Wanneer de oorlog dichterbij komt.

Soms zit ik ’s avonds voor de televisie en kijk ik naar beelden die ik moeilijk kan plaatsen naast het gewone leven dat zich hier om mij heen afspeelt. Op het scherm vliegen drones door de lucht, slaan raketten in en veranderen gebouwen in enkele ogenblikken in puinhopen. Mensen zoeken naar familieleden, vluchten uit hun woningen of staan verslagen tussen de resten van wat kort daarvoor nog hun huis was. Ondertussen staat bij mij de koffie op tafel, ligt de telefoon naast mijn stoel en weet ik dat morgen het dagelijkse leven van mij gewoon weer verdergaat.

Juist dat contrast houdt mij steeds vaker bezig. De oorlog in Oekraïne speelt zich niet af aan de andere kant van de wereld, maar op ons eigen continent. Toch lijkt het soms alsof wij een bepaalde afstand hebben gecreëerd, alsof het nieuws uit een andere werkelijkheid komt waarin wij zelf geen rol spelen. Maar die zekerheid wordt steeds moeilijker vol te houden. De oorlog duurt maar voort, de grootschalige Russische invasie van Oekraïne duurt op dit moment 4 jaar, 7 maanden en 14 dagen (gerekend vanaf 24 februari 2022). Als de eerdere Russische annexatie van de Krim en de oorlog in de Donbas (die begonnen in februari 2014) worden meegeteld, duurt het conflict inmiddels al ruim 12,5 jaar.

De militaire middelen worden geavanceerder en de politieke verhoudingen worden scherper. Daarom vraag ik mij af of wij als burgers van Europa langzaam in een oorlog worden gezogen waarvan het uiteindelijke verloop niemand werkelijk kan overzien.

Ik schrijf dit niet omdat ik de wijsheid in pacht heb. Integendeel. Ik stel deze vraag juist omdat ik geen antwoord heb en omdat ik vind dat degenen die over onze toekomst beslissen, die vraag veel nadrukkelijker zouden moeten stellen. Wat mijn vergevorderde leeftijd mij heeft geleerd is, maar allereerst dit, ik ben geen militair, geen diplomaat of welke politicus ook en ik heb nooit aan een tafel gezeten waar over oorlog en vrede werd onderhandeld. Toch heb ik in mijn lange leven genoeg veranderingen meegemaakt om te weten dat de toekomst zich zelden gedraagt zoals wij haar vooraf bedenken.

Ik ben opgegroeid in een wereld waarin televisie en mobiele telefoons nog geen vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven waren. Inmiddels wel en kunnen wij binnen enkele seconden zien wat er duizenden kilometers verderop gebeurt en kunnen moderne wapens een afstand overbruggen die vroeger een natuurlijke bescherming leek. De techniek heeft ons veel gebracht, maar het heeft ook iets veranderd aan het karakter van deze oorlog in het bijzonder. De grens tussen ver weg en dichtbij is flink dunner geworden. Misschien maakt mijn leeftijd mij daarom voorzichtiger. Ik heb geleerd dat vrede niet vanzelfsprekend is en dat politieke verhoudingen in korte tijd kunnen veranderen. Wat op een bepaald moment ondenkbaar lijkt, kan enkele jaren later zomaar werkelijkheid zijn.

Ik wil daarmee niet beweren dat Europa aan de vooravond van een grote oorlog staat. Dat weet ik niet en daarin heb ik ook geen inzicht. Niemand weet dat misschien? Maar juist die onzekerheid maakt mij waakzaam. Waar blijft de Europese stem? Wat mij in de huidige situatie het meest bezighoudt, is de rol van Europa zelf. Het continent waarin de oorlog woedt. Ik zie op tv, in de krant voortdurend er is overleg, zijn er verklaringen en politieke bijeenkomsten, maar ik mis soms een boodschap die verder reikt dan de gebeurtenissen van deze dag.

Ik zou graag willen weten welk toekomstbeeld onze leiders voor ogen hebben.

Wat willen wij uiteindelijk bereiken? Hoe moet deze oorlog eindigen? Welke risico’s zijn wij bereid te nemen en welke niet? En wanneer wordt het moment bereikt waarop politieke onderhandelingen belangrijker worden dan de volgende militaire stap?

