Als macht harder spreekt dan mensen.

Een column van JGJC van Asperen,

Er zijn van die ochtenden waarop je de krant openslaat, de televisie aanzet of je telefoon bekijkt en je je afvraagt: hoe is het mogelijk dat we in de eenentwintigste eeuw nog steeds zoveel ellende over ons heen krijgen? We leven in een tijd waarin de mens de ruimte verkent, ziekten kan bestrijden die vroeger dodelijk waren en met één druk op een knop contact heeft met de andere kant van de wereld.

Toch lijkt het soms alsof we op het belangrijkste terrein nauwelijks vooruitgang hebben geboekt en dat is samenleven als mensen. Dat gevoel laat mij niet los. Niet omdat ik denk dat vroeger alles beter was. Iedere tijd kende zijn eigen zorgen en zijn eigen oorlogen. Maar ik zie wel iets dat mij verdriet doet. Het lijkt alsof een klein aantal mensen, gewapend met macht, invloed en agressieve woorden, in staat is miljoenen anderen mee te slepen in verdeeldheid, angst en wantrouwen. Een handvol mensen kan een vuur ontsteken waar een hele wereld de hitte van voelt.

Dat is misschien wel het grootste raadsel van onze tijd. Waarom laten zoveel mensen zich meeslepen door grote woorden, eenvoudige beloften en krachtige leiders? Waarom lijkt de stem die schreeuwt vaker gehoord te worden dan de stem die rustig probeert uit te leggen?

Ik ben inmiddels op een leeftijd gekomen waarop ik veel heb zien veranderen. Acht decennia geven een mens geen volmaakt gelijk, maar wel een lange horizon. Je ziet patronen ontstaan. Je ziet hoe generaties elkaar opvolgen. Je ziet hoe techniek de wereld dichterbij brengt en tegelijkertijd mensen soms verder van elkaar verwijdert. Misschien is dat wel de vreemdste tegenstelling van deze eeuw.

We communiceren meer dan ooit, maar begrijpen elkaar minder. De telefoon in onze zak brengt ons overal. Toch lijken gesprekken steeds korter te worden. Een duimpje, een hartje, een emoji moet soms een antwoord vervangen. Maar een duimpje is geen gesprek. Een hartje is geen uitleg. Een reactie is nog geen ontmoeting tussen twee mensen.

En precies dat mis ik steeds vaker, ook wanneer ik naar de wereld kijk.

Oorlogen beginnen niet alleen met wapens. Ze beginnen vaak met woorden. Met woorden die mensen tegenover elkaar zetten. Met verhalen waarin de één altijd goed is en de ander altijd fout. Met beloften dat alle problemen verdwijnen als één leider maar genoeg macht krijgt. Dat klinkt aantrekkelijk, zeker in onzekere tijden. Mensen zoeken houvast. Ze zoeken iemand die zegt: “Ik los het even voor jullie op.” Maar de geschiedenis leert ons iets anders.

Geen enkel groot wereldprobleem is ooit duurzaam opgelost doordat één mens alleen de macht kreeg. Werkelijke vrede ontstaat meestal wanneer mensen bereid zijn te luisteren, te onderhandelen en soms zelfs een stap terug te doen. Dat vraagt moed. Misschien zelfs meer moed dan vechten. Toch lijken juist die eigenschappen tegenwoordig minder zichtbaar.

Ik kijk naar de beelden uit Oekraïne. Ik kijk naar het Midden-Oosten. Ik kijk naar delen van Afrika waar conflicten al jaren voortduren. Ik zie vluchtelingen die hun huis verlaten omdat blijven gevaarlijker is dan vertrekken. Ik zie kinderen die opgroeien tussen puin. En telkens denk ik: welk kind wordt geboren met haat? Geen enkel kind kiest daarvoor. Haat wordt geleerd. Wantrouwen wordt gevoed. Angst wordt doorgegeven. En ergens onderweg raken gewone mensen gevangen tussen beslissingen van een kleine groep machthebbers. Dat maakt mij verdrietig.

Want uiteindelijk zijn het niet de leiders die het meeste lijden. Het zijn de ouders die hun kinderen verliezen. Het zijn de grootouders die hun kleinkinderen niet meer zien. Het zijn jonge mensen die dromen hadden over studie, werk of liefde, maar nu alleen nog hopen de volgende dag te halen.

Wanneer ik daarna het politieke debat volg, krijg ik soms een onbehaaglijk gevoel. Niet alleen door de inhoud, maar vooral door de manier waarop mensen met elkaar spreken. Men wacht niet tot een ander is uitgesproken. Men reageert voordat er geluisterd is. Het lijkt alsof winnen belangrijker is geworden dan begrijpen. Dat zie ik niet alleen in de politiek. Ook op sociale media gebeurt hetzelfde. Iedereen heeft onmiddellijk een mening. Iedereen heeft een oordeel klaar. Maar wie stelt nog een vraag voordat hij antwoord geeft?

