Onze Congregatiekapel een herinnering uit onze jonge jaren in de brand.

De Congregatiekapel was eens onze kapel in onze geboorteplaats Veghel…. en dan op 1 januari 2023 midden in de nacht om 01:00 uur en door een onnodig vuurwerk, vliegt de Congregatiekapel in Veghel ineens door een slordigheid en het achterstallig onderhoud in de brand. Wat een gemis dan zo opeens voor mij. Herinneringen van toen als kind komen weer boven drijven. Heel….. ver uit mijn verleden en weer door een nalatige calamiteit, wordt deze herinnering van heel veel jaren geleden op een moment in de tijd opgediept.

Deze Congregatiekapel eindigt in vuur en vlam en maakt zo een einde aan haar roemrijke verleden en bestaan. Onze ouders vlak naast de kapel begraven, draaien zich om in hun graf. Muren staan nog fier rechtovereind en wijzen als handen naar boven om te vragen te worden hersteld. Allemaal gebeurt dit in de laatste Nieuwjaarsnacht van 2022/2023 en dan nota bene vlak naast de Sint Lambertuskerk en Dekenij. Gebouwd werden deze monumenten in 1863, zijn hele belangrijke monumenten, een belangrijke kerk van architect Pierre Kuipers en ook de kerk waarin wij gedoopt en getrouwd zijn, de kerk waarin ook de dopen en begrafenissen in het verleden plaatsvonden van onze families.

Wij moeten er niet aandenken wanneer de harde wind tijdens de oud- op nieuwjaarsnacht anders had gestaan. Deze congregatiekapel was ook een deel van ons jonge leven. Een stapeltje brood door mijn moeder klaargemaakt en ingepakt in het Brabants-dagblad een krant die mijn vader en moeder daags van tevoren hadden uitgelezen met het stripverhaal van Smidje Verholen onder aan de tweede pagina. Als een flink pak onder mijn arm werden mijn in kranten verpakt stapeltje boterhammen naar de Congregatiekapel meegedragen.

De inkt van de tekst van de plaatjes van de krant stonden afgedrukt op het verse brood als ik het pakje met brood dan openvouwde in het overblijflokaal van onze Aloysiusschool om dan de inhoud op te eten. Zo werd alles gedirigeerd door mijn moeder die dit soort zaken heel goed regelde en ons gepakt en gezakt op pad stuurde en dat dan zo elke doordeweekse dag hiermee uitrust en dan lopend naar de Congregatiekapel die naast de Sint Lambertuskerk ligt en dat dan elke morgen en ook 5 dagen in de week. Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag om 07:30 uur. Zondags waren het zelfs twee missen en dan ook nog een lof ‘s-middags.

De kapel zat elke dag vol met kinderen. We zaten als jongens en meisjes toen gescheiden. De ene soort links en de andere soort weer rechts. Meisjes apart van de jongens en de meisjes zaten dan altijd links. Hiërarchie ten top en alleen door plagen konden wij van de jongenskant af, papieren propjes maken die gemaakt waren vanuit het misboekje gescheurde blaadjes als propjes wegschieten naar de overkant of stiekem over en weer seintjes geven naar de meisjes door ons en dat was dan toch nog mogelijk en misschien ook een afleiding. De priester zag het toch niet, die keek niet naar ons. Die zag ons alleen maar als hij zich bij de h. mis omdraaide tijdens de communie. De lesgevende broeders en zusters e.a. moesten volgens een rooster elke dag orde proberen te houden tijdens de h. mis. De priester stond toen nog met zijn rug naar ons toe voor het altaar. Dat was toen voor de kinderen die de h. mis volgde een heel ander plaatje dan nu om naar te kijken. Wij als kinderen waren toen ook sneller afgeleid en om een groot half uur dan stil te moeten zitten omdat je alle zaken die achter de priester van ons uitgezien op het altaar gebeurde, niet zagen.

Wat mijn devotie toen in die jaren aanwakkerde was het moment dat de priester tijdens de consecratie de hostie naar boven richt en met gestrekte armen de grote hoste achterstevoren dan aan ons toonde. Ik had dan altijd een bijzonder en dierbaar gevoel hierbij omdat deze hostie zo wit was en zo straalde door Zijn reinheid. Dat soort beleving heb ik later niet meer zo beleefd en ik denk door de afleiding die dit nu vandaag geeft en over ons heen komt omdat de priester zich gelijktijdig met deze hostie aan ons toont. Toen was het alleen de achterkant van het kazuifel van de priester en de hostie die alleen getoond wordt.

Nu wij praten over deze in de brand geraakte Congregatiekapel in de Nieuwjaarsnacht 2023 waardoor deze stralende hostie tijdens de consecratie opgeheven, weer direct in mijn gedachte komt bovendrijven.

Ja, dat was nog eens een tijd, het is een sjabloon van die dagen die te vroeg en te snel in die tijd werd omgedraaid zoals een blad dat aan een boom meedraait op de wind. Ja, het goede en het mooie oude Roomse leven is achtergebleven in de verleden tijd.

Je wist niet beter en je deed mee met de tijd waarin je leefde. Na de ochtendmis van 07:30 uur om 08:15 uur naar het overblijflokaal lopen van de Broeders van de Aloysiusschool. Onze lagere school, hier mocht je dan die hele stapel brood opeten. Dan vlug de klas in op de jaargang waarin je zat en de les begon dan om 09:00 uur. Dan was het zitten tot 12.00 uur en luisteren met je armen over elkaar naar de broeder die lesgaf en dan weer om 12:00 uur konden wij pas weer even naar huis om een beetje op verhaal te komen. ‘S-middags weer terug naar school tot 16:00 uur. En dan…. hè hè gelukkig alweer een dag om. Zo gaat dit nu niet meer en de jeugd van nu zou dit ook niet meer kunnen volbrengen. Strenge regels en alles op uur en tijd is een te vroeg weggegooid sjabloon. Hadden we nog maar een klein stukje sjabloon meegenomen naar deze tijd, maar zou het dan anders zijn geweest?

Vervolg van de Congregatiekapel, maar heel wat anders…. toen ik 12 jaar was en op een dag mijn vader begraven werd zat ik samen met mijn moeder ook in deze zelfde Congregatiekapel, een kapel die nu het inwendige en het dak moet missen. Toen zaten mijn moeder en ik wel op de eerste bank ook rechts en helemaal alleen samen vooraan te wachten dat de begrafenisceremonie voorbij was en de andere ons kwamen waarschuwen. Enkele jaren daarvoor en misschien tot dat moment toen wij met alle meisjes en jongens ook in deze kapel zaten heb ik nooit kunnen bevroeden dat er een dag zou komen, dat ik op de dag van de begrafenis van mijn vader, samen met mijn moeder hier in de kapel zou zitten vol met droefenis.

Herinneringen komen weer boven en het is raar dat dit nu zo sterk weer boven komt drijven als deze calamiteit zich nu zo plots voordoet. Mijn moeder en ik zaten samen te wachten tot de begrafenisceremonie op het kerkhof was afgelopen. Mijn vader en moeder liggen begraven vlak naast deze Congregatiekapel en hun graf is door deze vuurwerkcalamiteit en uitgebrande kapel niet beschadigd geraakt, gelukkig maar.

Het was op de 4de jullie 1955 dat mijn vader is gestorven en hij zal drie dagen daarna wel zijn begraven denk ik. Mijn moeder kon dit ritueel van haar geliefde niet verdragen en was daardoor zeer zwaarmoedig en heel verdrietig. Zij heeft hier erg onder geleden en ook nog de rest van haar leven is dit altijd doorgegaan. Zij is in deze zwaarmoedigheid in een diepe put gedonderd en zonderde zij zich af voor de buitenwereld. Ik was toen op het kerkhof haar hulp als oudste zoon. Ook later nog denk ik vaak terug aan deze dag en mocht ik haar de andere tijd niet alleen laten in haar verdriet. Ik werd toen op het kerkhof door mijn Oma met haar meegestuurd naar de naast gelegen Congregatiekapel. Ik voelde toen direct wat verantwoordelijkheid was in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord tegelijk. Ik heb mijn vader toen door deze verantwoordelijkheid bij mijn moeder knielend ook niet kunnen begraven en ik vind dat nog zeker een erg groot gemis en neem deze problemen steeds met mij mee. Of dat de anderen ook zullen begrijpen weet ik niet omdat ik hier niet over praat? wat ik wel ervaar is dat ik moeite heb bij gelegenheden als er bekenden begraven worden. Maar het zij zo.

*JGJCVA01-01-2023*congregatiekapel*

Lambèr de mot de dissident bij uitstek in 2022,

Vorig jaar vertelde ik over Peer de Mot en hoe hij bij ons op het balkon en onder het tafelkleed dat op de tafel lag zijn overnachting plande. Ik vertelde dat de motten familie op zoekprogramma’s uitgebreid worden beschreven. Dat wij moeten weten dat ook deze motten schadelijk kunnen zijn. Vooral zijn planten en struiken die door de mottenrups worden opgegeten de klos en vooral de laatste tijd moest de buxusplant het ontgelden en is voor die kleine rupsjes het een lekkernij. De plant wordt erg kaal door deze veelvraat en zonder blad gaat de plant eraan dood. De huismot die in onze huizen voorkomt is ook zo’n knagertje voor kleding en allerlei stoffen en maakt er kleine gaatjes in. De mottenmoeder legt hele kleine eitjes die

nauwelijks zichtbaar zijn voor ons op de stof in de naden en in de vouwen van kleding. Eitjes worden gelegd en daaruit kruipen later hele kleine rupsjes die deze stoffen dan opeten om ook te kunnen groeien naar de volgende levenscyclus.

Op de dagen dat mensen gaan werken of hun dag anders besteden, dan ging Peer de Mot, dus hij die van het vorig jaar, slapen onder het tafelkleed en dan klampte hij zich vast aan de onderzijde en kroop hij verder in een vouw van het kleed omhoog om zich daar te verstoppen. Hier kon hij dan stiekem slapen na een vermoeiende nacht, wel altijd en steeds op diezelfde plaats onder het kleed en ook op ons balkon.

Wij zien hem zo verborgen eigenlijk niet zitten en merken het alleen op als Peer de Mot daar zat als wij het tafelkleed wegnamen. Peer de Mot schrok dan zo enorm van deze actie en van ons dat hij dan wegvloog de wijde wereld in. Wij stoorde hem in zijn diepe slaap. Het is de omgekeerde wereld en het verschilt van de dierenwereld en onze wereld omdat motten altijd in het donker gaan vliegen en wij mensen gaan dan naar bed en gaan slapen. Deze motten zoals onze Peer de Mot tenminste vliegt in het donker weg en gaat om te jagen in het donker en als wij weer opstaan als het licht word gaat Peer de Mot slapen.

Op het einde van het vorige jaar toen het kouder werd en er al nachtvorst ons overkwam, was Peer de Mot plotseling verdwenen en kwam hij niet meer terug op ons balkon. Het kan ook zijn dat hij is verorberd door die Vleermuis Nico en zijn vriendjes vleermuizen, weet u nog uit het vorige verhaal, van die ene vleermuis Nico die huisde in het spleetje in de spouwmuur en grenst aan ons balkon. Of Peer de Mot is gevangengenomen als een dissident, kan ook zijn omgekomen door de kauw?

Men kent ook dissidenten in landen en deze mensen verdwijnen ook ineens van het wereldtoneel en niemand weet waar zij zijn gebleven. Is het ook zo niet met onze Peer de Mot gegaan en zijn mensen die tegen de orde opstaan dan deze dissidenten? Is het dan zo altijd net als in de natuur, gejaagd worden omdat hij of zij niet zijn geoorloofd of niet geliefd en dan niet de goede kanten van het individu ervan kunnen beleven?

Hij kan ook ergens aan een draadje hangen te bungelen, of hij is verpakt onder een blad van de struiken of de coconcel is verstopt tegen houten dakspanten als een gevangeniscocon met daarin het veranderen van rups naar weer een normale dissident mot in maanden. Deze wijziging van rups naar weer een nieuwe Peer de Mot is afwachten tot de gevangeniscocon openbarst en als de motten dissident die erin zit is gegroeid en als een nieuwe levende mot met nieuwe energie eruit kruipt. Door een zacht winderig Westelijk briesje worden zijn vleugels droog geblazen en kan de nieuwe Peer de Mot weer de wijde wereld in en samenwerken met andere motten. Motten zitten te wachten tot ze zijn volgroeid in deze gevangeniscocon. Dan gaat de levenscyclus van een mot weer van vooraf aan opnieuw beginnen en wordt zijn leven weer opnieuw ingericht. Hij wordt eerst weer een rups omdat het vrouwtje weer eitjes heeft gelegd. Wij begrijpen het allemaal en toch ook weer niet, het is een wonderbaarlijke wereld waarin wij leven en die steeds vol van agressie is, met geluk, liefde en ook verdriet.