Ik begrijp dat zulke vragen niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Een land dat wordt aangevallen heeft het recht zich te verdedigen en Oekraïne kan niet zomaar worden gevraagd zijn veiligheid op te geven. Tegelijkertijd kan militaire steun op zichzelf geen einddoel zijn. Ooit moet er een situatie ontstaan waarin mensen weer kunnen wonen, werken en leven zonder iedere dag rekening te houden met een nieuwe aanval door de Russen. Daarom mis ik een bredere Europese visie waarin naast militaire steun ook duidelijk wordt gesproken over het uiteindelijke perspectief binnen Europa inclusief het oorlogvoerende Oekraïne. Laat zien wat je plannen zijn met Europa en laat je niet intimideren door Poetin en zijn kliek.

Het beeld van Mark Rutte geïnterviewd in oktober ’26 door Jair Ferwerda een Nederlandse Journalist. Onlangs zag ik Mark Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, in het NAVO-hoofdkwartier samen met deze journalist op 6 oktober ’26 in het programma op tv bij RENZE. Hij, Mark Rutte stond daar in zijn hemdsmouwen. Het was misschien maar een klein detail, maar het beeld bleef bij mij hangen. Ik dacht aan zijn positie die hij bekleedt en aan de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Op zo’n plaats verwacht ik niet noodzakelijk harde taal en hemdsmouwen. Ik verwacht ook geen dreigementen aan het adres van Poetin of Trump vanaf dit moment.

Wat ik wel zou willen horen, is een duidelijke uitleg over hoe men voorkomt dat een conflict stap voor stap verder escaleert. Een boodschap waarin niet alleen wordt gesproken over wat er militair mogelijk is, maar ook over wat politiek verstandig is. Misschien verlang ik daarmee naar iets wat in de hedendaagse politiek steeds zeldzamer wordt: leiders die niet alleen reageren op gebeurtenissen, maar zelf een richting aangeven. Poetin, Trump en onze eigen verantwoordelijkheid. Vladimir Poetin en Donald Trump spelen in mijn gedachten een belangrijke rol omdat zij beschikken over een invloed die ver buiten hun eigen landsgrenzen reikt. Hun beslissingen kunnen de veiligheid van miljoenen mensen beïnvloeden.

Toch vind ik dat Europa niet voortdurend afhankelijk moet zijn van de richting die Washington of wat Moskou kiest. Tegenover Rusland moeten wij duidelijk maken dat Europa geen oorlog zoekt, maar dat geweld evenmin een geaccepteerd middel kan worden om de toekomst van een ander land te bepalen. Tegenover Amerika zou Europa moeten laten zien dat het een betrouwbare bondgenoot wil zijn, maar ook zelfstandig verantwoordelijkheid kan dragen voor zijn eigen veiligheid. Dat hoeft niet te leiden tot confrontatie.

Juist een zelfverzekerd Europa kan rustig spreken. Ik geloof zelfs dat een kalme, consequente houding uiteindelijk overtuigender kan zijn dan een opeenstapeling van scherpe uitspraken. Zoek een leider binnen Europa die alle leiders van Europa kan vertegenwoordigen, geen EU, maar direct een persoon die gesteund wordt door alle lidstaten en die gezag uitstraalt.

Wanneer ik de beelden van deze oorlog zie, valt mij op hoe sterk de techniek het karakter van deze oorlog heeft veranderd. Drones kunnen op afstand worden bestuurd, raketten kunnen grote afstanden afleggen en informatie verspreidt zich vrijwel onmiddellijk over de hele wereld. Daardoor lijkt oorlog soms bijna op een technisch proces. Bedenk goed dat er zo elk moment van de dag een drones je huiskamer of kantoor kan binnenvliegen.

Een kaart verschijnt op het scherm, een doelwit wordt aangegeven en een militair deskundige legt uit welke mogelijkheden er zijn. Maar achter die technische werkelijkheid zitten mensen die leven met de gevolgen. Dat vind ik belangrijk om niet te vergeten.

Achter een verwoest gebouw staat een gezin dat daar misschien generaties lang heeft gewoond. Achter een gesneuvelde soldaat staan ouders, een partner of kinderen. Achter ieder getal in een nieuwsbericht schuilt een menselijk leven dat niet meer terugkomt. Misschien moeten wij daarom oppassen dat de technologie ons niet ongevoelig maakt voor wat oorlog werkelijk betekent. Ik heb de rare gedachten, dat we er al middenin zitten en afwachtend zijn. Oplossingen worden nog niet gevonden en dus zie ik nog geen verbetering.

Hoe ver kunnen we gaan? Mijn grootste vraag is niet welke wapens er morgen geleverd worden, maar waar deze ontwikkeling uiteindelijk toe moet leiden. Als het doel vrede en veiligheid is, moeten wij ook nadenken over de omstandigheden waaronder die vrede mogelijk wordt. Dat betekent niet dat er nu eenvoudig een akkoord kan worden gesloten. Daarvoor zijn de belangen, het wantrouwen en het geleden leed te groot. Maar een uitzicht op een politieke oplossing moet ergens blijven bestaan.

