manier te zien en te beleven, klein, verstild en intiem. Misschien laat de zon haar gezicht nog zien.
We besluiten om onze wandelschoenen aan te gaan trekken en eropuit te gaan. Dikke jas aan en sjaal om en de frisse lucht in, hoe kil ook, heeft toch iets verkwikkends. Terwijl we onze eerste stappen buiten zetten, voelen we meteen de koele natte mist op onze gezichtshuid. Het prikt een beetje, zoals een zachte waarschuwing dat dit geen zomerse wandeling zal zijn. Maar juist dat maakt het mooi in dit jaargetij. Zo heeft elk seizoen haar eigen charme, en de winter is daarin geen uitzondering.
De natuur om ons heen lijkt betoverd. De bomen, gehuld in een dunne laag vocht en rijm, lijken net sculpturen van een pantomime spel. Hun takken buigen zich mysterieus naar beneden, alsof ze fluisteren met de aarde waarin ze staan. Het pad waarop we lopen, kronkelt zachtjes door het beboste en rijke landschap. Het knisperen van bladeren onder onze voeten is het enige geluid dat de stilte doorbreekt. Overal staat water in plassen en sloten met een laagje ijs hier en daar. Het is alsof de wereld even stil staat op dit moment, gevangen in de tijdloze deken van de mist en kou. Het herinnerd mij eraan om te zien zoals het vroeger ook was en hoopte toen op een beetje ijs op sloot en ondergelopen stukken wei voor het klunen met de ondergebonden Friese houten doorlopers. Helaas is dat geschiedenis nu en de tijd ver voorbij.
We wandelen verder, ons ritme gelijkmatig, onze ademhaling rustig. Elke stap brengt ons dieper in de natuur en verder weg van huis en de drukte van het dagelijkse leven. Door de bebossing om ons heen lijkt de wereld ook klein te zijn. In deze stilte kunnen we nadenken, praten, of gewoon er zijn met z’n twee. De kou lijkt dan minder belangrijk. Ons lichaam past zich aan, en onze gedachten beginnen helderder te worden. Het is een reiniging, niet alleen voor ons lichaam, maar ook voor onze geest. Wij maken in deze wandeling onze opgeslagen privé en harde schijf leeg, alles wat de laatste 24 uur door ons hoofd spookte en ergens waardeloze ballast bleek te zijn.
Na een tijdje komen we bij een open veld, hier zijn we vaker geweest als de zon wel scheen en toen lekker tegen een paaltje geleund ons gezicht lieten bruinen. Hier lijkt de mist nu minder dicht en je kijkt verder weg. Maar dat geeft niets want eindelijk geeft dat de ruimte weer. Maar de wereld hoeft niet altijd helder te zijn. Soms is het genoeg om alleen het volgende stukje pad te zien, de volgende paar meter maar en dat is een les die we ook in het dagelijks leven kunnen meenemen naar het volgende moment.
Terwijl we verder lopen, merken we details op die we anders misschien niet hadden gezien. Een spinnenweb, glinsterend van de dauw. Een vogel, verscholen tussen de takken, zijn veren opgezet als een gevormde bol om warm te blijven. Een paard dat lui voor zich uitkijkt en ons ziet staan. Het lijkt alsof de natuur zelf ons uitnodigt om stil te staan, om te kijken, om echt te zien. En in die momenten, hoe klein ook, vinden we een bijzondere schoonheid van de natuur om ons heen terug die we meteen op de gevoelige plaat laten rusten.
Na een uur wandelen voelen we onze spieren werken. Het is een prettige vermoeidheid die zich langzaam opbouwt. Onze wangen tintelen van de kou, maar onze harten zijn warm. We weten dat we straks, als we weer thuis zijn, kunnen terugkijken op een waardevolle ochtend. Want zelfs op een mistige, koude dag zoals deze, hebben we iets in ons gevonden en gezien in de natuur dat ons goed doet.
