We leven in een tijdperk dat gekenmerkt wordt door chaos, polarisatie, en verwarring.

Ik schrijf vandaag een verhaal dat in mijn gedachten vanmiddag opkwam en zoals ik het ook serieus aanvoelde op 22 september 2024.

Ik beschrijft dit verhaal misschien een beetje als een gevoel van verwarring en onrust, een reflectie op de toestand in de wereld en waarin ik nu leef. Mijn geweten, zoals ik dat op 22 september 2024 heb ervaren, en het lijkt in het bijzonder te worden beïnvloed door de preek van de Deken van vanmorgen in de Hoogmis van 10:00 uur, de afwezigheid van mijn Tonny, want zij was luisteren naar de uitvoeringen van het “Cultureel Lint” dat door de stad trok en ook de hectiek van de Formule 1-race die op de achtergrond plaatsvindt en waar ik naar luisterde via mijn pc-scherm. Dit alles komt samen in een gevoel van interne onrust en een diepgaande structurele richting die de samenleving en de wereld lijkt op te slokken.

Mijn overpeinzingen raken aan veel grotere thema’s, zoals de tweespalt in de maatschappij, het gebrek aan begrip tussen mensen, en de manier waarop feitelijke kennis van sensatiezucht, onze communicatie en relaties beïnvloeden. Ik vraag mij daarom af of de wereld steeds negatiever aan het worden is en of het nog een zegen is om in deze wereld oud te worden.

De kritische reflectie op de invloed van “knappe koppen”, de manier waarop mensen elkaar verkeerd begrijpen, en de negatieve invloeden van de media, lijken een kern te vormen in mijn verhaal. Ik observeer dat de mensheid vastzit in een neerwaartse spiraal van conflicten, van wantrouwen, en zelfs door gewelddadige acties zoals het trekken van een mes en het gooien met vuurwerkbommen. Het positieve bericht wordt als minder interessant ervaren.

De vraag blijft bij mij dus op dit moment hangen of redelijkheid en menselijkheid, de kans om een betere wereld hadden kunnen vergroten of beïnvloeden en of een diep verlangen naar een wereld waarin mensen begripvoller, zorgzamer en verstandiger met elkaar hadden omgegaan had gekund. Mijn verhaal voelt als een persoonlijke zoektocht naar hoop en een richting, tegen de achtergrond van een wereld die voor mij steeds chaotischer en meer onherkenbaar lijkt te worden. Door deze veranderende wereld verlang ik vaak terug naar vroeger. Ook dit leven projecteren in de verleden tijd zoals het in mijn jeugd en vroeger was, mag en kan natuurlijk niet meer.

Het is ook met een mengeling van verdriet en frustratie dat ik even naar buiten kijk, terwijl ik mij meteen afvraag hoe het zover heeft kunnen komen, en of er ooit weer betere tijden zullen aanbreken. Ik denk dat ik met mijn 81 jaar deze toekomst wel zal moeten accepteren omdat er binnenkort geen verandering is te verwachten.

We leven in een tijdperk dat gekenmerkt wordt door chaos, polarisatie, en verwarring. De vraag die zich opdringt is of het in deze wereld, vol met conflicten en crises dan een zegen is om oud te worden. Is de wereld een plaats geworden waar mensen steeds minder richting weten te bepalen en waar de menselijke verbondenheid verbrokkeld is? Velen voelen zich verloren in een maatschappij die lijkt te schommelen tussen extremen, en waar taal en communicatie niet langer verbindt, maar eerder verdeelt. Het is een wereld die schreeuwt om orde en begrip, maar waarin de roep om verzoening steeds vaker overstemd wordt door onverschilligheid, haat en geweld door oorlogen die steeds opnieuw oplaaien en gevoerd worden.

In dit verhaal verken ik de huidige wereldorde en de rol van de mens daarin. Is de maatschappij zoekende naar zichzelf? Zijn wij in staat om richting te geven aan ons leven, of zijn we gevangen in een vicieuze cirkel van negativiteit? Wat betekent het om in deze wereld oud te worden, en is dat een zegen of een vloek? En misschien wel het belangrijkste, hoe kunnen we als mensheid omgaan met de uitdagingen die voor ons liggen, zonder te vervallen in een onverschillig leven en verdeeldheid?

