Een duimpje is geen gesprek.
Mijn gedachten over luisteren, oorlog en de kunst van communiceren. Door JGJC, dit wordt een persoonlijk verhaal.
Waar is het gesprek gebleven?
Ik houd in mijn verhaal mijn belangrijkste gedachte als rode draad intact: luisteren → nadenken → reageren → samen naar een oplossing zoeken. En ik zal ook voorzichtig zijn met de passages over Oekraïne, Trump en het Midden-Oosten: niet alsof ik pretendeer alle politieke antwoorden te hebben, maar vanuit mijn ervaring, leeftijd en bezorgdheid over de manier waarop mensen met dreiging omgaan. Ik schrijf nu de volledige samenhangend boek van *Een duimpje is geen gesprek*, met voorwoord en nawoord, dit verhaal in een persoonlijke en warme stijl geschreven.
Ik heb het verhaal niet simpelweg achter elkaar gezet, maar er één doorlopend verhaal van gemaakt. Ik heb geprobeerd mijn stem te behouden: persoonlijk, rustig, kritisch waar nodig, maar zonder verbittering. De kern is niet dat vroeger alles beter was, maar dat luisteren, nadenken en respectvol reageren voor mij onmisbare voorwaarden zijn om samen verder te komen. Ik ben drieëntachtig jaar oud. Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik vooral hoeveel er in de wereld is veranderd. Dingen die in mijn jeugd ondenkbaar waren, zijn tegenwoordig heel gewoon. De televisie kwam in ons huis, eerst huurde we er een. Enige tijd later konden we een tv betalen, het was zulk een groot vierkant ding en daar moest je een ruime plaats voor zoeken in de huiskamer. De grammofoonplaat maakte plaats voor cassette en cd-Rom. later kwam de computer, internet, mobiele telefoons en uiteindelijk de smartphone. De wereld werd kleiner en mensen konden elkaar steeds gemakkelijker bereiken.
Toch vraag ik mij de laatste jaren steeds vaker af of gemakkelijker bereikbaar ook betekent dat wij elkaar werkelijk beter bereiken. Die gedachte begon bij iets heel eenvoudigs: bij een WhatsApp-bericht. Ik stuur iemand een bericht waarin ik iets vertel, een vraag stel of mijn zorgen uitspreek over wat er in de wereld gebeurt. Ik heb daar even over nagedacht en geprobeerd mijn woorden zorgvuldig te kiezen. Vervolgens verschijnt er een duimpje of een hartje. Ik weet dat zo’n reactie vriendelijk bedoeld kan zijn. Toch blijft er bij mij soms iets knagen. Want een duimpje vertelt mij dat iemand mijn bericht heeft gezien. Het vertelt mij niet of mijn woorden zijn begrepen, wat iemand ervan vindt of wat het bij hem of haar heeft opgeroepen.
En daar begint mijn verhaal. Het gaat uiteindelijk niet over WhatsApp. Het gaat over luisteren. Over de vraag of wij elkaar nog voldoende tijd geven om uit te spreken. Over de vraag of we nog werkelijk nadenken over wat de ander zegt voordat we onze eigen mening geven. En misschien nog belangrijker: over de vraag of wij, wanneer de wereld werkelijk in moeilijkheden komt, nog in staat zijn om met elkaar te praten. Dat is de reden waarom ik dit verhaal schrijf. Niet omdat ik denk dat mijn generatie alles beter deed. Ook vroeger waren er meningsverschillen, ruzies, misverstanden en mensen die niet goed luisterden. Maar ik heb wel ervaren dat samenwerken alleen lukt wanneer mensen elkaar de ruimte geven.
Die ervaring neem ik mee uit mijn werkzame leven. En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die ik op mijn drieëntachtigste nog wil meegeven. Een gesprek begint niet met praten. Een gesprek begint met luisteren. Waar is het gesprek gebleven? Ik moet soms glimlachen wanneer ik terugdenk aan hoe wij vroeger communiceerden. Als ik iets wilde weten van iemand, belde ik hem op of ik ging ernaartoe. Wilde ik iets vertellen, dan vertelde ik het. En als het belangrijk was, zat je tegenover elkaar aan tafel. Er was geen WhatsApp. Er was geen smartphone. Er was zelfs nog geen televisie toen ik jong was. Dat betekent niet dat het leven vroeger eenvoudiger was. Integendeel. Mensen hadden hun zorgen, hun problemen en hun meningen. Maar communicatie had een ander tempo. Je moest soms wachten. En misschien was dat helemaal niet zo slecht.