Als we bijna thuis zijn komt er een bleek zonnetje even door het wolkendek heen en de mist trekt flink op. Nog steeds is de temperatuur maar 1 graad boven nul. Als we thuis zijn bespreken we hoe belangrijk het is om dit regelmatig te doen. Het is een gewoonte geworden, elke dag, als het weer het toelaat en geen rugklachten daar zijn, trekken we eropuit. Soms zijn het langere wandelingen, soms kortere, maar altijd hebben we wel onze smartphone ingesteld op 8.000 stappen en dat is onze gebruikelijke dagelijkse stapafstand. Die van Tonny zijn kleinere stappen en zij zet Vandaag 10.003 stappen en dat is voor haar benen 7,1 km. Voor mij zijn het 8.477 stappen en dat is plusminus 6,33 km en dat gevoel die ligt in elk van onze gezette stap, het geeft een verbinding met de natuur en met elkaar, en ook met onszelf. Wij beseffen dat meer mensen dit zouden moeten doen. Niet omdat het moet, maar omdat het goed voelt. Het geeft energie voor de hele dag die komen gaat. Deze momenten zijn als een oplader voor de menselijke geest gelijk als de dagelijkse oplader voor onze smartphone.
Thuis aangekomen maken we tomatensoep met toost. De geur vult de keuken meteen terwijl we onze schoenen uittrekken en onze jassen ophangen. We nemen plaats weer in onze luie stoel of aan tafel, kijken elkaar aan, en glimlachen. Dit moment, hoe eenvoudig ook, is perfect. Het is een beloning voor de inspanning van deze ochtend. De warmte van de soep contrasteert prachtig met de kou van buiten en van deze morgen. Het is alsof de ochtendwandeling nog niet helemaal voorbij is, maar verder leeft in deze kop tomatensoep, het was een gelukzaligheid.
De dagen lijken vaak op elkaar in deze tijd van het jaar. De mist heeft ons deze week bijna elke dag gezelschap gehouden. En hoewel het weer kil en vochtig is, kruipt het niet alleen in onze botten. Het kruipt ook in onze gedachten, en daar brengt het iets moois teweeg. Het leert ons om anders te kijken. Om te waarderen wat er wel is, in plaats van te verlangen naar wat er niet is. De zon zal vast weer langer doorbreken op een dag. Onze huid verbranden. Maar tot die tijd maken wij van de mist ons eigen lichtpuntje.
We praten verder over hoe anderen dit ook zouden kunnen doen. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een wandeling hoeft niet perfect te zijn, het hoeft niet lang te duren, en het hoeft ook niet altijd comfortabel te zijn. Het gaat erom dat je naar buiten gaat, dat je beweegt, dat jij je hoofd, jouw harde schijf leeg maakt en dat je geniet van wat er om je heen is. De voordelen zijn onmiskenbaar. Je voelt je fitter, energieker, en meer verbonden met de wereld om je heen. En die kop soep smaakt veel beter ook al worden je spieren na een momentje zitten alweer wat strammer.
De rest van de dag brengen we rustig door. Het is een zaterdag zoals er zoveel zijn, maar toch is het bijzonder. Omdat we hebben gekozen om iets te doen, om naar buiten te gaan, om te bewegen. Dat maakt deze dag net een beetje beter. En terwijl de mist buiten nog steeds hangt, kijken we uit naar morgen. Morgenvroeg eerst om 08:00 uur lopend naar de kapel van de zusters Birgittinessen in de stad voor de heilige Mis en voor een dank je wel. Het is misschien dan ook nog steeds een beetje mistig en koud zo vroeg in de ochtend, wie zal het zeggen en wij wachten af. Misschien ook niet. Het maakt eigenlijk niet uit. Wat wel telt, is dat we opnieuw de keuze hebben om naar buiten te gaan en te genieten en te beleven van wat de dag ons dan weer gaat brengen.
Mistig of niet, elke dag is een kans. Een kans om te bewegen, om te voelen, om te beleven en te leven. En als wij die kans grijpen, vinden wij wel ergens altijd iets positiefs, zelfs op de meeste grijze dagen van ons leven en ook op deze zaterdag. *JGJCVA18-01-2025*deze grijze zaterdag*