Ik vind het zorgelijk wanneer een oorlog steeds meer wordt beschouwd als een reeks militaire stappen zonder duidelijk beeld van het eindpunt. Want iedere stap kan op zichzelf verdedigbaar lijken, terwijl het geheel toch een richting opgaat die niemand oorspronkelijk heeft gewild. Daarin schuilt voor mij het gevaar van escalatie: niet noodzakelijk in één dramatische beslissing, maar in tientallen beslissingen die elkaar opvolgen totdat terugkeren steeds moeilijker wordt.

Wanneer het ongewone gewoon wordt. Misschien is gewenning een van de grootste gevaren. Wat een paar jaar geleden nog uitzonderlijk leek, bespreken wij inmiddels bijna dagelijks. We horen over nieuwe wapens, nieuwe aanvallen en nieuwe militaire plannen en vervolgens gaan we verder met ons eigen leven. Dat is begrijpelijk. Niemand kan iedere dag in angst leven. Maar ergens moeten wij ons blijven realiseren hoe bijzonder de situatie wel is. Oorlog hoort niet normaal te worden.

Ik vind het daarom belangrijk dat politici niet alleen vertellen wat er gebeurt, maar ook uitleggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en welke gevolgen zij verwachten. Een leider hoeft daarbij niet te doen alsof hij alles weet. Misschien is het juist geloofwaardiger wanneer hij of zij erkent dat sommige ontwikkelingen niet volledig voorspelbaar zijn. Laat een leider of deskundige rustig uitleggen in begrijpelijke bewoordingen, zonder onderbreking door journalisten, zijn of haar verhaal hoe het er voor staat.

Ik verlang niet naar leiders die zichzelf als sterke mannen of vrouwen presenteren omdat zij de hardste woorden gebruiken en goudomrand zijn. Mijn idee van leiderschap is eigenlijk eenvoudiger. Ik verwacht iemand die onder druk rustig blijft, die de gevolgen van zijn of haar beslissingen probeert te overzien en die bereid is verantwoordelijkheid te nemen wanneer geen enkele keuze zonder risico is. Daarbij hoort ook de moed om te onderhandelen wanneer onderhandelen mogelijk wordt.

Diplomatie is voor mij geen zwaktebod. Het is een instrument dat juist gebruikt moet worden wanneer de belangen groot en de gevolgen van een vergissing ernstig zijn. Je kunt duidelijk zijn zonder te provoceren en vastberaden zonder iedere deur naar een gesprek dicht te gooien.

Als gewone burger kan ik uiteindelijk weinig meer doen dan kijken, luisteren en mijn vragen stellen. Hier en daar een brief schrijven en naar toe verzenden. Toch vind ik niet dat wij daarmee onbelangrijk zijn. Wij zijn degenen namens wie regeringen handelen. Wij betalen de rekening van politieke keuzes, niet alleen financieel, maar soms ook in de vorm van onzekerheid over de toekomst. Daarom zou ik willen dat de bevolking beter wordt meegenomen in het grotere verhaal. Niet met geruststellende slogans en ook niet met angstaanjagende voorspellingen, maar met eerlijkheid. Vertel ons welke risico’s worden gezien. Vertel ons waarom bepaalde beslissingen worden genomen. En wanneer er onzekerheid bestaat, durf dat dan ook te zeggen.

Ik heb liever een bestuurder die zegt dat hij niet weet hoe een situatie zich precies zal ontwikkelen dan iemand die achteraf moet toegeven dat hij de risico’s verkeerd heeft ingeschat. Wat blijft er over voor de volgende generatie? Wanneer ik hierover nadenk, kom ik vanzelf bij mijn omgeving terecht. Daar gaat het uiteindelijk om. Niet om de politieke strijd tussen leiders, niet om de dagelijkse nieuwsuitzending en ook niet om wie tijdens een persconferentie de sterkste indruk maakt. Het gaat om de wereld die wij achterlaten.

Ik vraag mij soms af hoe een volgende generatie later naar deze periode zal kijken. Zullen zij zeggen dat de leiders verstandig hebben gehandeld toen de spanningen opliepen? Zullen zij vinden dat Europa zijn verantwoordelijkheid heeft genomen? Of zullen zij zich afvragen waarom niemand eerder voldoende heeft geprobeerd een andere weg te vinden? Op die vragen hebben wij vandaag geen antwoord. Maar onze beslissingen van vandaag bepalen wel mede welk antwoord zij later zullen geven.