Tegenwoordig kan ik binnen enkele seconden iemand bereiken die aan de andere kant van de wereld zit. Dat vind ik nog altijd bijzonder. De techniek heeft ons mogelijkheden gegeven waarvan wij vroeger niet konden dromen. Maar tegelijkertijd heeft diezelfde techniek iets veranderd aan onze verwachtingen. Wij verwachten onmiddellijk antwoord. Wij verwachten onmiddellijke informatie. Wij reageren onmiddellijk. En misschien is dat precies waar het mis begint te gaan. Ik zie het bijvoorbeeld op WhatsApp. Iemand stuurt mij een bericht en ik antwoord. Soms krijg ik een uitgebreide reactie terug, maar steeds vaker bestaat het antwoord uit een duimpje. Het kan natuurlijk heel vriendelijk bedoeld zijn. Ik wil daar ook niet moeilijk over doen. Een duimpje kan betekenen: ik heb je bericht gelezen, ik begrijp het en ik ben het met je eens. Maar wanneer ik een bericht stuur over iets wat mij werkelijk bezighoudt, vind ik zo’n reactie onvoldoende.
Niet omdat ik een lang antwoord verlang. Twee zinnen kunnen genoeg zijn. “Ik begrijp wat je bedoelt.” “Ik maak mij daar ook zorgen over.” Of zelfs: “Ik denk daar anders over.” Dat laatste zou ik helemaal niet erg vinden. Integendeel. Dan begint er tenminste een gesprek. Want voor mij is communicatie niet hetzelfde als instemming. Ik hoef niet gelijk te krijgen. Ik wil weten wat de ander denkt. Dat is een belangrijk verschil. Ik merk echter dat dit steeds moeilijker lijkt te worden. Mensen hebben vaak hun mening al gevormd voordat de ander is uitgesproken. Op televisie zie ik dat voortdurend. Iemand begint aan een uitleg en nog voordat de gedachte is afgemaakt, komt er een reactie. Vervolgens reageert iemand anders weer op die reactie. Het gesprek wordt daardoor een wedstrijd. Wie het snelst reageert, lijkt het sterkst.
Maar is dat werkelijk zo? Ik denk van niet. Een goed antwoord hoeft niet snel te zijn. Een goed antwoord moet vooral aansluiten bij wat de ander werkelijk heeft gezegd. Dat betekent dat je moet luisteren. En luisteren is iets anders dan wachten totdat jij aan de beurt bent. Dat verschil vind ik belangrijk. Wanneer ik naar iemand luister terwijl ik ondertussen al bezig ben met mijn eigen antwoord, luister ik eigenlijk maar half. Ik hoor de woorden, maar ik probeer niet meer te begrijpen wat de ander werkelijk bedoelt. Dat gebeurt volgens mij steeds vaker. Niet alleen bij politici. Niet alleen op televisie. Ook gewoon tussen mensen. En juist daar maak ik mij zorgen over. Want als wij elkaar niet meer kunnen vertellen wat wij denken en waarom wij iets denken, hoe kunnen wij dan samen problemen oplossen?
Dat is voor mij geen theoretische vraag. Ik heb in mijn werk gezien hoe belangrijk communicatie is. Daarom denk ik terug aan de vergadertafels in de bouwkeet waaraan ik vroeger zat. De lessen van de bouwkeettafel. Ik heb in mijn werkzame leven heel wat bouwvergaderingen meegemaakt. Kopjes koffie voor iedereen aan tafel, sigaretten en sigaren in het midden neergezet voor iedereen die behoefte hat. Vergaderkamer was gevuld met rook van sigaret en sigaar. Niemand nam daar aanstoot aan en men vergaderde verder. Soms zaten daar misschien wel vijftien mensen aan een tafel. Iedereen had zijn eigen verantwoordelijkheid, zijn eigen kennis en soms ook zijn eigen belang. Een bouwproject bestaat uit heel veel onderdelen. Als één onderdeel niet goed loopt, kan dat gevolgen hebben voor het hele project. Daarom moesten wij met elkaar praten. Maar nog belangrijker: wij moesten naar elkaar luisteren. Wanneer iemand een probleem naar voren bracht, was het niet de bedoeling dat de volgende persoon onmiddellijk riep dat het onzin was. Eerst moest duidelijk worden wat het probleem precies was. Het kon voor iedereen aan tafel gevolgen hebben als er niet geluisterd werd.