Misschien is luisteren wel de meest onderschatte eigenschap van onze tijd.

Ik moet vaak terugdenken aan vergaderingen uit mijn werkzame leven. Vijftien mensen zaten rond een tafel. Er waren verschillen van inzicht. Er waren stevige discussies. Maar er was ook een volgorde. De één sprak. De ander luisterde. Daarna kwam een reactie. Niet omdat iedereen het eens was, maar omdat je alleen samen iets kunt bouwen wanneer je weet wat de ander bedoelt. Letterlijk bouwen.

Als iedereen tegelijk had gesproken, waren veel gebouwen waarschijnlijk nooit afgekomen.

Waarom lukt dat bij een gebouw soms beter dan bij een samenleving?

Misschien omdat een gebouw instort wanneer niemand samenwerkt. Een samenleving stort minder zichtbaar in. Eerst verdwijnen de gesprekken. Daarna het vertrouwen. Vervolgens ontstaan kampen. En uiteindelijk geloven mensen alleen nog degenen die hetzelfde denken. Dat is gevaarlijk.

Niet omdat verschillen verkeerd zijn. Verschillen horen bij een democratie. Verschillende ideeën zorgen juist voor nieuwe oplossingen. Het gevaar ontstaat wanneer verschillen veranderen in vijandschap. Ik verlang daarom niet naar een wereld zonder meningsverschillen. Ik verlang naar een wereld waarin verschillen niet automatisch leiden tot haat.

Soms hoor je mensen zeggen dat de wereld te ingewikkeld is geworden. Misschien is dat waar. Economie, klimaat, migratie, veiligheid, technologie, alles hangt met elkaar samen. Juist daarom moeten leiders eerlijk durven zeggen dat sommige problemen ingewikkeld zijn. Een eenvoudige oplossing voor een ingewikkeld probleem bestaat zelden. Dat geldt ook voor de wereldpolitiek.

Er is geen president, premier of koning die in zijn eentje de wereld opnieuw kan inrichten. Maar leiders kunnen wel een toon zetten. Ze kunnen kiezen voor escalatie of voor dialoog. Ze kunnen olie op het vuur gooien of proberen het vuur kleiner te maken. Ze kunnen mensen oproepen elkaar te wantrouwen, of juist uitnodigen elkaar weer te ontmoeten. Daar hoop ik op. Niet op een wondermens. Wel op leiders die begrijpen dat macht een verantwoordelijkheid is en geen trofee.

Macht is vreemd. Hoe groter zij wordt, hoe groter ook de verleiding wordt om te denken dat je altijd gelijk hebt. Misschien is daarom bescheidenheid zo belangrijk. Een leider die zegt “ik weet niet alles” klinkt misschien minder spectaculair, maar mogelijk wel menselijker.

En misschien hebben we juist meer menselijkheid nodig.

Ik zie gelukkig ook hoopvolle voorbeelden. Vrijwilligers die vluchtelingen opvangen. Artsen die werken in oorlogsgebieden. Journalisten die hun leven riskeren om de waarheid zichtbaar te maken. Mensen die voedsel inzamelen voor onbekenden. Dat haalt zelden de grootste koppen in het nieuws, maar het gebeurt wel elke dag.

Misschien is goedheid minder luidruchtig dan agressie. Dat brengt mij bij een andere gedachte. Waarom krijgen slechte berichten zoveel aandacht en goede daden zoveel minder? Misschien omdat conflict sneller onze aandacht trekt. Een explosie zie je direct. Een hand die iemand helpt, gebeurt vaak stil. Toch geloof ik dat de wereld uiteindelijk meer gedragen wordt door stille helpers dan door luidruchtige machthebbers.

Denk eens aan een verpleegkundige die nachtdienst draait. Een buurman die boodschappen doet voor iemand die slecht ter been is. Een leerkracht die een kind weer vertrouwen geeft. Dat zijn geen wereldleiders. Toch maken zij de wereld dagelijks een beetje beter. Misschien begint vrede veel dichter bij huis dan wij denken. Bij de keukentafel. Bij de buurman. Bij een telefoongesprek waarin je echt vraagt hoe het gaat. Ik merk dat ik mij soms zorgen maak over jonge mensen. Zij groeien op in een wereld waarin nieuws nooit ophoudt. Oorlog, rampen, ruzies en meningen komen dag en nacht binnen. Er is nauwelijks tijd om alles te verwerken. Dat kan je moedeloos maken.