Maar plotseling en in dit voorjaar was er weer zo’n zelfde Mot bij ons op het balkon aanwezig en ik zou haast denken dat het Peer de Mot weer was. Of hij had zijn nachtplaats doorgegeven en verraden aan zijn nageslacht of het instinkt van deze nieuwe mot en kwam hij per ongelijk en pardoes aanvliegen en zocht een slaapplek en lande hij op ons balkon? Was het misschien een vluchteling als zovele? Zitten er ergens op ons balkon nog meer motten verscholen en zijn dit ook vluchtelingen zonder te zijn opgemerkt. Zo denken wij dan maar dat het is gegaan. De Mot die nu dit jaar bij ons logeert lijkt sprekend op Peer de Mot van het vorige jaar en het is ook net zo’n knappert als Peer de Mot. Dit moet dus zijn nageslacht zijn dat denken we dan maar en wij geven hem ook maar een andere naam om geen verwarring te scheppen in dit verhaal en wij noemen hem Lambèr de Mot. Wij vonden het een mooie klinkende naam voor deze mottensoort.

Deze Lambèr de Mot doet alles hetzelfde zoals Peer de Mot in het vorig jaar ook deed en gaat ook ’s nachts achter de vrouwtjes motten aan om weer verzekerd te zijn dat zijn nageslacht voor weer het volgend jaar verzekerd is en als moedertje mot weer haar eitjes legt. Onderwijl heeft hij nog genoeg tijd over om tijdens zijn nachtelijke vlieguren nectar te zoeken, de zeer geliefde lekkere honing in de bloemknoppen die her en der verspreid staan en daar voed hij zich dan mee. Hij, deze Lambèr de Mot heeft een heel goed reukorgaan en vindt daardoor moeiteloos de Nectar in het donker. Motten zijn verzot op nectar en ze kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Lambèr de Mot vindt altijd zijn overnachtingsplaats terug bij ons in het donker. Als hij verzadigd is van de nectar en zijn buikje rond heeft van het likken aan die bloemknoppen, dan gaat hij weer tevreden slapen onder het tafelkleed tussen een plooi op ons balkon.

Lambèr de Mot moet altijd uitkijken net als Peer de Mot dat deed want als hij komt aanvliegen naar ons balkon door de noch nachtelijke uren moet hij erg op zijn hoeden zijn omdat er in datzelfde spleetje van de spouwmuur net als vorig jaar een gevaar op de loer ligt. Nog steeds huist vleermuis Nico in dat spleetje en Nico is nog even gevaarlijk voor Lambèr de Mot als hij dat voor Peer de Mot was het hele vorige jaar. Vorig jaar was het ook Nico de vleermuis die Peer de Mot parten speelde, het is een gevaarlijke knaap hoor en ik denk dat hij hetzelfde gaat doen net als de vorige keer, namelijk jagen als het donker wordt en achter de mottenfamilie aanjaagt. Nico de vleermuis heeft de winter dus overleeft mogen we aannemen en hij gaat net als vorig jaar weer jagen op motten als wij niets vermoedend lekker liggen te slapen.

Het lijkt wel op diezelfde gebeurtenis zoals nu in Oekraïne en wat de mensen daar nu in dat land overkomt. Een verschrikkelijke oorlog is daar gaande en waarop hij, Nico-Poetin de vleermuis, op Nazi motten jaagt. Nico-Poetin de vleermuis huist in het Kremlin of ergens misschien ook in zijn spleetje van zijn Datsja ergens waar hij zit te hokken op een geheime plek in zijn landelijk gelegen afgebakend gebiedje. Hij laat zich bijna niet zien, maar hij lag wel de hele coronacrisis op de loer en te wachten wanneer hij in de nacht vrij van aandacht kon aanvallen. Hij wachtte stiekem en was achterdochtig geworden op het Westen, dan slaat hij zijn slag. Er heerste immers een ernstige pandemie in de wereld en veel mensen werden door anderen besmet met het coronavirus. Nico-Poetin in het Kremlin was zelf ook erg bang om besmet te raken met dit virus Covid-19 en bracht zichzelf in afzondering in zijn Datsja en van iedereen en alleman ontdaan. Ging ook in winterslaap tot het gevaar voor hem geweken was. Dan slaat hij plotseling zijn slag als ieder ander nog op een oor lag. Had geen mogelijkheid eerder te gaan jagen in het mooie en bloeiende land van melk en honing dat plotseling en ineens zonder waarschuwing vooraf moest ontwaakten op een vroege morgen door dat verschrikkelijke jaaggeweld door zijn groene vriendjes en die van Nico-Poetin de vleermuis.

Die Nico de vleermuis, die van ons balkon is ook zo’n agressieve kerel hoor. Hij verorbert vele motten op een nacht. Hij heeft nooit genoeg en ook andere vliegende objecten die door de nacht vliegen pikt hij op. Met zijn peilapparaat in zijn kop, zo’n ziekelijk gebiedje in zijn hersenen, daar kan hij heel goed en heel eenvoudig elk beestje dat ’s nachts rondvliegt vangen. Alles wat in zijn richting komt kan hij daarmee aanpeilen en dan vliegensvlug zijn slagje slaan. Door angst bevangen en wetende dat Nico de vleermuis daar zit in dat spleetje wordt de Westenwind en met z’n allen erg meegaand. Wordt men met de Westelijke wind meegedreven en ook erg oplettend. En toch komt hij op onverwachte momenten uit zijn Datsjaspleet. Hij vangt alles wat hij vangen kan en natuurlijk doet hij het om te doden en het in zijn muil te kunnen vermorzelen. Hij is bezeten. De zoveelste snack door de nacht gevangen en met ijzeren macht opgebracht. Dit hadden wij niet verwacht als wij het beestje levend aanschouwen. *JGJCVA18052022*lamberdemot*

Die kleine koolmees die ons stoorde met het pikken tegen het muggenhor.

Weert 29-04-2022,

Wij hadden eens op een moment in de tijd een vreemde gewaarwording in de tuin van ons appartement. Deze vreemde gewaarwording maakte in korte tijd onze muggenhor in ons slaapkamerraam kapot. Er pikte iets ergens flink tegenaan en altijd ’s morgensvroeg. Dat begon ons toch op den duur aardig te vervelen. Wij vonden het ook een beetje zot. Opeens was het daar weer op een dag in mei dat het begon. Voordat wij het wisten wat en wie het was, bleef voor ons enkele dagen een groot raadsel totdat wij stiekem een kijkje namen op weer een andere dag in mei.

Het was op een vroege slaperige maar zonnige morgen. Het was nog heel vroeg op deze dag, het was pas zeven uur. Al vroeg was het licht geworden en de zon kwam boven de horizon vlug op in mei. Als ook alle vogeltjes beginnen met het leggen van een ei. Gelegd in een nestje heel zacht. Wij kregen maar niet in de gaten wat het was en wilde het nu wel zeker weten. Het geluid maakte ons al verschillende dagen ’s morgens wakker van dit getik dat ons narigheid bracht.

Wij lagen nog in bed en sliepen eigenlijk nog, de wekker was nog niet afgegaan, bij ons loopt de wekker pas af om acht. Eigenlijk hadden wij nog geen zin om nu maar op te staan maar deze verstoring van onze slaap maakte dat wij een beetje nieuwsgierig waren. Wij zijn toen maar even snel opgestaan. Wij wilde het eindelijk zeker weten en wel direct vandaag. En daar was opeens weer deze vreemde gewaarwording en het pikte en pikte er flink op los. Steeds pikte het ergens tegenaan maar tegen wat. Wij konden dat nog niet beleven maar wel horen en toch maar niet ontdekken, het werd voor ons een plaag.

Omdat wij de gordijnen altijd dicht hebben als wij slapen zien wij niet wat buiten gaande is. Wat er vroeg in de morgen bij ons in de tuin stond te gebeuren, weten wij niet. Wij wonen op de begane grond van ons complex. U moet weten dat onze slaapkamer aan de tuinkant ligt. De bloemen in de tuin begonnen al uit de grond te klimmen en ook te kleuren en gaan zelfs al lekker geuren. Wij staan maar even op dachten wij en duwde spannend en ook een beetje nieuwsgierig een heel klein beetje het gordijn opzij. Het gordijn deden wij open in een heel klein spleetje. Zo konden wij proberen deze vreemde gewaarwording die wij maar niet konden gewaarworden en dus niet konden snappen. Maar toen wij zagen wie en wat de boosdoener was en wie ook deze herrie maakte zo vroeg in de morgen om zeven uur. Het is dan toch een slaperig weetje.

Het was op het eerste gezicht en na onze inspectie maar een heel klein vogeltje dat ons elke morgen stoorde en hij pikte daar op een plek achter het raam ergens tegenaan, maar welke soort het was? Wij konden het nog niet goed zien omdat het spleetje in het gordijn te klein was en elke beweging zou deze herriemaker doen verdwijnen achter het gordijn en het glas. Toen wij het gordijn verder openschoven was daar eindelijk de verlossing en we moesten samen er een beetje om lachen omdat dit vogeltje dat zo te keer ging op niets anders dan een hor van aluminium en kunststofgaas pikte. Wat kwam dit vogeltje tekort in zijn leven en wat was het probleem en het motief waarom dit vogeltje pikte op dit gaas, was hij misschien een beetje dwaas? Hij trok en hij rukte als een bezetene aan de draadjes van de muggenhor maar de draadjes waren voor hem te sterk en gaven niet mee en de klus daardoor voor hem te zwaar was.

Het bleek een kleine koolmees te zijn die op de een of ander redenen zin had om ons muggenhor te vernielen. Dat deed hij met zijn scherpe snavel en voor ons te zien van achter het glas. Lachend zagen wij wat deze koolmees aan het doen was, maar waarom deed hij dit en waarom dit knabbeltje en op dit uur. Wij waren al enige jaren zuinig op ons hor en hadden deze goed behandeld. Wat wij nu zagen vonden wij dat dit niet paste bij zijn leven en zijn natuur. Ons lachen verstomde snel want de volgende dagen was de koolmees er weer en omdat hij maar steeds op hetzelfde uur weer terugkwam en telkens klokslag zeven en dan weer verder ging met waar hij gebleven was, om de hor te slopen. Wij waren toch op dit moment ten einde raad en van slapen was geen sprake meer op dit te vroege uur.

Gewoon vonden wij dit niet dat een koolmees dit doet, wij dachten eerst dat dit voor een keer zou zijn en dan ook nooit weer, maar wij vergisten ons in deze koolmees. Onze gedachte waren dus niet goed ingeschat en verkeerd, de koolmees was steeds vol energie en vuur. Ergens gingen wij er van uit dat het een mannetje was, we hebben geen verstand van seksen bij sommige vogels en dus geven wij deze koolmees maar een mannelijke naam. Wij noemen hem Koolmees Kees want wij vonden die naam prachtig passen bij hem. Onze muggenhor slopen en de hor te voorzien van verschillende grotere en kleine gaatjes, maar ons treft hierin geen ernstige blaam. Wat deze koolmees Kees deed en waarom hij dat deed weten we nog steeds niet omdat mensen die het zouden moeten weten ons geen oplossing konden geven op deze korte termijn.

Koolmees Kees pikte van het kunststof gaas steeds maar hele kleine stukjes af en het gaatje werd wel steeds met kleine beetjes groter. De hoeveelheid die hij dan hiervan peuterde was zeer gering en te weinig voor het bouwen van zijn nest dat met spinraggen gebouwd was zeer fijn. Dus wij wisten het niet en wij hoopte op een oplossing van vogeldeskundigen en snel en klinkklaar. Het gaatje werd dus alsmaar groter en in onze dromen zagen wij hoe de muggen en vliegen er steeds gemakkelijker doorheen gingen en ons lastig vielen in onze slaap en wij hopen dus, deze droom is niet waar. Deze hele verstoring smorgens zo vroeg en steeds om zeven begon ons een beetje te vervelen en onze zenuwen moesten het toch maar even verwerken. Toch zou deze verstoring een paar weken duren want hoe jaag je deze koolmees Kees zomaar weg van het raam als je slaapt en hoe dan ook uit onze tuin kunt werken?