Wat is er aan de hand? Waarom is het een probleem? Wat zijn de gevolgen? En vooral: Hoe kunnen we het oplossen? Dat laatste was het belangrijkste. Wij zaten daar niet om te bewijzen wie de slimste was. Wij zaten daar om een gebouw te maken. Dat verschil in doelstelling maakte veel uit. Natuurlijk werd er gediscussieerd. Soms stevig. Soms waren mensen het absoluut niet met elkaar eens. Maar wanneer de vergadering goed verliep, kwam iedereen uiteindelijk bij hetzelfde punt uit: wat moeten wij nu doen? Dat is iets wat ik tegenwoordig soms mis. Ik zie veel gesprekken waarin mensen vooral willen aantonen dat zij gelijk hebben. Maar gelijk hebben en een probleem oplossen zijn twee verschillende dingen.
In de bouw leer je dat snel. Een aannemer kan gelijk hebben over een technische kwestie, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. De architect kan gelijk hebben over het ontwerp, maar ook daarmee staat het gebouw nog niet. De installateur kan weer een ander probleem hebben. Iedereen moet naar elkaar luisteren. En dan moet er een beslissing komen. Dat betekent dat je soms water bij de wijn moet doen. Niet omdat je ongelijk hebt, maar omdat je samen verder moet. Dat vind ik een belangrijke levensles. Je hoeft niet altijd te winnen om samen iets goeds tot stand te brengen. Misschien is dat wel een gedachte die we in onze huidige maatschappij wat zijn kwijtgeraakt. Wij leven in een tijd waarin iedereen onmiddellijk zijn mening kan publiceren. Dat heeft voordelen. Mensen hebben een stem gekregen. Informatie is voor bijna iedereen beschikbaar. Maar een stem hebben is nog geen communicatie. Communicatie begint pas wanneer er ook iemand is die luistert. Ik denk vaak aan de bouwvergaderingen op het bouwwerk wanneer ik tegenwoordig naar een debat op televisie kijk.
Als wij in een bouwvergadering met vijftien mensen allemaal tegelijk hadden gepraat, waren er weinig gebouwen gereed gekomen. Dat is natuurlijk een beetje overdreven gezegd. Maar de gedachte erachter is serieus. Wij zouden nooit een probleem hebben opgelost als iedereen alleen maar bezig was geweest met zijn eigen antwoord. Er was een bepaalde volgorde. Eerst luisterde je. Dan dacht je na. Dan kwam je met een voorstel. Daarna werd gekeken of het voorstel uitvoerbaar was. En uiteindelijk werd er een besluit genomen. Die volgorde lijkt mij nog steeds de correcte volgorde. Luisteren. Nadenken. Praten. Oplossen. Misschien mag daar tegenwoordig nog een vijfde woord bij: Wachten.
Even wachten voordat je reageert. Tot tien tellen. En misschien, zoals ik soms denk, duurt tot tien tellen tegenwoordig al te lang. Toch kan juist die korte stilte een wereld van verschil maken. Want in die stilte geef je de ander de gelegenheid zijn gedachte af te maken. Je geeft jezelf de gelegenheid om na te denken. En misschien ontdek je dat je eerste reactie helemaal niet de beste reactie was. Ik heb daar in mijn leven veel van geleerd. Niet iedere gedachte die als eerste in je opkomt, hoef je meteen uit te spreken. Dat is geen gebrek aan spontaniteit. Dat is zelfbeheersing. En volgens mij is dat in een samenleving waarin mensen steeds sneller reageren hard nodig. Want snelheid is niet hetzelfde als kwaliteit. Dat geldt voor een bouwtekening. Dat geldt voor een besluit.