Daarom wil ik juist tegen hen zeggen: laat je niet wijs maken dat de wereld alleen uit ellende bestaat. Ja, er is veel narigheid. Maar er zijn ook miljoenen mensen die iedere dag proberen het tegenovergestelde te doen.

De geschiedenis bestaat niet alleen uit oorlogen. Zij bestaat ook uit wederopbouw. Niet alleen uit vernietiging, maar ook uit verzoening. Europa is daar zelf een voorbeeld van. Landen die ooit tegenover elkaar stonden, leerden later samenwerken. Dat ging niet vanzelf. Het kostte jaren, fouten en moeilijke gesprekken. Maar het bewees wel dat verandering mogelijk is.

Dat geeft mij hoop. Hoop is overigens iets anders dan naïviteit. Hoop zegt niet dat alles goed komt. Hoop zegt dat mensen kunnen kiezen om het beter te maken. En kiezen moeten we allemaal. Ook in onze woorden. Ik denk vaak dat woorden stenen kunnen zijn of bruggen. Een steen kun je gooien. Een brug kun je bouwen. Iedere dag maken wij die keuze. Op straat. In de politiek. Op internet. In onze eigen familie.

Misschien onderschatten wij hoeveel invloed gewone woorden hebben. Een belediging blijft soms jaren hangen. Een vriendelijk gesprek soms ook. Ik zou wensen dat de wereldleiders vaker beseffen dat hun woorden gevolgen hebben. Eén uitspraak kan spanningen vergroten. Eén uitspraak kan ook ruimte maken voor overleg. Dat vraagt zorgvuldigheid. En wij? Wij kunnen niet wachten tot leiders veranderen voordat wij zelf anders spreken.

Misschien begint het juist bij ons. Door iemand uit te laten praten. Door nieuwsgierig te blijven. Door niet direct te denken dat een ander een vijand is omdat hij anders denkt. Dat klinkt eenvoudig. Maar misschien zijn eenvoudige dingen juist het moeilijkst geworden. Ik heb in mijn leven geleerd dat respect niet betekent dat je het met elkaar eens bent. Respect betekent dat je de ander als mens blijft zien, ook wanneer je van mening verschilt. Die gedachte lijkt soms verloren te gaan.

We delen mensen steeds sneller in groepen.

Voor of tegen.

Links of rechts.

Goed of fout.

Vriend of vijand.

Maar een mens is bijna nooit zo eenvoudig.

Iedereen draagt zijn eigen verhaal mee. Iedereen kent verdriet. Iedereen verlangt uiteindelijk naar veiligheid, naar waardigheid en naar een toekomst voor de mensen van wie hij houdt. Daar raken mensen elkaar misschien meer dan zij denken.

Wanneer ik naar Amerika kijk, hoop ik daarom op leiderschap dat mensen dichter bij elkaar probeert te brengen in plaats van verder uit elkaar. Dat geldt overigens niet alleen voor Amerika. Het geldt voor ieder land. Grote landen hebben veel invloed op de wereld, maar iedere samenleving heeft behoefte aan bestuurders die ruimte maken voor gesprek, samenwerking en verantwoordelijkheid. De wereld heeft geen gebrek aan sterke stemmen. De wereld heeft behoefte aan sterke verbindingen. Misschien is dat wel het verschil. Verbinding vraagt geduld. Geduld is niet populair.

Alles moet snel. Nieuws moet direct. Antwoorden moeten onmiddellijk. Maar vrede groeit langzaam. Vertrouwen groeit langzaam. Zoals een boom niet morgen volwassen is wanneer je hem vandaag plant. Toch moet iemand hem planten. Ik geloof dat iedere generatie zo’n boom plant voor de volgende. Mijn generatie plantte bomen waarvan anderen nu de schaduw ervaren. De huidige generatie plant weer nieuwe bomen. Dat is de opdracht die nooit ophoudt.

Daarom wil ik eindigen met iets dat geen politieke uitspraak is, maar een menselijke wens. Ik wens dat leiders, waar ook ter wereld, beseffen dat hun grootste nalatenschap niet hun macht is, maar de hoeveelheid vertrouwen die zij achterlaten. Ik wens dat burgers zich niet laten verleiden door haat als eenvoudige oplossing.

Ik wens dat kinderen opgroeien zonder sirenes als achtergrondmuziek. Ik wens dat gesprekken langer duren dan een emoji. En boven alles wens ik dat wij elkaar weer leren vinden. Niet omdat wij allemaal hetzelfde moeten worden.

Maar omdat wij allemaal mens zijn. Dat is misschien de eenvoudigste waarheid die er bestaat, en tegelijk de moeilijkste om iedere dag waar te maken. Als wij die waarheid niet vergeten, dan is er, ondanks alle zorgen van deze tijd, nog altijd reden om hoop te houden.  JGJC 24-09-2026,