Wij hebben het gevraagd bij vogelvrienden en ook een brief gestuurd en gevraagd of zij deze manier van reageren door een koolmees op ons hor konden verklaren en misschien dit ook ooit hadden gehoord. Enkele dagen later kwam er een bericht met de mededeling dat dit voor hen ook vreemd was en dat zij dit ook nog nooit hadden meegemaakt of gehoord. Zeker niet door onze koolmees Kees omdat het niet in de boeken was verwoord. Dus het blijft tot op de dag van vandaag voor ons een raadsel waarom deze koolmees Kees de actie ondernam om onze kostbare muggenhor te slopen en dat was niet zo fijn. Koolmees Kees heeft nog enkele dagen doorgepikt. Er kwamen steeds meer gaatjes bij waardoor deze niet meer mug en vliegenvrij was en dat gaf ons een beetje saggerijn.

Uiteindelijk hebben wij een knap en ook simpel idee gevonden en uitgedacht en hebben dit spontaan als een storingselement aangebracht. Wij hebben een rood lint aangebracht aan de buitenkant in het midden van de hor en dat vast te knopen. Omdat dit lint door de wind steeds beweegt en ook de windsterkte aangeeft voor ons voor het opstaan. Het is een probleem gebleken voor onze koolmees Kees en vond het niet meer zo fijn om ons hor te slopen. Koolmees Kees werd steeds gestoord door te schrikken van het lint als dit in de wind bewoog waardoor hij weinig zin had om verder te gaan slopen. Gelukkig maar vonden wij dat ook samen. Het hielp uiteindelijk wel want opeens hield het op en was koolmees Kees verdwenen en niemand weet waarnaartoe.

Hij is gegaan en wij kunnen dat beamen. Achteraf denk wij ook dat koolmees Kees ziek was en zijn kleine kopje het niet goed meer deed. Misschien had hij adhd en was het een kleine druktemaker? Wat er van onze koolmees Kees geworden is weten wij niet omdat ons hor niet verder is gesloopt en wij verder konden slapen zonder doorgelaten vlieg of mug. Natuurlijk ook niet meer gestoord door Koolmees Kees, deze kleine etter. Het is toch maar raar dat een zo’n kleine koolmees deze kuren kon vertonen. Wij denken dat daar deze vreemde omstandigheden voor gezorgd hebben en dat het een natuurverschijnsel was, dat klink misschien banaal. Dat dit misschien voor hem een bezigheid was en ergens een ziekelijke kwaal. *JGJCVA29042022*koolmees*

ONZE LIEVE VROUW VAN VELANKANNI IN TAMIL NADU

Een familie-uitje naar Velankanni in India
Dit verhaal werd vertaald door Lisa Verbaeten – 5 jaar geleden
Originele tekst door Manoj Pradeep

ONZE LIEVE VROUW VAN VELANKANNI IN TAMIL NADU
Dag vrienden, ik hoop dat alles goed gaat met jullie.
Vandaag wil ik een geweldige ervaring met jullie delen, die ik had met mijn familie toen ik nog naar het middelbaar ging in India. De meesten onder jullie weten waarschijnlijk wel dat India een land is met veel culturele verschillen en een eigen erfgoed. In India vind je volgers van allerlei verschillende religies van Hindoeïsme, Jaïnisme, Boeddhisme, Islam, Christendom, etc. India is een seculiere staat die haar inwoners dus de volledige vrijheid gunt om hun eigen religie uit te voeren zonder dat ze de andere religies en hun volgers hinderen. Je vraagt je misschien af waarom ik dit hier vertel? Het heeft te maken met wat ik hier onder ga vertellen. In dit artikel zal ik het hebben over een uitstap die ik met mijn familie maakte naar een bekende kerk in mijn staat, Tamil Nadu. Dit was tijdens het middelbaar maar ik kan me nog steeds herinneren hoeveel plezier ik op deze uitstap had. Het was vakantie voor mijn broer en mij en mijn vader besloot om een uitstap te maken naar Velankanni. Het was een religieuze en tegelijkertijd recreatieve uitstap. Hoewel we geen Christenen zijn, besloten we toch naar Velankanni te gaan als een religieus uitje.

In de heenrit gingen we met de bus. Mijn vader kocht vier tickets voor de bus die in Chennai vertrekt om tien uur ’s avonds en de volgende ochtend in Nagapattinam bij de kerk aankomt. Het was mijn eerste overnachting in een bus. Er was een televisie die een oude Tamil film speelde. Toen de bus op de autoweg kwam, begon hij heel snel te rijden en ik zat bij het raam waar ik het koud kreeg door de felle wind. Dit kwam door de mist die meestal ’s avonds opkomt en ook door de snelheid van de bus.

Sommige mensen sliepen op de bus, anderen keken een film en nog anderen, zoals ik, keken uit het raam. Toen het middernacht was, zette de chauffeur de TV uit om de mensen in stilte te laten slapen. In minder dan dertig minuten lag iedereen op de bus te slapen en zat ik daar alleen in een dekentje naar buiten te staren. Het was pikkedonker buiten en er waren geen verkeerslichten op de snelweg, ik kon enkel een paar silhouetten herkennen. Soms reden we voorbij opgelichte motels en kon ik ernaar kijken aangezien ik toch niet kon slapen op de bus. De bus reed door een belangrijk district in Tamil Nadu voordat het Nagapattinam bereikte.

Om vier uur ’s ochtends stopte de bus in een klein hotel zodat de passagiers een pauze konden nemen om zich op te frissen en wat thee te drinken. Om vijf uur ’s ochtends kwamen we aan in Nagapattinam maar we waren dus nog niet in Velankkani. We moesten op een andere lokale bus stappen die ons van het hoofdstation in Nagapattinam naar Velankanni zou brengen. Het was echt een kleine bus die ons via de kleine wegen op onze bestemming bracht. Toen we uit de bus stapten, stond er iemand aan de bushalte die zei dat hij ons de weg ging wijzen naar ons verblijf, hij bracht ons naar een klein gasthuis.

Aangezien de kamer erg groot was, konden er gemakkelijk vier mensen slapen. We waren om zes uur ’s ochtends in de kamer. Omdat ik niet had geslapen op de bus, sprong ik meteen het bed in en viel ik in slaap het moment dat we de kamer binnenkwamen. Ik sliep goed tot tien uur ’s ochtends. Daarna maakte mijn moeder me wakker om me klaar te maken om Velankanni te gaan ontdekken.

De kerk werd speciaal voor de Maagd Maria gebouwd en wordt door de mensen het “Lourdes van het Oosten” of “Onze Vrouwe in Goede Gezondheid” genoemd. Er is een goede reden voor deze naam, die ik wat later zal uitleggen. We maakten ons klaar en verlieten de gastenkamer om de kerk te gaan bezoeken. Het was een lange wandeling in de straat. Aangezien Velankanni aan de kust van de machtige Bengaalse Baai ligt, kan je de koude zeebries altijd voelen. Al wandelend door de straten zagen we in de verte de toren van de kerk. De Velankanni kerk werd gebouwd in Gotische stijl, ongeveer zeshonderd jaar geleden. De eerste kerk die we zagen had een ronde vorm.

Voordat ik begin met de architectuur en de schoonheid van de Velankanni kerk, wil ik nog het verhaal vertellen dat achter de naam van de kerk zit. De naam komt van drie evenementen die in de zestiende eeuw plaatsvonden.

Het eerste verhaal gaat over een Hindu jongen die melk verkocht. Terwijl hij onder een boom lag te rusten dicht bij een vijver, verscheen de Maagd Maria die hem wat melk vroeg. De jongen kon zijn ogen niet geloven toen hij dit mirakel zag en gaf haar wat melk. Toen hij naar het huis van zijn klant ging, gaf hij hem het overschot van de melk. Hij legde uit waarom hij te laat was en ook waarom hij minder melk bij had. Toen de klant de melkfles opendeed, keek hij verbaasd naar de volle fles melk. Denkende dat er een of ander mirakel had plaatsgevonden, vroeg hij de jongen om te laten zien waar de vrouw verschenen was. De jongen nam hem mee naar de plek waar de Maagd Maria nogmaals verscheen. De man was erg blij haar te zien en vandaag de dag heet de plek waar ze verscheen nog steeds “Matha Kulam” in het Tamil. Matha betekent moeder en Kulam betekent vijver.

Het tweede evenement vertelt het verhaal van de Maagd Maria die voor een jongen verscheen die lichamelijk gehandicapt was en botermelk dicht bij een publieke plek verkocht. Deze keer vroeg de Maagd Maria hem om wat botermelk en dat gaf de jongen haar. Terwijl de Maagd Maria voor de jongen verscheen, was hij genezen en in goede fysieke gezondheid. De jongen realiseerde zich niet dat hij genezen was omdat hij in eeuwige zaligheid was door de verschijning. Ze vroeg de jongen om haar verschijning aan een bepaald rijk persoon uit het dorp te vertellen.

De jongen stond daar en begon plots naar het huis van de persoon te lopen. De rijke man had de vorige nacht gedroomd dat de Maagd Maria aan hem had gevraagd om een kapel te bouwen. Toen de jongen aankwam en de man vertelde over de Maagd Maria, dacht hij dat zijn droom was uitgekomen. Hij liep naar de plek waar Ze was verschenen en deze keer verscheen ze voor hen beiden. De rijke man maakte een kleine kapel op de plek waar ze was verschenen en dit is nu de kapel die Arokia Matha heet in het Tamil, het betekent Moeder van Goede Gezondheid in het Nederlands.

Het derde event vond plaats in de machtige oceaan van de Bengaalse Baai. Een paar Portugese zeevaarders waren op weg naar India en door een grote storm was het schip aan het verdrinken en moesten alle zeevaarders vechten voor hun leven. De Maagd Maria verscheen voor hen en redde hun levens van een wilde storm. Toen ze de kust van Velankanni bereikten, werden ze geholpen door de lokale vissers die hen naar de kleine kapel uit het tweede verhaal brachten. Als teken van dankbaarheid en devotie bouwden de Portugezen een permanente kapel op dezelfde plek. Het duurde jaren voor ze de kapel hadden gebouwd en ze wijdden het aan de Maagd Maria op acht september, de dag dat de Portugese zeevaarders de kust veilig bereikten na de wilde storm. Zelfs vandaag de dag zijn er op acht september nog het hoogste aantal bezoekers.

Toen we over de straat liepen en de geschiedenis van de kerk aan het bespreken waren, kwamen we bij de ingang die twee grote gotische torens had met een kruis op elke toren. De kerk zat vol toen we bij de ingang kwamen dus vonden we het beter om eerst wat tijd samen door te brengen en later terug te keren naar de kerk. Recht tegenover de kerk is een lang pad van strandzand en verschillende winkels aan beide kanten. Het gebied wordt vooral gedomineerd door Christenen, wat je kan zien aan de winkels. Er zijn religieuze winkels die kaarsen, wassen modellen en prentjes van de Maagd Maria, Jezus Christus etc. verkopen. Zelfs vanaf het uiteinde van de straat zie je de torens van de kerk. Toen er geen winkels meer waren, stonden we aan de kust van Velankanni strand. Verschillend van elke ander strand in Tamil Nadu, konden we een aantal geiten hier en daar zien rondlopen. Ze waren heel lief en aten alles wat de bezoekers hen gaven en ze waren niet bang van mensen, zoals andere geiten.

We keerden terug naar de kerk om te bidden. Naast de gewaagde gotische torens stond een gebouw dat de residentie van de priesters is en ook als bureau van de kerk dient. Naast dat gebouw is een kerkwinkel die kaarsen, heilig water, olie, etc. verkoopt. We kochten eerst een paar kaarsen en gingen dan naar binnen. Er is een plek waar je kaarsen kan branden met ernaast een grote vuilnisbak met veel half opgebrande kaarsen. Dit betekende alleen maar dat er zo veel mensen de kerk bezochten dat ze de kaarsen vaak moest weghalen om plaats te maken voor nieuwe. Er staat een bord aan de ingang van de kerk die de geschiedenis van de kerk in het kort beschrijft. Binnenin kan je mooie schilderijen zien die de verschillende verhalen van Jezus Christus afbeelden. Het interieur is mooi gedecoreerd met ornamenten en schilderijen. Het belangrijkste standbeeld van de Maagd Maria die baby Jezus draagt, staat op het altaar. Bovenaan het beeld staat een foto van Jezus Christus.

Nadat we voor een tijdje gebeden hadden, konden we door een hek naar een plek wandelen waar de priester stond. Je kan een lichaamsdeel laten zien dat je graag genezen wilt hebben en de priester zal een speciaal gebed voor je uitspreken aan de Maagd Maria. Er zijn zelfs een paar tradities van Hindus in de Velankanni kerk.

Achter het hek is er een plek waar je veel gele koorden ziet. Daar worden kleine zakjes aan gele koorden gebonden. Deze zakjes noemt men wenszakjes en vrouwen hingen ze vroeger in tressen op in Hindu tempels, en vroegen God zo om een wens. Dezelfde soort zakjes hangen hier in Velankanni maar hier vragen de vrouwen meestal om een goede gezondheid. Eens je wens vervuld is, moet je het zakje weghalen.