En dat geldt ook voor een gesprek. De wereld wordt onrustiger. Misschien vraagt iemand zich af waarom ik mij op mijn leeftijd zo bezighoud met oorlog en veiligheid. Ik zou ook kunnen zeggen: laat de wereld maar aan de jongeren over. Maar zo werkt het niet. Wanneer ik omdat ik drieëntachtig ben, een hele geschiedenis met mij mee draag. Ik heb gebeurtenissen meegemaakt, ik heb verhalen gehoord van mensen die vóór mij leefden en ik heb gezien hoe snel omstandigheden kunnen veranderen. Daardoor kijk ik misschien anders naar de wereld. Ik weet dat vrede niet vanzelfsprekend is. Dat vind ik belangrijk om te zeggen. Vrede lijkt soms zo normaal dat mensen vergeten hoeveel moeite het kost om haar te bewaren.
Wanneer ik kijk naar wat er in Oekraïne gebeurt, kan ik mij daar niet gemakkelijk van losmaken. Het is geen gebeurtenis uit een ver verleden. Het gebeurt nu. Mensen leven daar met oorlog, onzekerheid en angst. Ook de ontwikkelingen in het Midden-Oosten houden mij bezig. Ik ben geen politicus en ik beweer niet dat ik alle antwoorden heb. De geschiedenis van die regio is ingewikkeld en kent veel verschillende kanten. Maar juist daarom vind ik dat wij erover moeten kunnen praten. Rustig. Zonder elkaar onmiddellijk in een hokje te plaatsen. Zonder te zeggen dat iemand voor of tegen iets is alleen omdat hij een vraag stelt. Ik merk dat wij daar steeds slechter in lijken te worden.
Het lijkt soms alsof je tegenwoordig eerst moet kiezen aan welke kant je staat en pas daarna mag nadenken. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling. Want wie zijn mening al klaar heeft voordat hij de feiten heeft gehoord, maakt het zichzelf onmogelijk om iets nieuws te leren. Ik wil juist blijven leren. Ook op mijn leeftijd. Misschien wel juist op mijn leeftijd. Ik hoef niet te doen alsof ik alles weet. Ik wil begrijpen wat er gebeurt. Daarom kijk ik naar het nieuws. Daarom luister ik naar deskundigen. Daarom praat ik erover met anderen. En daarom valt het mij ook op wanneer mensen helemaal niet reageren. Soms vertel ik iemand dat ik mij zorgen maak over een bepaalde ontwikkeling. Ik verwacht geen politieke analyse. Ik verwacht niet dat iemand dezelfde mening heeft.
Maar ik hoop op een gesprek. En dan komt er een duimpje. Dat is voor mij te weinig. Niet omdat het duimpje onvriendelijk is, maar omdat het onderwerp daarvoor te belangrijk is. Ik vraag mij dan af: als wij over dit soort onderwerpen al niet meer met elkaar praten, hoe doen wij dat dan wanneer er werkelijk iets ernstigs gebeurt? Dat is misschien wel mijn diepste zorg. Stel dat er morgen iets gebeurt waardoor onze samenleving ernstig wordt geraakt. Een grote internationale crisis. Een bedreiging van onze veiligheid. Een langdurige storing. Een gebeurtenis die mensen onzeker maakt. Dan hebben wij elkaar nodig. Dan moeten wij informatie met elkaar kunnen delen. Dan moeten wij kunnen vragen: wat weet jij? Wat heb jij gehoord? Wat moeten wij doen? Waar kunnen wij elkaar helpen?
Op zo’n moment hebben wij niets aan mensen die alleen maar hun eigen mening willen verkondigen. Dan hebben wij mensen nodig die kunnen luisteren. Mensen die rustig blijven. Mensen die eerst proberen te begrijpen wat er aan de hand is. Mensen die bereid zijn samen naar een oplossing te zoeken. Daarom vind ik communicatie geen bijzaak. Ik zie communicatie als onderdeel van veiligheid. Want een samenleving waarin mensen elkaar vertrouwen en met elkaar kunnen praten, is beter bestand tegen moeilijke tijden. Wanneer mensen elkaar niet meer vertrouwen, wordt iedere crisis moeilijker. Dan ontstaan geruchten. Dan ontstaan tegenstellingen.