Een van de grootste problemen van onze tijd is het gevoel van richting kiezen. De wereld lijkt zich in een constante staat van crisis te bevinden, waarbij we steeds verder verwijderd raken van een gevoel van gemeenschappelijkheid en een doel. Politieke polarisatie verdeelt de samenlevingen, je bent ofwel links, of je bent rechts. Het midden lijkt te verdwijnen, en met het verdwijnen van dat midden, verliezen we ook het vermogen om te onderhandelen, te communiceren en samen te werken aan het goede.

Deze tweespalt is duidelijk zichtbaar in het politieke landschap, maar het sijpelt ook door naar andere delen van het leven, de media, het onderwijs, en zelfs het sociale leven. Mensen nemen extreme standpunten in, en het vermogen om naar elkaar te luisteren, om compromissen te sluiten, lijkt steeds verder weg te glijden. Het is alsof we als maatschappij vergeten zijn hoe we met elkaar moeten praten, en in plaats daarvan kiezen we voor polarisatie en conflict.

Het taalgebruik in de maatschappij is hier een goed voorbeeld van. Steeds vaker wordt taal gebruikt als wapen. Mensen worden in woorden aangevallen zonder adres achter te laten, een mening wordt met zoveel geweld verkondigd dat het lijkt alsof er geen ruimte meer is voor nuance. De dialoog is vervangen door een soort retorische oorlogsvoering, waarbij de enige uitkomst lijkt te zijn dat de ander het onderspit delft. Deze trend heeft ervoor gezorgd dat mensen zich steeds meer terugtrekken in hun eigen bubbels, waarbij ze alleen nog maar informatie tot zich nemen die hun eigen wereldbeeld bevestigt. Zelfs Max Verstappen roept een woord in zijn bolide RB20 uit frustratie tijdens zijn race en wordt misverstaan en het woord is als schuttingtaal begrepen en krijgt daarvoor van de leiding van de FIA een taakstraf, het moet niet gekker worden als we zo bezig zijn met elkaar de maat te nemen zonder uitleg en begrip.

De wereld verkeert in crisis, en dat niet op één, maar op meerdere niveaus. Er is een ecologische crisis, waarbij de aarde onder de druk van klimaatverandering en uitputting van natuurlijke hulpbronnen kreunt. Er is een economische crisis, waarbij ongelijkheid toeneemt en steeds meer mensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. En er is een sociale crisis, waarbij mensen steeds meer het gevoel hebben dat ze niet langer deel uitmaken van een gemeenschap, maar in plaats daarvan op zichzelf zijn aangewezen.

Deze crises versterken elkaar. De ecologische crisis zorgt voor economische problemen, die op hun beurt sociale spanningen doen oplaaien. Mensen voelen zich vervreemd van elkaar, van de natuur, en zelfs van zichzelf. Het gevolg is dat er een toenemende onverschilligheid ontstaat tegenover het lot van de ander. Het vermogen om medeleven en empathie te voelen, lijkt af te nemen. In plaats daarvan worden we steeds meer geleid door angst, onzekerheid en wantrouwen.

De “knappe koppen” die geacht worden ons door deze crises heen te leiden, lijken vaak niet in staat om de juiste antwoorden te vinden en te bieden. Politici, wetenschappers en andere zogenaamde experts lijken losgezongen van de realiteit van alledag. Hun oplossingen voelen afstandelijk en technocratisch, terwijl de problemen waar mensen dagelijks mee worstelen vaak veel meer te maken hebben met emoties, relaties, en een gevoel van betekenis. De leiders van vandaag hebben misschien geleerd hoe ze een probleem kunnen analyseren, maar ze lijken niet te begrijpen hoe ze met de menselijke inborst moeten omgaan. En juist dat is nodig om richting te geven aan een wereld in verwarring.

Een ander groot probleem is de manier waarop ideeën en gedachten door de media worden verspreid. Dagelijks worden we overspoeld met meningen, voorspellingen en analyses. Die “wijsneuzen” van de moderne tijd smijten hun gedachten de ether in, zonder zich af te vragen wat het effect daarvan is. Er lijkt geen ruimte meer te zijn voor reflectie, voor nuance, voor het nadenken over de consequenties van wat er wordt gezegd.

Het gevolg hiervan is dat mensen constant worden blootgesteld aan negatieve informatie. Het nieuws staat vol met berichten over oorlogen, rampen, misdaden en conflicten. En het lijkt erop dat de negatieve kant van het menselijk bestaan veel meer aandacht krijgt dan de positieve. Negatief nieuws verkoopt beter, trekt meer aandacht, en zorgt voor meer controverse. Het positieve verhaal lijkt saai geworden, het stemt tot geen genoegen meer.