Er is ook een andere Hindu traditie die in deze kerk wordt uitgeoefend. Getrouwde vrouwen hangen een gesloten slot in de kerk. Het is een manier om God om een gelukkig leven met man en familie te vragen. Er is ook een plek binnen de tempel waar priesters een offer van de volgers aanvaarden, zoals bloemen, een wassen model van organen etc. Hij legt ze in een doos voor de Maagd Maria en na een kort gebed neemt hij de spullen er terug uit en vraagt hij de volgende volger hetzelfde te doen.

Aan de westelijke kant van de kerk ligt het altaar dat volledig gewijd is aan Jezus Christus. Zelfs de westelijke ingang van de kerk heeft twee spitse torens maar die zijn niet zo hoog als die aan de oostelijke kant bij de hoofdingang. Er is ook een betonnen helling die je naar de tweede verdieping brengt. Op weg naar een andere tempel, gebouwd in de vorm van een cirkel, hangen verschillende afbeeldingen die verhalen uit de Bijbel vertellen.

Er is een mooie tuin die de tuin van Jordan heet en waar vele standbeelden staan van dieren en een Hindu Heilige onder een paraplu. Er is ook een model van Jezus Christus die de zieken aan het helen is. Zo komen we in een gebouw dat de schilderijen herbergt van verschillende verhalen zoals dat van Adam en Eva, hoe Jezus met de huidige wereld communiceert enzovoort. Er was nog een tempel in de verte, ver weg van de hoofdtempel. Deze was ook in dezelfde gotische stijl gebouwd waardoor we kunnen aannemen dat hij in dezelfde periode werd gebouwd.

Nadat we de drie tempels bezocht hadden, keerden we terug naar ons gasthuis om te rusten. Mijn vader bracht ons wat eten uit een hotel in de buurt voor het avondeten. Er kwam een einde aan de dag en recht na het avondeten gingen we slapen.

De volgende dag werden we vroeg wakker en waren we verheugd om plezier te gaan maken in de zee. We wandelden naar het strand en amuseerden ons daar in het water. We bleven er bijna twee uur, daarna wandelden we langs de winkels in de straat en kochten we zeeschelpen, koralen, zeehoorns enz. Ze hebben er vers gevangen vis in de markt van Velankanni en ze verhuren er zelfs kookfornuizen en benodigdheden aan de toeristen om te koken en te eten wat ze willen. We huurden een paar benodigdheden en een fornuis, kochten wat verse vis op de markt en gingen naar ons gasthuis. We maakten lekkere vis met curry en gesauteerde groenten klaar. Daarna maakten mijn vader en moeder een paar voedselpakketten om aan de armen te geven. We maakten wel vijftig pakketten en stopten ze in een grote zak die we met ons meedroegen en waaruit we aan iedereen die het nodig had iets gaven. Het voelde goed om iets goed te doen in Velankanni. Dit duurde bijna de hele dag en diezelfde avond maakten we onze zakken en wandelden we naar het busstation om terug naar huis te vertrekken.

De bus nam ons naar het treinstation waar we de trein terug naar Chennai namen. We reisden de hele nacht en het uitzicht vanaf de trein was heel anders dan vanaf de bus. De volgende ochtend waren we terug in het Chennai Egmore treinstation. We huurden een taxi die ons naar huis bracht en de mooie uitstap kwam uiteindelijk tot een einde.

Ik bezocht Velankanni voordat de tsunami in India op 26 december 2004 plaatsvond. Ik denk dat alles veel veranderd is aangezien de plek zwaar verlies heeft geleden tijdens de tsunami. Duizenden levens gingen verloren en veel eigendom werd vernietigd zonder nog maar een spoor achter te laten. Ondanks alles, staat de kerk er nog steeds en beschermt ze de mensen nog altijd van geweld en gevaar. Ik wil Velankanni nog eens bezoeken in de nabije toekomst. Het is een prachtige plaats om te bezoeken in Tamil Nadu. Het heeft mooie stranden, een religieuze plek waar je kan gaan bidden en buitengewone gastronomie. Je moet het zeker bezoeken! Tot ik mijn volgend artikel schrijf, blijven lachen en groetjes! 🙂 Als je opmerkingen of suggesties hebt, mag je dat altijd onderaan vermelden. Bedankt om mijn tekst geduldig te lezen.

Deze tekst heb ik overgenomen van een website en als een belangrijk verhaal op onze website gezet omdat ik het een verhaal vond om te lezen die dat wil in onze omgeving. *JGJCVA27082022*OnzeLieveVrouwvanVelankanniIndia*

Hallo ik ben “Cas de Merel”, dit verhaal is verschenen en gemaakt op 23-06-2021.

Er waren eens een paar VOGELS van de Merel familie, zij noemen zich Cas en Ans.

Zij leefde op een dag in de tuin van een appartement.

Hun verblijf daar doorstonden zij met veel eer en glans.

Maar ook merels werden plotseling ziek toen ook het vogelvirus onder de merels kwam, ergens op ‘n goede dag werden veel van de andere merels ziek, er volgde een ramp, een epidemie van grote omvang en wij Cas en Ans hebben daar ook bijzonder onder geleden, ja, heel erg zelfs, maar ook fysiek.

Veel van mijn vogelfamilie en vrienden van de merels gingen plotseling dood, waren verzwakt omdat ze erg ziek waren. Voordat het werd opgemerkt waren al veel merels gestorven door dit virusvenijn, het was al te laat toen men het door had en men betreurt dat zeer, veel staat er over geschreven in het nieuws.

Ik heb mij laten vertellen dat sinds 2016 het Usutuvirus hier in Nederland rondgaat, dat virus dat een merelziekte veroorzaakt, ook meereist met muggen uit Afrika en wel in gesloten containers voor speciaal bedrijven en ook in de koffers van reizigers omdat ook zij overal over de wereld rondreizen door vakanties enz.

Door de warme nazomers zijn muggen hier lang actief en blijven dan het virus ook lang verspreiden, een besmette vogel van de merel ziet er dan erg verzwakt uit en niet gezond. Hij of zij sterven vaak binnen drie dagen door dit vreselijke virusvenijn dat rondgebracht is door deze overzeese steekmuggen en misdadigers van het overbrengen van de merelziekte.

Voorbeelden zijn er in de wereld genoeg dat het verkeerd kan gaan en overal is het steeds hetzelfde patroon bij mens en dier, virussen komen en blijven voortbestaan, komen overal vandaan en verspreiden zich door het meeliftprincipe van everyware en van overal, kan ook tot hier worden doorgeven.

Ook onder de merel familie en zijn vrienden, zijn er vogels bij die zich niets aantrekken van die ander en van de zo belangrijk geleerde les uit het verleden en ook niets hebben meegekregen van hun ouders, uiteindelijk niets hebben geleerd. Zij deze egoïsten en zelfingenomen figuren geven zichzelf altijd een tien en die andere maar een zes.

Onder de merel familie zijn ook vogels die het niet zo nauw nemen met het Usutuvirus en hun eigen mening laten prevaleren, hun mening stellen boven dat van andere zangvogels. Later als elke vogel weer goed gebekt is en vergeten heeft hoe het leed eens was, dan komt zonder het te weten opeens weer ergens in de wereld die ziekmakende sloopkogel als een virus opnieuw ergens terecht.

Wij, “Cas en Ans” hebben het gelukkig overleeft, wij stellen ons eerst even aan de lezer voor door uit volle borst te zingen, tenminste als u goed hebt geluisterd, dan zit altijd wel net zo’n mannetje als ik en hij hoog in een boom en wij hebben dan het hoogste woord, meestal ook op het hoogste puntje van een tak of op de nok van een dak en wij zingen en fluiten dan uit volle borst, maar wij zullen nooit samen fluiten in een koor hoor omdat dat zeer besmettelijk is.

Over een koor van formaat gesproken dat groots wil fluiten in de avond en bij de ondergaande zon en dan ook nog heel lang, dan zouden veel vogels weer op een kluitje moeten zitten op hun tak, nu voor altijd anderhalve meter ruimte moeten bieden aan elkaar maar voor hoelang?

Door spontaan te fluiten ver van elkaar, zal zangvogelzaad ook de aerosolen laten vervliegen door de openlucht. Totdat echt een merelmedicijn wordt gevonden dat wonderen verricht en ons steeds kan blijven verzorgen. Dat de mens verplicht wordt door oprecht te gaan bouwen aan een toekomst met een schoner milieu en dat ons vogels vertrouwen hebben en op elkaar kunnen bouwen als wij het hebben over meer schonere lucht.

Vanmorgen om kwart over zes, bij het uit de veren gaan heb ik een aubade gegeven op mijn tak waarop ik zat, ook om te luisteren naar het vele fluiten in de “de Merels act”. Is het niet prachtig om zo te kunnen fluiten in alle vroegte en bij aanvang van weer een nieuwe en gezonde dag? Ochtendziek hoort er bij ons niet bij in de merelfamilie. Fluiten op hoog niveau en steeds daarbij opletten hoe de wereld gebekt is en kraait.

Als je luistert naar de fluittonen van deze merel is bij elk mannetje apart, dan hoor je volop tevredenheid, het virusvenijn is aan het afdruipen door ons vogelgedrag en het gekregen elixer en schone lucht. Laten wij met z’n allen dit zo houden tot het einde van ons leven in het levensveld waarin wij mogen leven in alle bescheidenheid.

Ik heb een oranje/gele snavel, oranje/gele ring rond beide ogen links en recht van mijn kop, ik ben zwart van kleur. Binnen mijn familie merels ben ik een veel chiquere vogel en dat zult u beamen als u mij ziet. Ik ben familie van de lijster, hij is ook een inheemse vogel net als ik, is meer een algemene vogel en ook in de meer gematigde delen van ook mijn verspreidingsgebied.

Mijn vrouwtje Ans is in het algemeen een goed gecamoufleerde vogel, bijna niet zichtbaar in haar nest met haar donkere snavel en haar bruin gekleurde kleed. Zo heeft onze vorige generatie veel geleerd van het merelvirus dat plotseling de kop weer opstak. Verschrikkelijk is dit virusvenijn met het daaruit voorkomende leed. Meer uitleg geef ik u door te lezen ons geweldig verhaal op Wikipedia maar dan wel meer compleet.

Zodra de winter voorbij is en het fijne voorjaar daar, de kou mij heeft verlaten, dan breekt ook weer de lente aan, begint voor mij Cas het dagelijkse leven en het gevoel in mij begint te kriebelen, mijn hartje begint dan weer sneller te slaan.

Samen met mijn vrouwtje Ans proberen wij als het goed gaat ook dit jaar opnieuw 20 eitjes te leggen, verdeeld in groepjes van 4 of 5 en dan op verschillende momenten van het jaar, verspreid over de benodigde dagen en weken die nodig zijn om te zorgen voor onze kroost in het nest. Tijdens de arbeid fluit ik dan een mooie aria, dan fluit ik een rollende ‘srrieh’, ‘srrieh’ tralala, zorgen wij samen ervoor dat onze populatie blijft voortbestaan in al haar karakters en varia.

Mijn familie noemt ons Cas en Ans, waarom dat weet ik niet, misschien omdat mijn naam zo goed klink in dit verhaal en ook zo op de mensencomputer werd ingepland? Ik fluit het mooiste en hoogste lied en dan ga ik daarvoor altijd zitten in een tuin bij de mensen op het hoogste puntje van een boom of tak en vlieg ik op en neer van boom en tak. Ik woel met mijn scherpe snavel het zand los onder het losliggende blad onder boom of struik. Zoek wormpjes en eiwitrijk voedsel voor onze kroost. Overal waar ik heb gewroet kun je dat zien als de grond is omgewoeld.

Altijd smorgens vroeg als de mensen nog niet wakker zijn en op een oor nog liggen te snoezen dan begin ik al met mijn ochtendconcert. Meestal ‘s avonds laat voordat ik slapen ga, ga ik nog een keer op een tak en dan fluit ik weer het allermooiste slaaplied voor mijn Ans. Als mijn vrouw Ans uitrust van haar lange werkdag en zij zit in de tuin of op het terras en zij geniet, dan fluit ik nogmaals mijn mooiste deuntjes de weidewereld rond, maar ik blijf steeds ook oplettend en een beetje alert.

Ik fluit natuurlijk wel om op te vallen bij de merelvrouwtjes algemeen en om te wennen, maar ook speciaal voor mijn Ans dat snapt u wel, allemaal doe ik dat voor haar gevoel, voor de goede zaak en voor ons eigen welzijn, zo zal ze mij nog beter leren kennen.