Dan trekt iedereen zich terug in zijn eigen groep. En dan wordt het steeds moeilijker om samen te werken. Misschien verklaart dat ook waarom ik zo sterk reageer op dat kleine duimpje. Het is niet werkelijk dat symbool waar ik moeite mee heb. Het staat voor mij soms voor iets groters. Voor een samenleving waarin wij steeds sneller reageren, maar steeds minder tijd nemen om elkaar te begrijpen. En juist in een onzekere wereld hebben wij het tegenovergestelde nodig. Wij hebben meer aandacht nodig. Meer geduld. Meer gesprekken. En vooral: meer luisteren. Wat ik zou willen behouden. Ik heb dit verhaal geschreven vanuit mijn eigen ervaring. Ik wil niemand vertellen hoe hij moet leven. Daarvoor zijn mensen te verschillend en het leven te ingewikkeld. Maar ik zou wel graag iets willen behouden. Iets waarvan ik vind dat het de moeite waard is om door te geven. Dat is de gewoonte om eerst te luisteren. Ik zou willen dat jonge mensen begrijpen dat luisteren niet betekent dat je het met iemand eens bent. Je kunt heel goed naar iemand luisteren en daarna zeggen: “Ik ben het helemaal niet met je eens.” Dat is geen probleem.
Sterker nog, dat kan juist een goed gesprek opleveren. Maar wanneer je de ander eerst hebt laten uitspreken, weet je tenminste waar je het niet mee eens bent. Dat lijkt een klein verschil, maar het is enorm. Ik heb liever een eerlijk meningsverschil dan een oppervlakkige instemming. Ik heb liever iemand die tegen mij zegt: “JGJC, ik zie het anders en ik zal je uitleggen waarom.” Dan iemand die alleen maar een hartje stuurt. Want met het eerste antwoord kan ik iets. Ik kan nadenken. Misschien kan ik mijn mening bijstellen. Misschien kan ik uitleggen waarom ik iets anders zie. Misschien komen wij uiteindelijk ergens in het midden uit. Maar met een duimpje is het gesprek voorbij voordat het begonnen is.
Toch wil ik niet eindigen met kritiek. Daarvoor heb ik te veel meegemaakt om alleen maar somber te worden van wat er vandaag anders is. Er zijn nog steeds heel veel mensen die naar elkaar luisteren. Er zijn nog steeds prachtige gesprekken. Er zijn nog steeds mensen die elkaar helpen. Er zijn nog steeds families die aan tafel zitten en werkelijk met elkaar praten. En ik geloof dat mensen het kunnen. Dat weet ik uit mijn eigen ervaring. Ook dit verhaal is daar een voorbeeld van. Ik begon met een eenvoudige ergernis over WhatsApp. Waarom reageren mensen zo vaak met een duimpje of een hartje? Maar tijdens het nadenken over die vraag ontdekte ik dat het mij helemaal niet om WhatsApp ging. Het ging om iets wat veel belangrijker is. Het ging over de manier waarop wij met elkaar omgaan. Over respect. Over aandacht. Over verantwoordelijkheid. En misschien ook een beetje over mijn eigen leeftijd. Want hoe ouder ik word, hoe meer ik het gevoel heb dat ervaringen pas waarde krijgen wanneer je ze doorgeeft.
Ik wil niet zeggen: “Vroeger was alles beter.” Dat zou niet eerlijk zijn. Vroeger waren er ook problemen. Ook toen luisterden mensen niet altijd. Ook toen waren er ruzies en meningsverschillen. Maar ik heb in mijn werk ervaren dat samenwerking alleen lukt wanneer mensen bereid zijn naar elkaar te luisteren. Dat inzicht is voor mij tijdloos. Technologie verandert. De wereld verandert. Mensen veranderen. Maar de behoefte om gehoord te worden verandert volgens mij niet. Iedereen wil uiteindelijk het gevoel hebben dat zijn woorden ertoe doen. Dat zijn mening serieus wordt genomen. Dat zijn zorgen niet onmiddellijk worden weggewuifd. Daarom wil ik mijn omgeving en andere mensen om mij heen niet vertellen wat ze moeten denken. Ik wil hun vooral meegeven: Denk zelf na.
