Het ritme van het leven begon bij onze dansles.
Het ritme van het leven.
Het was een tijd waarin de dagen zich uitrekten als eindeloze zomers. Ik was 17 jaar en de wereld voelde groot en vol belofte. Elke week wachtte en keek ik reikhalzend uit naar de dansles, dat ene moment waarop alles leek te kloppen. Jij was mijn danspartner, mijn vaste steun in de danspas, maar ook in een wereld die draaide om de maat van de muziek en het perfecte ritme. Onze schoenen tikten over de houten vloer van de danszaal, een klein zaaltje in de Gasthuisstraat en langs de zijkant stonden wij opgesteld in rijen van twee. De Godin van Brussel gaf ons de juiste warmte en soms hadden we het te warm en jij een rode blos op beide wangen, misschien ook wel van deze kolengestookte Godin van Brussel.
Onze dansleraar, een mooie vrouw met zwart haar en mooi en sjiek gekleed en ook haar man met een altijd aanwezige vlinderdas. Dan riep zij haar aanwijzingen met een glimlach over de grammofoonmuziek heen. “Stap, stap en draai, stap… Quick, Quick slow enz. goed zo, ga zo door!” riep zij dan terwijl we probeerden de nieuwe pasjes onder de knie te krijgen en niet te struikelen. Wij hadden een natuurlijk gevoel voor ritme en we wisten ons altijd bij de hand te nemen wanneer we de tel kwijtraakte. We lachten veel, soms om elkaars fouten, soms gewoon om de simpele vreugde van het bewegen op de muziek via die simpele grammofoonplaat op de platenspeler.
Die avonden waren als kleine feesten. Na afloop dronken we limonade aan een tafeltje in de hoek van de zaal. De toekomst was een vage belofte, een leeg canvas dat we nog mochten beschilderen. Het beeld dat we van het hele festijn konden vormen. Alles voelde als mogelijk.
De weken gingen voorbij en we werden steeds beter. Onze danspassen werden soepeler, onze bewegingen meer in harmonie met de muziek van de plaat. Er gingen vrienden met ons mee en samen en met elkaar gingen we elke week op dansles, maar het waren vooral wij tweeën die elkaar steeds beter leerden kennen als danspartners. Het jaar hierna heb ik met vrienden nog een jaar extra dansles genoten bij gebrek aan een tekort aan heren danspartners.
De danslessen waren niet alleen oefeningen in beweging, maar ook lessen in vertrouwen. Als ik leidde, volgde jij blindelings. We leerden elkaar zonder woorden aan te voelen, een knikje of een blik was genoeg om de volgende draai in te zetten.
Buiten de dansschool was de andere wereld in beweging. De samenleving veranderde, de muziek veranderde. Rock-’n-roll maakte zijn intrede en de twist was geboren, maar wij hielden ons vast aan de klassieke foxtrot, de quickstep en de sierlijke wals. Het was alsof die dansen ons een anker gaven in een wereld die steeds sneller leek te draaien dan wij.
Maar zoals bij alle mooie dingen, kwam er een einde aan die tijd. Het leven bracht ons nieuwe paden, andere verantwoordelijkheden. Jij ging je weg, ik de mijne. We verloren elkaar uit het oog, maar de herinneringen bleven altijd bij me. Soms, als ik een liedje op de radio hoorde waarop we ooit dansten samen, dan voelde ik even dat vleugje jeugdige zorgeloosheid terugkomen en ook de romantiek van de dans.
De tijd ging snel. Er kwamen huwelijken, en het werk slokte ons op. Het leven draaide in een ander ritme, eentje dat niet langer bepaald werd door muziek en de danspassen van toen, maar door de dagelijkse verantwoordelijkheden en de zorgen die bij het volwassen worden horen.
Nu, vele decennia later, kijk ik terug op die tijd met een mengeling van nostalgie en dankbaarheid. Ik ben inmiddels bijna 82, mijn benen zijn niet meer zo soepel als vroeger, een beetje stram na een lange wandeling en mijn adem raakt sneller opgebruikt. De dansvloer is vervangen door deze dagelijkse wandeling en waar ik samen met Tonny de wereld van de natuur om me heen verken en aanschouw. Kijk op het tabblad hiernaast. (levensvragen van deze paddenstoelgeheimen.)
Toch ben ik gelukkig dat ik het allemaal heb meegemaakt. Die avonden in de dansschool in de Gasthuisstraat die waren meer dan alleen maar lessen. Ze waren een symbool van de vreugde van het leven toen in het moment van het vinden van geluk in de kleine dingen. En hoewel ik niet alles opnieuw zou willen beleven, bijvoorbeeld het harde werken met stress, de tegenslagen, de zorgen, het verdriet dan zou ik die momenten van puur geluk nooit hebben willen missen.
De wereld is veranderd, dat kun je niet ontkennen. Het is veel sneller geworden allemaal, ook veel luider en complexer. Mensen rennen en vliegen, maar lijken daardoor soms de kleine vreugdes van het leven over het hoofd te zien. De onverschilligheid en polarisatie doet mijn zorgen groter maken. Ik ben blij dat ik in een tijd heb geleefd waarin we die kleine dingen nog konden waarderen, waarin een dansles iets magisch kon zijn vol met de nodige romantiek rondom de Godin van Brussel in de danszaal.
Het leven is, als je er zo op terugkijkt, als een dans. Er zijn passen vooruit, passen achteruit, wendingen en momenten waarop je uit balans kunt raken. Maar uiteindelijk gaat het niet om de perfectie van de bewegingen, maar om het genieten van het moment.
Als ik terugdenk aan die tijd, voel ik een diepe warmte. Jij was mijn partner in die zorgeloze, verwachtingsvolle jaren, en samen hebben we een stukje van het leven gedanst dat ik voor altijd zal blijven koesteren. Misschien zal ik niet meer de dansvloer opgaan zoals vroeger, maar in mijn hart blijf ik dansen, op de maat van die herinneringen die we samen toen maakte.
Het was een mooie tijd. Een tijd van eenvoud, van hoop, van geluk. En ook al gaat het leven nog zo snel, die dans Hawaii Tattoo (van de Waikiki’s) en van Gerhard Wendland – Tanze mit mir in den Morgen 1961 en Wheels (1960) en Gus Backus – Da Sprach der Alte Häuptling der Indianer zullen altijd blijven bestaan als een melodie die nooit helemaal zal uitsterven. Wij dansten hier graag op. *JGJCVA16-11-2024* Het ritme van het leven*