Zij krijgt mij niet groot, niet klein, maar wel heel fijn. Als man, Cas wil ik mij laten horen en fluit ik heel hard, wil altijd proberen de beste te zijn in het concert en dan fluit ik ook altijd wie de beste is en met alles wat in me zit uit volle borst en heel apart, daar moet u dan maar tijdens de zomermaanden aan wennen.

Mijn stembanden in mijn keeltje kan ik ook snel forceren dat merk ik vaak genoeg, oppassen om steeds goed te kunnen blijven presteren. Ik moet dan oppassen want ik kan wel eens mijn zangtalent en het fluiten hard en te snel laten klinken. Als er onraad is dan gaan mijn fluittonen weleens overslaan en ook protesteren.

Mijn vrouw Ans en ik beginnen alvast met het bouwen van ons liefdesnest ergens in het struikgewas van een mensentuin, het liefst zou ik bij de buren kuren, dan meer in haag en struik, dan een nestje bouwen op een tak in het hoge gewas en in het gras is het altijd erg moeilijk, dat gaat nooit goed en is ook afschuwelijk en te laag bij de grond. In een schuurtje bij de mensen waar de deur altijd open staat en het rustig stil is. Anders gaan we samen ergens veilig in het bos, dan proberen we samen met heel veel liefde elkaar te aaien met onze snavel o zo lief, dat is goed voor ons aanstaande merelhuwelijk.

Ik probeer elk jaar met mijn vrouw Ans samen van maart tot/met augustus twee tot drie keer een nestje te bouwen of een oud nest te renoveren, telkens opnieuw en opmaat voor een broedsel van vier of vijf eitjes in camouflagekleur en passend mooi gedrapeerd naast elkaar.

Wij hebben ons nestje natuurlijk wel op een veilige plek moeten bouwen en wel zo goed weggestopt, dat een nare gemene kater, wezel, marter of een ander eng beest en die op strooptocht zijn, niet bij ons nestje kan door een te open groene haag. Altijd een forse struik kiezen met een natuurlijke dichtheid en camouflagekleur.

Onze gelegde eitjes of de uit het ei gekropen jonkies moeten straks veilig achterblijven als wij eens ’n keer verhinderd zijn en onze baby’s dan toch niet worden weggehaald door de een of andere boef. Ik moet ik er niet aandenken als dat weer gebeurt en wij opnieuw moeten bouwen aan ons liefdesnest, toch geven wij ons aan dit leed niet over en beginnen steeds opnieuw van voor af aan.

Mijn lieve vrouw Ans legt wel weer opnieuw haar vier tot vijf eitjes mooi naast elkaar in het nieuwgebouwde nest, passen steeds in een nieuw camouflage nest met eitjes bruingevlekt/groenblauw. Wij beginnen dan opnieuw en om de beurt op de eitjes te passen bij regen en met natte dauw. Broeden duurt ongeveer 14 dagen en als onze jonkies uit het eitje zijn, zal het voeren weer beginnen, steeds sneller en steeds opnieuw en gauw omdat zoon en dochterlief steeds meer honger krijgen.

Dan begint de tijd van beschermen van ons nestje voor kat, kraai of ekster, angst om alles wat zoal kruipt in ons gebied. Als rovers er op uit zijn om een baby te pikken, zoeken wij steeds een veilige plek, dan moet het altijd moeilijk zijn ons nestje te vinden ergens hoog in een haag of in de schuur bij de buur, gebeurt het toch dan geeft ons dat opnieuw weer heel veel verdriet.

Wij moeten de kroost lekker warm houden en om de beurt vliegen wij uit, een van ons moet het nest bewaken als de ander zoekt naar voedsel dat ook eiwitrijk en lekker is voor de snelle groei en dat is dan elke keer voor de jonkies een surprise.

Vaak moeten we hoog boven het nest gaan zitten om te waken of er roofvogels zijn of ook de poes en kater van de buren die even langs komen waaien en het op ons nestje met jongkies hebben gemunt en wij dan onze jonkies door deze kannibalen moeten verliezen.

Ik Cas heb een zeer scherpe oranje/gele snavel en goede ogen oranje/geel omrand die mij niet misstaan om angst te zaaien onder kannibalen als ik duik naar hen daar beneden en in mijn vlucht ga aanvallen. Mijn snavel is ook scherp voor het priemen in de grond voor het opsporen van vette wormen en voor het omwoelen van de grond, opzoek naar een ander lekker hapje die de jonkies zal bevallen.

In het voorjaar en de zomer eten wij regenwormen, slakken, insecten en vanaf de late zomer worden er ook bessen en lekkere vlezige vruchten gegeten. Onze jongkies lusten zeer eiwitrijk voedsel om snel te kunnen groeien tot de dag dat ze vliegen en voor zichzelf moeten zorgen en om zelfstandig te eten.

Gemiddeld word ik twee tot drie jaar oud, maar als ik geluk heb kan ik ook wel tien jaar of ouder worden, als ik mij tenminste thuis voel in mijn leefgebied. Mijn vrouw en ik zijn vogels die aan plaats gebonden zijn en we overwinteren in principe altijd op dezelfde plaats en in hetzelfde gebied, nooit niet ver van waar wij geboren zijn met steeds hetzelfde fluitend lied.

Mijn vrouw Ans en ik met mijn allerhoogste lied, proberen altijd onderweg in de tuin de andere te groeten. Wij kunnen dan op deze fluitende wijze de mogelijkheid scheppen ons en een ander beter te leren kennen, te waarderen maar zonder dat mierzoete lied. Het is dat stukje van jezelf en van die andere vogel, hoe hij of zij gebekt is en de wil er is om die ander te begroeten en te ontmoeten.

Als je door de lucht vliegt zoals ik Cas en goed luister naar de vogels daar beneden, dan hoor je altijd verschillende geluiden. De ene vogel fluit iemand na of probeert het steeds opnieuw. De andere reageert op het gefluit van weer ’n ander. Zo is er soms een irritatie bij vogels in het algemeen en als ik dan fluit geeft dat ook een exacte duiding.

Als je een mooi lied fluit of er lang over doet om dit lied mooi te laten klinken dan heb ik veel daarvoor moeten repeteren, het doet goed als je dan opeens dat lied hoort klinken door de ijle lucht.

Niemand op een enkele vogel daargelaten zal hierop reageren op dit mooiste lied dat door mij is gecomponeerd en waarvoor ik zoveel dagen leren moest tijdens mijn vlucht.

Complimenten geven is een kunst in je leven zegt Cas en dit geven is vroegtijdig in mijn karakter ingebed, complimenten ontvangen is altijd een vraag die op een verassing lijkt uit te komen en als een compliment wordt gegeven dan doet het je goed, dus opgelet.

Ik, Cas en hoofd van het merelgezin zegt er met mijn verstand niet bij te kunnen dat sommige merels die zich verzetten tegen de usutuvurusmaatregel en geen speciaal medisch zangvogelzaad willen pikken. Volgens Cas is dit zangvogelzaad namelijk de enige uitweg om uit de Usutuviruscrisis te komen, zo legt Cas dit uit in zijn nieuwssite en ook hoe je weer af moet kicken van de drug.

Vogels die geen Usutuviruszaad willen pikken, willen ook niet terug naar eerdere maatregelen. Deze vogels maken de weg uit de crisis, het pikken van speciaal voer, wel verdacht en gaan wel iemands lot bezegelen. Dat is heel raar. Het kan niet allebei, vindt Cas. Het heeft iets decadents om te denken dat je kunt bedanken voor het enige medische zaad dat ons uit deze crisis helpt, maar tegelijkertijd wel kunt rekenen op de solidariteit en de bescherming door anderen vogels die zich wel het Usutuviruszaad pikken, is toch een heel raar gebaar.

Cas maakt zich zorgen dat de complotterige theorieën die door allerlei fluitconcerten worden verspreid ook hier in de tuin te horen zijn. Cas moet zich vaak inhouden om daar niet op te reageren, dat doet pijn.

Ik heb heel veel melodietjes niet verstuurd. Sterker nog: ik heb ze ingezongen en toch maar weer vergeten voordat het in mijn gedachte alsmaar voortduurt en blijft zitten. Ook in mijn vogelnest heb ik heel veel uitspraken naar mijn vrouwtje niet gedaan, aldus Cas. Ik was erdoor aangedaan.

Mijn zang is een melancholisch fluiten, is ook welluidend, altijd relatief langzaam en met veel verspringende tonen en dat is keer op keer mooi maar ook duidend.

Ik kan vele verschillende roepen fluiten vanuit mijn opgeslagen arsenaal. Mijn contactroep is een fijn en rollende ‘srrieh’. Als ik opgewonden ben komt er een diepe ‘dack’. Mijn alarmroep is een gedempte ‘djoek’ of een hardere ‘dack, dack, dack’, langer overslaand ’taktak derriegie doek-doek’ of luidschreeuwend ’tieks, tieks, tieks’. En dat is het hele lied en mijn verhaal?  *JGJCVA23062021*

Een verhaal van Peer de Mot, onze nachtvlinder.

Mijn verzonnen verhaal over een mottenpaar die huizen op ons balkon.

“Peer en Pien de twee Motten” “De nachtvlinders”

(Er wonen twee motten) lied van Tom Manders

Het is vandaag 17 juni 2021, de zomerse temperatuur is opgelopen tot 32 graden en het is nu 15:00 uur. Er wordt vanavond en vannacht hevig onweer gemeld. Maar ik ga ons eerst even voorstellen, ik ben “Peer de Mot” en mijn maatje heet “Pien de Mot”, twee nachtvlinders bij uitstek en wij wonen ‘s nachts na ons uitstapje in het donker op een balkon verstopt tussen de plooi van een tafelkleed.

Wij moeten ons wel steeds verstoppen voor de komende uren, omdat op onze slaapplek op het balkon ook “Nico de Vleermuis” woont en precies net boven ons nachtelijke slaapplekje in een spleetje in de muur, dat uitkomt in de spouwmuur.

Vannacht zal het anders zijn om bij dit onweer buiten te gaan, onze vleugels worden dan te nat, net als die vlerken van “Nico”. Wij zijn een lekker hapje voor “Nico”, dus wij houden ons maar een beetje gedeisd en als het weer dag en weer licht wordt en “Nico” ergens in de spouwmuur aan zijn pootjes hangt en ook nog slaapt tussen zijn opgevouwen vlerken, dan kunnen wij hier rustig blijven zitten in deze plooi van het tafelkleed.

Voor ons is dat dan nu dus geen probleem, wij missen alleen die lekkere nectar van de bloemen van vannacht en dat is toch ook jammer dat wij dit goedje moeten missen. Het is snoepen van deze lekkere nectar of jij wordt opgesnoept door die vele “Nico’s” die boven ons rondvliegen in de lucht, opzoek naar alles wat vliegt in het donker.

Wij kunnen in deze plooi blijven zitten totdat die beste kerel die hier samen met zijn vrouw woont, ook op dit balkon zo dadelijk gaat zitten. Dit is hun appartement, hier wonen zij. Als hij of zij naar buiten komen en het tafelkleed van onze verstopplaats van de tafel wegnemen, dan beginnen zij het kleed altijd weer netjes op te vouwen en wordt het tot de volgende avond over een stoel gehangen.

Wij vliegen dan geschrokken en met veel respect voor deze mensen weg van het balkon de wijde wereld in en gaan ons ergens anders dan maar weer vlug verstoppen tot het volgende moment dat de avond weer valt en het weer donker wordt. Dan zoeken wij deze plek na een bewogen nacht weer opnieuw op. Wij zijn dan moe van het achter de andere motten aanzitten, het maakt mij moe als ik ook andere vrouwtjesmotten probeer te versieren. Zo gaat dat onder de mottenfamilie.

Wij zijn ook gek op deze fijne nectar om deze lekkernij te zoeken en op te eten hoor. Het is ook ons eten en hier leven wij van.

Het is een rustig balkon om hier te wonen en daarom zoeken wij steeds deze plaats opnieuw weer op.

Wij moeten spaarzaam zijn op ons lijf en leden omdat ons nachtvlinderschap en wij als motten nu hier mogen zijn en met z’n allen op deze aarde mogen leven, wij zijn uiteindelijk voortgekomen uit het verpoppen vanuit een rups die zich heeft verpopt en door zich in te omwikkelen met hele fijne draadjes. Dit rupsje dat op haar beurt weer is gegroeid uit de gelegde eitjes van een vrouwtjes nachtvlinder zoals mijn maatje “Pien de Mot”.