Luister naar anderen. Controleer wat je hoort. Stel vragen. Durf van mening te veranderen. En vooral: Laat een ander zijn zin afmaken. Misschien lijkt dat ouderwets. Dat vind ik niet erg. Sommige dingen mogen ouderwets zijn. Respect is ouderwets. Geduld is ouderwets. Luisteren is misschien ouderwets. Maar ik zou ze alle drie graag behouden. Want als er werkelijk iets gebeurt in de wereld, hebben wij uiteindelijk niet alleen techniek nodig. Dan hebben wij elkaar nodig. En elkaar hebben betekent voor mij niet dat je elkaar een bericht kunt sturen. Het betekent dat je elkaar kunt bereiken. Dat is iets anders.
Een telefoon kan een verbinding maken. Maar alleen mensen kunnen een gesprek voeren. En dan mijn nawoord tot slot. Als ik alles wat ik geschreven heb nog één keer overdenk, kom ik steeds terug bij dezelfde gedachte. Wij hoeven het niet met elkaar eens te zijn. Wij hoeven niet dezelfde politieke overtuiging te hebben. Wij hoeven zelfs niet dezelfde kijk op de wereld te hebben. Maar we moeten elkaar wel kunnen blijven verstaan. Daarvoor is luisteren nodig. Ik geloof dat de kunst van het luisteren misschien wel belangrijker is dan de kunst van het spreken. Want iemand die goed spreekt kan veel mensen overtuigen. Maar iemand die goed luistert kan een probleem helpen oplossen. Wie luistert, weet meer. hoor je deze zin niet vaker tegenwoordig in de media voorbijkomen?
Dat heb ik in mijn werk geleerd. Aan de bouwtafel. Met soms vijftien mensen om mij heen. Iedereen met zijn eigen mening. Iedereen met zijn eigen verantwoordelijkheid. Maar uiteindelijk moest er een gebouw komen. En dat gebouw kwam er alleen wanneer wij samenwerkten. Misschien is onze samenleving ook zo’n bouwproject. We zitten allemaal aan dezelfde tafel. We hebben verschillende ideeën. Verschillende ervaringen. Verschillende zorgen. Maar uiteindelijk wonen we allemaal in hetzelfde huis. Dan lijkt het mij verstandig om naar elkaar te blijven luisteren. Daarom heb ik dit verhaal geschreven. Niet uit boosheid. Niet omdat ik denk dat ik gelijk heb. Maar omdat ik bezorgd ben. En omdat ik hoopvol ben. Bezorgd omdat de wereld onrustig is en omdat ik soms het gevoel heb dat mensen steeds moeilijker naar elkaar luisteren.
Hoopvol omdat ik nog altijd geloof dat het anders kan. Misschien moeten we soms gewoon even tot tien tellen. Niet meteen reageren. Niet meteen oordelen. De ander laten uitspreken. En dan pas zeggen wat wij ervan vinden. Misschien begint daar wel iets heel eenvoudigs. Een gesprek. Een echt gesprek.
En wanneer iemand mij dan vraagt wat ik na drieëntachtig jaar als belangrijkste les heb geleerd, denk ik dat mijn antwoord heel eenvoudig is: Luister eerst. Denk daarna na. Praat vervolgens met elkaar. En probeer samen een oplossing te vinden. Want een duimpje kan vriendelijk zijn. Een hartje kan warm bedoeld zijn. Maar wanneer het werkelijk ergens om gaat, heb ik meer nodig. Een duimpje is geen gesprek. Een gesprek begint wanneer iemand zegt: “Ik heb je gehoord. Vertel verder.”
Ik heb dit verhaal graag geschreven. Ik vind vooral mooi dat het verhaal uiteindelijk niet gaat over “vroeger was alles beter”, maar over iets tijdloos: mensen kunnen van mening verschillen, zolang ze bereid zijn naar elkaar te luisteren. En mijn bouwvergaderingen zijn daar eigenlijk een prachtig beeld voor: vijftien mensen, verschillende belangen, verschillende meningen, maar uiteindelijk moest er iets worden gebouwd. Dat is misschien precies wat wij als samenleving ook moeten blijven doen. Samen bouwen, door eerst naar elkaar te luisteren. En die titel blijft wat mij betreft uitstekend:
Een duimpje is geen gesprek. Hartelijke groet, JGJC 01-09-2026,