Er is nog een reden waarom deze oorlog mij bezighoudt. Ik zie in onze eigen samenleving steeds vaker hoe moeilijk mensen het vinden om werkelijk naar elkaar te luisteren. Op televisie worden zinnen niet afgemaakt omdat iemand anders er al doorheen praat. In discussies staat het antwoord vaak al klaar voordat de ander is uitgesproken. Op sociale media reageren mensen onmiddellijk, soms zonder eerst goed te hebben gelezen wat er werkelijk is gezegd. Dat lijkt misschien ver verwijderd van internationale politiek, maar ik zie daarin een verband.

Wie niet meer luistert, raakt sneller overtuigd van zijn eigen gelijk. Wie uitsluitend vanuit het eigen gelijk redeneert, ziet minder mogelijkheden om tot een oplossing te komen. Daarom denk ik dat luisteren geen zachte eigenschap is, maar een vorm van politieke kracht. Je hoeft het niet eens te zijn met de ander om hem serieus te nemen. Misschien begint iedere mogelijke vrede uiteindelijk met die eenvoudige bereidheid. Mijn zorg voor morgen.

Ik wil geen voorspellingen doen over de toekomst. Ik weet niet hoe lang de oorlog nog duurt, welke keuzes Poetin maakt, welke richting Trump inslaat of hoe Europa zich verder zal ontwikkelen. Wat ik wel weet, is dat een oorlog nooit volledig volgens plan verloopt. Er kunnen misverstanden ontstaan, verkeerde inschattingen worden gemaakt of gebeurtenissen plaatsvinden die niemand heeft voorzien. Juist daarom lijkt het mij verstandig om niet alleen te kijken naar wat vandaag mogelijk is, maar ook naar de gevolgen van onze beslissingen op langere termijn.

Ik zou willen dat onze leiders zich steeds opnieuw afvragen of een bepaalde stap de veiligheid werkelijk vergroot of dat daarmee onbedoeld een nieuwe deur naar escalatie wordt geopend. Dat is geen angstig denken. Dat is verantwoordelijkheid nemen voor wat je niet volledig kunt beheersen. Een wereld waarin ik wil blijven geloven.

Wanneer ik ’s avonds de televisie uitzet, blijven de beelden nog enige tijd in mijn gedachten. Als ik in mijn bed stap, probeer ik een fijne hobby of gebeurtenis in mijn gedachte te zetten en slaap ik in tot de volgende morgen. Een volgende morgen waarop de wereld verder is gedraaid zonder mij iets te vragen. Ik weet niet hoe deze oorlog uiteindelijk zal eindigen en evenmin welke beslissingen de komende maanden of jaren zullen worden genomen. Misschien is juist dat gebrek aan zekerheid voor mij een reden om niet te snel te denken dat we weten waar dit alles naartoe gaat.

Ik ben 83 jaar en heb in mijn leven veel zien veranderen. Daardoor weet ik dat wat mensen op een bepaald moment onmogelijk achten, soms verrassend snel werkelijkheid kan worden. Dat besef maakt mij niet somber, maar wel enigermate voorzichtig.

Ik hoop dat Europa die voorzichtigheid weet te combineren met vastberadenheid. Dat wij onze veiligheid serieus nemen zonder de weg naar een politieke oplossing uit het oog te verliezen. En dat leiders, juist wanneer de spanningen oplopen, de ruimte blijven zoeken waarin uiteindelijk weer gesproken kan worden.

Want oorlog kan misschien met wapens worden voortgezet, maar niet met wapens worden beëindigd. Op enig moment zullen mensen weer tegenover elkaar aan tafel moeten zitten en moeten proberen woorden te vinden voor wat daarvoor nog onmogelijk leek. Dat moment mag van mij niet te laat komen.

Ik wil mijn omgeving geen wereld nalaten waarin oorlog een vertrouwd onderdeel van het nieuws is geworden. Ik hoop op een groot en zelfverzekerd Democratisch opgebouwd Europa dat sterk genoeg is om zijn vrijheid te verdedigen, maar ook wijs genoeg is om te begrijpen dat echte veiligheid uiteindelijk meer vraagt dan militaire kracht.

Misschien is dat de gedachte waarmee ik dit verhaal wil afsluiten: niet met een voorspelling en ook niet met een antwoord, maar met de hoop dat wij op tijd beseffen hoeveel er op het spel staat. Want vrede begint niet wanneer de laatste raket is afgevuurd, maar wanneer mensen besluiten dat er weer naar elkaar geluisterd wordt.  JGJC 07-10-2026,