Wij denken wel eens waren wij maar een hele mooie vlinder geworden, een vlinder met van die hele mooie kleuren. Wij vertellen dit nu wel zo gemakkelijk maar zo gemakkelijk is dat ook weer niet gegaan hoor en omdat wij moesten wachten totdat onze jascocon te strak zat tijdens het verpoppen, is het ook ongemakkelijk geweest om steeds te blijven bewegen in die te krap geworden jascocon.

Mijn jascocon piept en kraakt van alle kanten en het geeft ons onderhuids een naar gevoel van heel veel irritatie en ook veel jeuk.

Dan op een gegeven moment als wij uit de jascocon zijn gegroeid dan begint de gekrompen jascocon te scheuren en glijdt deze vervelende jas zo van ons af. Wij zijn bevrijd uit de cocon en gaan verder met deze gedaanteverwisseling.

Hè hè, dat is een opluchting zeg, wij zijn weer los. Ik moet zeggen de kleur van mijn vleugels zijn nou niet geworden om naar huis te schrijven en mijn lijf is ietwat bruinig van kleur. Ik heb ook twee van die soort antennes op mijn kop staan voor het opsporen van de nectar en de vrouwtjes.

Ik denk dat ik mij eerder te zeer heb gespiegeld op die andere soort en ook op die mooie dagvlinder en zijn leventje overdag.

Dat is niet zo mijn soort en gewoonte hoor. Dus ik ben niet de allermooiste nachtvlinder en ook niet moeders mooiste zou ik zomaar kunnen zeggen. Maar ja, ik ben ook maar een vlinder voor de nacht en wie ziet mij dan in het donker.

Ook mijn leven dat misschien maar 3 weken duurt en niemand het meer heeft over ons heeft en ook geen tijd genoeg over is zich aan ons te wennen.

Op ons wordt steeds gejaagd door gebruik te maken van de specialiteit van de dierlijke sonar zoals die van “vleermuis Nico” die hierboven in het spleetje huist.

Omdat deze vleermuizen net als deze “Nico” zijn uitgerust met een soort sonar, dus een peilapparaatje in hun kop voor in het donker te kunnen vliegen en waardoor ze ons ook kunnen opsporen door de sonar op mij of op “Pien” te richten en zo te peilen waar we zijn, dan precies kan weten waar hij ons in de lucht als wij heen en weer vliegen kan pakken en oppeuzelen. Erg hè.

Het is een soort van geluidsgolfsignaal dat deze vleermuizen uitzenden en dat signaal wordt door mijn lijf tegengehouden en zo blokkeer ik in de lucht het signaal. Zo kunnen deze “Nico’s” precies weten waar wij zijn, op welke afstand enz in de lucht.

Maar ons peilen op onze slaapplek kunnen ze niet als wij lekker veilig onder ons tafelkleedje zitten en wij ook nog stil blijven en rustig zitten of hangen tussen de plooi.

Er zijn vlinders met van die schrikwekkende kleuren en grote afschrikwekkende afbeeldingen met van die grote ogen getekend op hun vleugels, allemaal noodzakelijk omdat deze tekening op hun vleugels een angstig beeld oproepen bij die een of andere rover en dan om hem of haar te laten weten, ik ben gevaarlijk hoor en kijk mij maar eens. Maar waarom hebben wij dat dan niet en zijn wij niet moeders mooiste? Ben ik “Peer de Mot” bestemd voor de lekkere hap?

Ben ik dan op deze aarde en alleen bestemd voor deze kerel van hierboven, namelijk “vleermuis Nico” van het spleetje. Ik durf er haast niet aan te denken dat mijn leven zo eindigen moet en ik als een lekker en gezond maaltje voor “Nico” steeds op zijn uitgebreide menu moet staan.

Snapt jij nou dat ik heel voorzichtig moet zijn en ik mij zo lang als nodig is moet blijven verstoppen? Doe ik niet aan verstoppertje spelen dan eindig ik veel vlugger dan ik dat kan bedenken in die muil van “Nico de vleermuis”. Geen vlinder breng ik meer voort en mijn generatie is sneller uitgestorven dan ik voorheen had kunnen plannen.

Ik lees hierover in diverse geschriften dat nachtvlinders of motten een grote groep vlinders zijn die overeenkomsten in gedrag vertonen maar geen samenhangende groep vormen. De groep omvat alle vlinders, met uitzondering van de Papilionoidea, waarvoor ook wel de naam Rhopalocera of dagvlinders wordt gebruikt. Deze namen zijn moeilijk uit te spreken voor mij maar er blijft hoop. Kijk maar op Wikipedia

Sommige nachtvlinders zijn ‘s nachts op zoek naar nectar uit bloemen. Ze komen op de zoete geur van de nectar af, ze kunnen immers heel goed ruiken zoals deze motten onze “Peer de Mot” en zijn “Pien”.

Een groot deel uit de vlindercollectie zijn nachtvlinders en vormen een grote groep van ongeveer 920 soorten.

Zo gaat het jammer genoeg ook met vele mensen op deze aarde, ook zij moeten schuilen en moeten zich verstoppen ergens onder het kleedje vanwege hun geaardheid en voor het loerende gevaar van honger, droogte, vervolging, oorlog en misbruik door die anderen. Hebben doorgaans geen nectar om van te smullen zoals deze vele nachtvlinders. Dan zijn het ook nog die “Nico’s” die overal loeren op de gemakkelijke prooi, zoals de arme burgers van hun land. Burgers leven onder erbarmelijke omstandigheden en dictatuur.

Machthebbers gaan voor hun eigen gewin doelen opzetten van macht en zucht naar nog meer.

Om in angst te moeten leven zoals onze nachtvlinder “Peer de Mot” en zijn “Pien”, maakt dat het leven bijna niets meer waard is en ook ongekleurd en dat er geen tijd genoeg overblijft om van te kunnen leven zoals elke mooie gekleurde vlinder met uitstraling en wel alles heeft om van te leven en die hem of haar steeds daarmee plaatst in een beschermde omgeving die hun veiligheid biedt.

Zo zijn er twee verschillende vlinders, de ene leeft in de nacht en de andere vlinder overdag. Twee kwaliteiten zijn er te vinden zowel in de hoge als ook in de lage sentimenten. De kleuren van lijf en vleugels heeft met het vlinder zijn geen niveau en ook geen betekenis.

Vanmorgen op 07 juli 2021, de dag nadat er een vreselijke aanslag is gepleegd in ons land ben ik “Peer de Mot” met mijn vrouwtje “Pien” stiekem door de opengelaten balkondeur gevlogen voordat het nacht wordt.

Wij zijn van ons balkon naar binnen gevlogen en hebben ons uit angst voor de komende nacht verstopt in de plooi van het overgordijn binnen in de woonkamer en achter de radiator.

Mijn flinke uit de kluiten gewassen antennes op mijn kop vingen dit vreselijke bericht van deze aanslag van gisteren op. Ik wist niet dat diezelfde kerel van de vorige nachten en die mij steeds uit mijn verstopplaats jaagt, ook hierbinnen huisde en mij “Peer de Mot” diep verzonken in mijn slaap, dromend over lekkere dingen en nog lekker hing te snoezen dicht tegen mijn “Pien” aan.

Maar bij het openen van de balkondeur ’s morgensvroeg en bij het wegschuiven van de overgordijnen, die kerel ons weer opnieuw ontdekte en wij ons plekje weer moesten verlaten.

Hij dirigeerde ons met zachte hand naar buiten dat wel.

Dit zal ons de volgende keer niet meer gebeuren en zullen wij ons ergens anders moeten gaan verstoppen en zeker voordat de winterse dagen die snel komen gaan, daar zijn. Dan zullen wij het te koud krijgen en zullen bevriezen.

Als de deur van het balkon straks open staat sluipen wij snel naar binnen, gebruiken onze vleugels zo min mogelijk zodat die kerel ons zeker niet zal bemerken en gaan wij ons op die kerel zijn slaapplek verstoppen ergens boven op een kast of zo. In ieder geval op een plek die hij niet zo gauw zal vinden.

Wij hadden hier al een hele tijd gezeten, misschien wel een aantal dagen, verstopt op die kast toen die kerel zijn vrouw ons bemerkte en ons met de stofzuiger heeft opgezogen. Wij belanden dan automatisch in die afvalbak met stof. Ik kan bijna geen ademhalen en heb het benauwd, ik moet vreselijk hoesten en proesten door al dat stof en vuil.

Wanneer zal deze bak geleegd worden denk ik en word ik weer bevrijdt? Enkele dagen later heb ik geluk en worden onze gevangenis en stofbak geleegd in een plastic zak en belanden wij in de gemeentelijke stortbak op straat. Hiep, hiep hoera, wij zijn weer bevrijdt en kunnen wij onze vleugels weer spreiden en schoonmaken en bevrijden van al dat stof.

Ons verstoppertje spelen was weer voorbij. Dit was echt al de zoveelste keer en tegen onze zin in en wij dachten dat wij hier veilig konden blijven slapen op deze kast.

En nee hoor, het blijkt weer een verkeerde inschatting te zijn geweest en ik denk echt dat ook ons leven in gevaar komt en de onderwereld zo de overhand zal krijgen.

Ook rondom mijn balkon wordt het minder veilig. Dat met het plegen van de aanslag deze week ook mijn leven weer minder veilig is geworden.

Gelukkig is maar weer eens gebleken dat er ook nog goede mensen zijn die mij met zachte hand uit mijn slaapplek naar buiten dirigeren en mij “Peer de Mot” weer toevertrouwen aan de gevaarlijke wereld daarbuiten waarin vleermuizen als Dracula’s huizen, precies net zoals hij “Nico de Vleermuis” die huist in het spleetje boven in de spouwmuur van mijn balkon.

En ja hoor, de volgende morgen was het weer raak, komt die kerel weer van het balkon naar buiten de zon schijnt volop en gaat hij mijn verstopplaats weer slopen en word ik “Peer de Mot” gestoord in mijn intieme relatie met mijn vrouwtje “Pien de Mot” en ook met haar vriendin “Josefien de mot”. “Josefien” was juist bij ons op bezoek voor een nacht.

Het tafelkleed waarin wij ons allemaal hadden verstopt en in een enkele vouw van het kleed wordt het kleed wilt weggetrokken en verwijderd van de tafel en daarna weer netjes opgevouwen en gehangen over een andere stoel.

Daar vlieg je dan weer met je hele familie de wijde wereld in en maar weer naar een volgende asielplek.

Voor hoelang nog zal deze onderwereld mij “Peer de Mot” in leven laten voordat ook ik mijn plicht heb gedaan? Zal de wereld inzien dat er ook nog goede kanten aan de mottenwereld zitten, dat ook bij grote inspanning deze vreselijke negatieve kanten ook nog zijn bij te slijpen? Ik hoop echt dat ik dit proces van elkaar begrijpen, elkaar liefhebben, deze haat zal overwinnen, dat ik dat nog mee mag maken tijdens mijn levenscyclus.

Omdat ik zelf vind dat ik een doordouwer ben en volhoudt met wat ik wil, zijn wij toch nog weer opnieuw naar binnen gevlogen de kamer in en hebben wij weer diezelfde truc uitgehaald als de vorige keer en weer zijn wij rechtstreeks naar de slaapkamer gevlogen.

Wij denken hier dan weer opnieuw voor enkele dagen ons verstek te vinden. Wij moeten de winter overbruggen en overleven denken wij en wachten tot het weer lente wordt. Dan vliegen wij weer uit en begint ons leven weer van voor af aan en opnieuw.

En jawel hoor, na enkele dagen verraden wij onszelf weer op onze slaapplek bij het raam en in de vouw van het overgordijn waarin wij ons hadden verstopt. Het gordijn wordt om 8 uur weggeschoven, het is weer dag. Mijn verstopplaats is weer bekend. Die kerel van het appartement heeft ons verrast en ontdekt en gaat wel weer weg.

Hij komt weer terug met een lege jampot met los deksel. Hij is ons weer te snel af. Hij gaat ons vangen denk ik en ja hoor daar gaan we weer. Wij verdwijnen in de lege jampot en het deksel wordt er opgeschroefd.

Wat zal hij met ons gaan doen, wij zullen toch niet stikken als hij de deksel op de pot draait?

Gelukkig gaat hij met ons in de jampot naar het balkon en laat ons weer vrij en daar gaan we weer voor de zoveelste keer. Wij vliegen weer de wijde wereld in op zoek naar een nieuwe plek in het asiel.

De dagen zijn te warm voor de tijd van het jaar en het is 15 graden warm nu. Zo op het einde van december en voor ons is het een onaangename tijd omdat het kan vriezen en het kan dooien. Je weet niet wat er met de natuur gebeurt en hoe wij ons met deze klimaatomslag zullen moeten gedragen.

Het kan ook nog verschrikkelijk koud worden en flink wat graden onder nul gaan vriezen en het leven van ons hangt dan aan een zijden draad tot het volgende jaar dan maar weer als ik het met mijn “Pien” maar zal overleven.

“Peer de Mot en zijn “Pien” zijn niet meer, hun dagen waren verstreken en ik denk dat “Nico de Vleermuis” hier in het spleetje boven in de muur hen heeft opgewacht en zijn zij door datzelfde spook met zijn vlerken uiteindelijk bezweken. Zo zie je maar dat ook “Motten”, hoe belangrijk ook voor deze wereld ooit zullen begrijpen dat Nectar opsnuiven door welke Mot of vlinder dan ook, altijd nog beter is dan het gebruiken en snuiven van “Coke”.

*JGJCVA07072021* https://youtu.be/XgQo0tz0UJc

*

Mijn fietstocht in 2001

Met dit verhaal breng ik een dag en een moment van die dag in 2001 in herinnering. Mijn fietstocht van deze dag was op een doordeweekse dag in de week. Elke dag had ik mij verplicht om in verband met mijn eerdere hartklachten in 1999 en het inbrengen toen van een stent in een van de hoofdslagaders op mijn hart, dagelijks te gaan fietsen en tochten te gaan maken. Ook al regende en sneeuwde het, ik ging toch mijn tocht maken en zelfs door weer en wind. Ik kleedde mij daarop aan en ging toch. Nog geen elektrisch aangedreven fiets, nee, die was nog niet uitgevonden. Het is een uitstekende manier om veel verloren energie weer op peil te brengen en ook door deze inspanning kleine haarvaatjes op het hart weer opnieuw aan te maken. Op een gegeven moment in 2005 ben ik van de fiets afgestapt en zijn mijn vrouw en ik elke dag enige km’s gaan lopen en dat doen wij nu nog elke dag.

Het moment dat ik op deze dag in 2001 toen meemaakte is voor mij in als een blijvende herinnering opgeschreven en in mijn geheugen gegrift en telkens weer denk ik aan dit moment van die tijd en ook aan deze dag terug. Mentaliteiten van mensen zijn niet anders geworden en ik zou haast op z’n zachts durven te zeggen, deze zijn niet veel verbetert tot op vandaag en deze dag.

Ik ben aan mijn dagelijkse fietstocht begonnen van ongeveer anderhalf uur en 18 km lang, onderweg ga ik dan bij het AC Restaurant, dat langs de A2 en richting Maastricht ligt een rustpauze maken om wat op verhaal te komen. Ik fietste altijd stevig door omdat het anders weinig aan je conditie doet. In het AC restaurant ging ik dan elke dag de krant lezen en ook genoot ik van een heerlijk kopje koffie, trouwens het tweede kopje koffie was al lang niet meer gratis. De tijden veranderde waarbij het kopje koffie in de gulden tijd fl.1,35 koste, dat was dus voor 2001 in de goede oude gulden tijd en nu na 2001 wordt de prijs ineens € 2,10. Als ik dan omreken, omrekenen vanaf 2001 dat moeten we natuurlijk allang niet meer doen, maar toch… is dat in guldens toen fl. 4,63. De waarde van de euro is natuurlijk ook flink gedaald, maar toch, het salaris, loon of pensioen dat werd hier niet op aangepast. Ook de mens veranderd en is ook in zijn of haar waarde in mijn visie enkele treden afgewaardeerd. Ik zal u in dit fietsverhaal proberen duidelijk te maken wat ik toen meemaakte en ik bevestig hiermee denk ik ook, dat ik er op deze dag al niet meer toe deed.

Aangekomen met mijn fiets bij het AC restaurant via allerlei binnendoor weggetjes, rijd ik het afgerasterde AC terrein op. Na het stallen van mijn vervoermiddel ben ik naar binnen gegaan en heb ik een kopje koffie zelf getapt zoals dat hier te doen gebruikelijk was. Ik heb een krant van de stapel genomen en bij de kassa samen met de koffie afgerekend.

Er was weinig plaats aan de leestafel, dus ben ik maar aan een grote ronde tafel gaan zitten. Deze tafel was leeg en groot genoeg om met vijf personen aan te schuiven. Dit even terzijde en vertel ik dit erbij omdat het natuurlijk ook om deze grote tafel gaat anders klopt mijn verhaal ook niet. Als ik aan een tafel voor twee personen was gaan zitten, was dit verhaal er natuurlijk nooit geweest en had ik het niet kunnen omschrijven.

Ik zat er al ongeveer een half uur, mijn krant had ik bijna uitgelezen, toen er een oudere dame van tegen de tachtig mij vroeg of zij bij mij mocht aanschuiven, ik zei ja hoor, gezellig. Omdat er genoeg plaats was aan mijn tafel stemde ik daarin natuurlijk netjes en vriendelijk toe. Ik neem mijn krant weg, ruim hem op omdat ik het niet zo netjes vond om maar steeds met bladen van de krant te wapperen in iemand zijn gezicht. Zij zei niets en keek maar wat rond totdat er nog een dame naast haar aanschoof zonder te vragen aan mij of ze….., want ik telde niet meer mee al was dit mijn tafel in eerste instantie, ik zat hier toch het eerst?

Het is dan voor de volgende personen van boven de tachtig jaar die dan aanschuiven, ook zeker van geen belang meer wie er aan deze tafel als eerste zat. Even later schoof er ook nog een oude heer aan. Ik was verder niet meer van belang in het gezelschap en men begon met de conversatie. Men begon rondom mij aan de tafel te kletsen en men deed alsof ik niet meer bestond. Alle verhalen vlogen over mij heen als verschrikkende vogels in de lucht. U kunt zich een dergelijke conversatie best voorstellen, denk ik. En dan hoor ik ze zeggen……afluisteren is niet zo netjes, maar als je de oren spitst dan hoort je nog eens wat. Zo ook toen op deze dag.

Hoe gaat het met jou vroeg de ene dame aan de andere dame, wat zeg je… en de zin wordt nogmaals herhaalt. Hoe gaat het met jou? Nou dat zal ik je vertellen en de andere dame zei ”phpd”, het waren een paar aan elkaar gekoppelde letters en mij zeiden ze niet zo veel, ik dacht eerst dat ze een beetje stotterde en ik had eerlijk is eerlijk dit antwoord nog nooit gehoord. Die ene dame op haar beurt vroeg toen wat zeg je? Wat mankeer je? En ze zegt weer ”phpd”, ze gaat uitleggen wat het betekent, het betekend zegt ze, pijntje hier pijntje daar. Deze uitspraak “phpd” zijn de beginletters van de vier woorden die zij uitspreekt. En dan zegt zij, de dame met de “phpd”, je weet wel het wil niet zo meer zo goed, maar om steeds te klagen daar ben ik ook niet zo’n voorstander van, dus ik zeg dan gewoon ”phpd”, men snapt dan niet wat ik zeg en dus vraagt men dan ook niet meer naar mijn kwalen en mijn gezondheid. Het blijft even stil en dan gooit de andere dame het over een andere boeg…..

De andere dame vraagt daarop, zeg speel jij nog op je bamboefluit? Nee zegt die eerste dame weer, ik speel wel fluit, maar niet op de bamboefluit omdat die niet zo in de compositie is in te passen en dus is die niet meer zo interessant voor mij. Het lijkt wel of zij op haar leeftijd nog altijd in een orkest meespeelt. Je gelooft je oren niet. De andere dame gaat dan weer terug naar het vorige onderwerp en vraagt dan…..

Ben jij de laatste tijd nog ziek geweest, vraagt dan weer de aangeschoven dame. Neen, dat niet meer, maar ik ben wel oudtante geworden. Zo…. en hoe is het met de moeder? O goed denk ik zegt de eerste dame weer, zij heeft wel een totale bekkenfractuur, maar het kind is gezond en dat is toch het voornaamste. Ik wist niet wat ik hoorde.

Nou ja denk ik dan in de stilte mee en al luisterend naar deze conversatie moet ik dan constateren, dit is dus niet leuk voor de moeder, een bijzaak zelfs, een opmerking van mij dan, je zult het maar overhouden van een bevalling, maar het is schijnbaar bij deze dame die niet weet wat een totale bekkenfractuur is, dus maakt het weinig uit.

Opeens begint de oude heer te praten en mengt zich in het gesprek en zegt, zeg dames hebben jullie het ook gezien je kunt hier ook internetten. Toentertijd stonden er van die automaten in de AC’s en kon je tegen betaling een e-mail versturen of zoiets dergelijks. Ik heb mij daar nooit zo in verdiept in die tijd en tijdens mijn fietstochten moet ik zeggen. Zullen wij een e-mail sturen naar Paraguay, hij praat er over alsof het zijn dagelijkse bezigheid is en zo te zien en de manier hoe hij verder erover praat heeft hij ooit van zijn kinderen en kleinkinderen van deze mogelijkheid gehoord denk ik. Een e-mail is toen vanaf deze tafel door deze mensen nooit verzonden zover ik dit kon beoordelen.

Toen stond de bus weer gereed voor de mensen die mijn tafel bezette, en het gezelschap vertrok vanaf mijn tafel en weer zonder een woord tegen mij te zeggen, lopen zij weg. Goeden dag of tot ziens en bedankt voor uw gezelschap was niet aanwezig in hun vocabulaire. Voor deze mensen was ik in de hele aanschuifperiode aan mijn ronde tafel lucht geweest. Ik hoop wel dat ze met elkaar een gezellige dag hebben gehad. Om het te onthouden heb ik een aantal worden op de zijkant van mijn krant geschreven om daardoor dit verhaal te kunnen beschrijven.

Na deze gebeurtenis ben ik naar huis gefietst, niet rechtstreeks en ook niet dezelfde route terug hoor, maar bij het AC restaurant rechtdoor, er was verderop op de A2 een ongeluk gebeurt. JGJCVA14042021* 

****

Een belevenis tijdens onze vakantiedagen in het Sauerland-Duitsland in 2005.

Een belevenis tijdens onze vakantiedagen in het Sauerland-Duitsland in 2005.

We vroegen ons af na deze belevenis. Hebben we dan toch een beschermengel die met ons meeloopt of meekijkt?

  • Plots was daar die behulpzame jongeman uit het niets.
  • Een bijzondere ontmoeting?
  • Een Engel?
  • Wij weten het niet, we twijfelen nog steeds en ook elk moment.

Wij vertellen in dit verhaal wat wij meemaakte tijdens een van onze wandelingen in dit prachtige gebied, dat Sauerland heet. Wij vertellen hiermee een verhaal dat ons in elk geval beroerde.

Het is vandaag een gewone zondag 7 augustus 2005, wij zijn weer op ditzelfde adres en vieren vakantie voor enkele dagen in het Sauerland in Duitsland.

Wij logeren bij Landgasthof KLEINER in het dorp Stockum (er zijn vele dorpen met de naam Stockum in Duitsland) en dit dorp valt onder de gemeente Sundern in Noord-Rijnland-Westfalen. Sundern ligt vlak bij de Sorpesee, dit is een groot stuwmeer waar campings en hotels rondom liggen en waar veel aan watersport wordt gedaan. Op dit stuwmeer gaat een rondvaartboot in de zomerse dagen op en neer en vaar je met deze boot mee naar het andere einde van dit stuwmeer. Stockum is te bereiken op verschillende manieren. Met de auto via Venlo en het Ruhrgebied en via de autoweg Roermond, Keulen, Olpe enz. het is een kleine 200 km vanuit Weert.

Het weer vandaag is niet zo best, maar de lucht ziet er niet uit dat het aanhoudend zal gaan regenen en wij besluiten toch maar om te gaan wandelen. Gewapend met wel een paraplu en onze wandelstokken gaan we op weg. We hebben zojuist een goed rijkelijk gevuld ontbijt genoten en we hebben zo voldoende brandstof en energie opgedaan. De weg die wij willen gaan is nieuw voor ons. Deze weg hebben we nog niet eerder gelopen en het is dus voor ons weer een nieuw avontuur en een nieuw gebied om te gaan ontdekken.

Wij komen regelmatig in het Sauerland en logeren dan steeds bij de familie Kleiner. Dit doen we al vanaf en sinds 2002 en zodoende komen we hier nu op dit moment als ik dit opschrijf bijna 20 jaar. Het jaar 2020 gooit roet in het eten omdat de hele Coronacrisis en de daaraan gekoppelde pandemie van niet kunnen reizen ons parten speelt. Het jaar 2021 begint ook nog niet goed en zijn wij in afwachting van onze vaccins die ons zijn beloofd en in het tweede kwartaal van 2021 moeten zijn gezet. Voor ons wordt het leven dan weer wat normaler hopen wij.

Wij lopen achter ons hotel de weg op en richting de stad Sundern en we volgen voorlopig de wegmarkering met de open vierkantjes die als plaatjes tegen de bomen zijn gespijkerd en gaan dan op de T – kruising bij de eerste boerderij rechtsaf. Dan gaan we weer naar links, over een bruggetje, volgen deze bosweg richting Recklinghausen. We gaan tussen twee bergen door, dat is dan de Winzenberg en de Kahlenberg.

Aangekomen in deze plaats, gaan we tot aan de hoofdweg de L 519, dan gaan we een paar 100 meter naar rechts en slaan dan weer links af. Deze weg loopt tussen enkele huizen 100 meter door langzaam naar omhoog, dan gaan we weer naar links langs de afrastering van een waterwingebied. Op deze afbuiging staat een bankje en we rusten even uit van de inspanning en na het uitvoerige ontbijt.

Wij vervolgen onze wandeling weer. Het is een mooi pad dat we lopen en er staan flink wat braambesstruiken langs de kant van het pad over een afstand van zo ongeveer 10-tallen meters. We plukken enkele bramen en gaan dan verder, dus weer genoeg energie. we hebben onze vitaminen weer binnen en misschien hebben wij die ook nodig omdat het een zeer inspannende wandeling zal worden blijkt voor ons achteraf.

Het voetpad is vrij smal en je kunt zien dat er weinig gelopen wordt. Het pad geeft een prachtig uitzicht richting het dal onder ons en we lopen steeds verder naar omhoog. Boven aangekomen staan we plotseling voor een oorlogsmonument, een enorm wit geverfd betonnen kruis van ongeveer twintig – dertig meter hoog.

Aan beide zijde van het kruis op een tableau links de gevallenen uit de eerste Wereldoorlog en rechts een tableau met daarop de gevallenen uit de tweede Wereldoorlog. Allemaal soldaten die gestorven zijn uit dit gebied en uit het Sauerland voor de waanzinnige gedachten en kronkels van enkele fanatici, politici die alleen burgers, hun eigen burgers gebruiken voor hun gedachtengoed en macht. Ik denk wel eens als burgers het voor het zeggen hadden en konden weigeren om wapens in opdracht op te nemen om daar andere medeburgers mee te doden voor het genot en genoegdoening van die fanatici en machthebbers die hun handen niet vuil willen maken, wat zou de wereld er dan anders uit zien.

Het ziet er naar uit dat hier weinig mensen komen. Dus denken we dan wat ligt deze gedachtenisplaats er eenzaam bij en worden die geschreven burgers, soldaten dan niet steeds meer vergeten? Waarvoor zijn zij gestorven? Als we er later tijdens onze wandeling op gaan letten zullen we het kruis op een lange afstand blijven zien, maar zien wij hun namen niet meer. Het kruis staat op een lager niveau op de berg dan een enorme elektriciteitsmast weer verderop en waarvan stroom wordt getapt voor de burgers hieronder in het dal. Als we dan weer doorlopen staan we na enige tijd oog in oog met deze enorme elektriciteitsmast en hier onder deze mast rusten we dan even uit op een bankje, dat zo lijkt wel voor ons alleen hier is neergezet en ik maak wat foto’s om ons heen.

We discuteren dan even met elkaar en kijken welke kant we op zullen gaan en als we goed op de landkaart van dit gebied kijken dan moeten we naar rechts afslaan volgens ons dan. Dit besluit van ons is achteraf verkeerd gebleken want we waren nog niet eens zo gelopen om af te buigen naar de stad Sundern, dit was wel onze bedoeling om er dan in een restaurant koffie te gaan drinken met iets lekkers erbij.

We zijn dus dit verkeerde pad opgegaan en na enkele minuten ging het toch flink regenen en moesten we onze paraplu opzetten. Zo met geopende paraplu hebben we enige tijd zo doorgelopen, eerst door een ruim beplant bos met grote bomen en hierin in dit bos stond een stenen zuil met rondom wat plaatsnamen (Weninghausen, Westerveld en Recklinghausen) bedoeld om aan te geven en ook als een markering voor het samenkomen van hun gezamenlijke grenzen. Dan lopen we op een pad dat helemaal tegen de berg aan is gelegen en waar je aan een kant de berg langs je heen omhoog ziet gaan met de flinke bebossing en heb je aan de andere kant als je omlaag kijkt weilanden in het dal. Je loopt steeds onder de bebossing door en je moet uitkijken dat je niet steeds tegen de struiken die langs en boven je hangen aanloopt. Door de regen en de paraplu op, word je dan toch nog steeds veel natter dan voorzien omdat door de aanraking het regenwater alle kanten opspat.

Opeens zeggen we tegen elkaar terwijl we maar steeds verder lopen dat we denken en het zelfs ook niet durven uit te spreken en stilletjes denken dat wij niet goed lopen. Als je goed om je heen kijkt dan ligt de stad Sundern meer links op de kaart en het plaatsje wat we zien liggen hieronder zeker niet de stad Sundern is.

Volgens de kaart zou dat het plaatsje Weninghausen kunnen zijn. We weten het niet meer en de landkaart wordt door het steeds erop moeten kijken goed nat. Maar goed er zijn meer landkaarten zeggen we tegen elkaar.

Plotseling uit het niets passeert ons op dit smalle pad een jonge man van ongeveer 25 jaar, we hadden hem helemaal niet aan horen en zien komen.

Mijn Tonny vraagt aan hem, terwijl hij ons passeerde, of dit pad wat we lopen uitkomt op de weg naar de stad Sundern.

Hij zij ons daarop in het voorbijgaan, dat we goed fout zaten en dat we terug moesten lopen en weer helemaal omhoog teruggaan totdat we weer zijn bij die enorme elektriciteitsmast en dan het andere pad nemen wat erop uitkomt.

Dus weer dat hele stuk omhooglopen?

Hij vertelde ons ook dat dit niet meer zo ver was. Het was wel een flink stuk teruglopen en dus bergop en dus extra zwaar en dan met deze regen.

Waarom vertelde hij dit aan ons, we wisten waar we vandaan kwamen. Of Wilde hij ons op ons gemak stellen? Wat ons opviel was dat de jongeman die nergens vandaan had kunnen komen zonder dat wij dit zouden hebben gezien. Hij was ook weer zo uit ons gezichtsveld verdwenen na deze ontmoeting. Er waren geen parkeerplaatsen, noch andere paden die aangesloten waren op ons pad. Het viel ons beide op dat de man geen waterdruppels op zijn jas had. Hij was helemaal niet nat geworden en had een nette overjas aan, niet direct een kledingstuk om hier te gaan wandelen op dit uur van de dag. Wij hadden een paraplu nodig om niet nat te worden, hij zou toch ook nat moeten worden zou je zeggen, zeker om onder de hangende takken door te moeten gaan en soms in een gebogen houding, dan kun je niet droog blijven.

Mijn Tonny en ik zijn zwijgend teruggelopen totdat we weer boven op het wat vlakkere terrein waren en weer terug bij die Enorme elektriciteitsmast. We zeiden allebei tegelijkertijd tegen elkaar, had jij dat ook gezien dat die man uit het niets kwam en niet nat was op enkele druppels na. Wij hadden er bij het omhoog lopen allebei over na lopen denken hoe dit had gekund. Waar kwam hij dan vandaan? Was dit onze beschermengel geweest?

Uiteindelijk zijn we weer boven bij de elektriciteitsmast en gaan dan het andere pad volgen wat op de kaart stond aangegeven. We lopen dan langs kleine bospercelen en afgemaaide korenvelden en komen dan onder aan de hoofdweg weer uit. Het regent nog steeds en onze schoenen blijken toch niet helemaal waterdicht.

Onderaan het pad dat wij hadden gelopen volgens de kaart ligt hier een restaurant voor de snelle hap en we besluiten om hier maar koffie te gaan drinken in plaats van in de Stad Sundern. Het leek ons met dit slechte weer en de belevenis van de boodschap van de jonge man niet erg zinvol om door te lopen. Onze gedachten waren steeds bij deze ontmoeting het liet ons niet los. We waren maar net binnen in het wegrestaurant of er ging een regenbui over ons heen die als we nog buiten waren geweest in het vrije veld, we door en door nat waren geworden ook al hadden wij onze paraplu opgehad. Toen het weer droog geworden was zijn we verder gelopen richting Recklinghausen en weer terug naar ons hotel.

We zijn weer dezelfde weg teruggelopen tussen de bergen door naar ons hotel in Stockum. We hebben vandaag toch weer fijn gewandeld. Wij hebben iets beleefd dat in het geheugen enige tijd of voor altijd wat mij nu toch duidelijk is gebleken zal blijven zitten. In ieder geval zullen we het aan iedereen die het horen wil vertellen en ik ga het opschrijven. Of de aanhoorders of lezers het dan willen geloven wat wij hebben meegemaakt of ook niet, wij in ieder geval zaten er vol van en nu nog.  *JGJCVA, 07-08-2005*Een engel die verkleed was als man en die ons de weg wees*

Oude foto NCB 1918

Een korte geschiedenis,

Mijn vader geboren in 1904 is gaan werken als 14-jarig knaapje in het jaar 1918 in deze nieuwe fabriek, e.e.a weergegeven op dit oude plaatje van de N.C.B aan de N.C.B.-laan in Veghel. Dit bedrijf is door de jaren heen flink uitgebreid tot een concern van formaat. Mijn vader heeft hier in de fabriek bijna 40 jaar gewerkt totdat hij werd weggeroepen door de vrijwilligersbrandweer, na deze oproep is hij nooit meer thuisgekomen. Hij ging op weg om mensen die in nood waren te helpen. Hij kreeg een hartstilstand onderweg naar de brandweerkazerne. Uiteindelijk bleek het een schoorsteenbrand te zijn. Hij liet mijn moeder alleen achter met 5 kinderen van 4 tot 12 jaar oud. *JGJCVA25052021*

(De uitgegroeide N.C.B. van de C.H.V. Veghel aan de oude binnenhaven.)

Voor onze appartementen contacten te leggen via onderstaande telefoonnummers en adressen.

European Residential Management

Sarphatiplaza 8ste verdieping, Rhijnspoorplein 3, 1018 TX Amsterdam
Bankrekeningnummer: NL87INGB0009083668,

telefoonnummer: 020 – 23 58 812,

  1. e-mail voor contact: info@eresm.nl,
  2. Melding voor klachten onderhoud: technischbeheer@eresm.nl,
  3. Eresm | Bewonersportal (huurderonline.nl),
  4. klachten te melden op: maandag tm donderdag van 09:00 tot 12:00 uur en van 13:00 tot 16:00 uur en op vrijdag van 09:00 tot 12:00 uur.
  5. Weer een nieuwe eigenaar van deze appartementen “PARKHOF”.

Wonen Limburg Postbus 1254, 6040 KG Roermond.
Woonservice-Weert@wonenlimburg.nl
Verhuurder: Wonen Limburg. Tel: 088-385 – 0800
Website: www.wonenlimburg.nl – E-Mail: post@wonenlimburg.nl

Van de Beuken Centrale Verwarming zijn te bereiken:

Bezoekersadres: Molenweg Zuid 6, 6129 PH Urmond
Tel: +31 – (0) 46 – 433 19 89
E-mail: info@vandebeucken.com,

WML watermeter
Watermeternummer: …, huisnummer …,
klantnummer/opnamenummer: 380417…
WML: Naast het online verzenden van de watermeterstand kun je deze ook telefonisch doorgeven op 0800 – 2100 (gratis), met een smartphone of tabletcomputer op www.wml.mobi of de ingevulde opnamekaart per post verzenden.

ENECO: elektriciteit en gasleverancier.
Bellen met de Klantenservice: 0900 – 0201
Bereikbaar op werkdagen tussen 08.00 en 18.00 uur.
Per post: Eneco, Postbus 1014, 3000 BA Rotterdam.
U kunt uw klacht doorgeven via ons klachtenformulier.

Enexis is de netbeheerder voor aansluitingen en transport vanaf: 1 juli 2017 voor het Gas en Elektriciteitsnet voor ons appartement.
Contactgegevens www.enexis.nl/welkom

Gemeente Weert, Postadres: Postbus 950, 6000 AZ Weert

Bezoekadres: Wilhelminasingel 101 Weert
Telefoon: (0495) 575 000 (algemeen gemeente Weert)

Bedrijfsinfo van Jos Joosten (PATIO) aanleg en onderhoudt van tuinen.
Adres: Bezoekadres: Drukkerijstraat 3, 6001SL Weert
Factuuradres: Kloosterstraat 64, 6004KN Weert
Contactgegevens: GSM 06 41 00 10 42
E-mail: info@tuinverzorgingjosjoosten.nl