Deze focus op het negatieve heeft een diepgaand effect op de manier waarop mensen de wereld zien. Wanneer je dagelijks wordt geconfronteerd met ellende, begin je te geloven dat de wereld inderdaad een verschrikkelijke plaats is. Dit leidt tot gevoelens van machteloosheid en onverschilligheid. Mensen raken afgestompt, ze trekken zich terug, en het vermogen om empathie te voelen voor de ander neemt af.

In deze context van onverschilligheid en negativiteit ontstaat er ruimte voor geweld en onrust. Overal ter wereld zijn er conflicten, van grootschalige oorlogen tot kleinschalige rellen in stadscentra. Momenteel zijn 92 landen betrokken bij conflicten buiten hun grenzen. Het lijkt alsof het lont in het kruitvat steeds korter wordt. Mensen voelen zich niet gehoord, niet begrepen, en uiten hun frustraties vaak op destructieve manieren. Haatgevoelens worden er gekweekt door langdurende conflicten waardoor burgers nodeloos worden opgeofferd voor eigen gewin en geweten.

Geweld, of dat nu in de vorm van oorlog of straatcriminaliteit is, is een symptoom van een dieperliggend probleem het is een gebrek aan verbinding. Mensen voelen zich niet langer verbonden met hun medemens, met hun gemeenschap, en zelfs niet met zichzelf. Het gebruik van zwaar vuurwerk om dreigementen te uiten, het klaarleggen van messen, het steeds opnieuw verwachten van onheil, dit zijn allemaal tekenen van een maatschappij die haar grip op de menselijke waardigheid begint te verliezen.

Het geweld dat we om ons heen zien, is niet alleen fysiek. Het zit ook in de manier waarop we met elkaar praten, in de manier waarop we elkaar behandelen, en in de manier waarop we ons tot elkaar verhouden. Achter elke boom schuilt een potentiële vijand, op elke hoek van de straat denk je een potentiële aanvaller te zien staan, komt het omdat we elkaar niet meer vertrouwen? We zijn altijd op onze hoede, altijd bezig met het afweren van dreigingen die misschien wel, maar misschien ook niet bestaan. Het komt allemaal door die negatieve berichtgeving die met grote regelmaat de ether in wordt geslingerd.

De vraag die we ons moeten stellen, is…. of dit alles voorkomen had kunnen worden. Had de mens redelijker kunnen zijn? Hadden we, door beter naar elkaar te luisteren, door meer empathie te tonen, door elkaar de ruimte te geven om fouten te maken en te leren, kunnen voorkomen dat we in deze situatie zijn beland?

Het antwoord hierop is moeilijk te geven. Aan de ene kant is het menselijk om fouten te maken, om soms te handelen vanuit emoties in plaats van redelijkheid. Aan de andere kant is het duidelijk dat de mens in veel gevallen niet heeft gehandeld vanuit redelijkheid. In plaats van te kiezen voor dialoog, voor verzoening, hebben we vaak gekozen voor conflict en verdeeldheid. Dit is een gemiste kans, en het resultaat daarvan is zichtbaar in de wereld om ons heen.

Wat betekent dit alles voor de toekomst? Leef ik in een wereld die gedoemd is ten onder te gaan aan zijn eigen conflicten en crises, of is er nog hoop op een betere toekomst? Het antwoord op deze vraag ligt in mijn eigen handen. Als ik bereid ben om opnieuw naar anderen te luisteren, om empathie te tonen, en om mij te verbinden met de wereld om mij heen, dan is er zeker hoop en hoop is leven. Geef ik mijn geloof een kans waarin de hoop richting geeft en de liefde voor mij het spoor is waarop ik verder ga?

Een wereld in verwarring, is een uitdaging voor ons mensen. Maar het is ook een kans. Een kans om opnieuw na te denken over wie we zijn, waar we naartoe willen, en hoe we met elkaar willen samenleven. De crises die we momenteel meemaken, kunnen ons helpen om onszelf opnieuw uit te vinden, om nieuwe manieren van samenleven te ontdekken, en om een toekomst te bouwen die gebaseerd is op begrip, medeleven en verbondenheid.

De sleutel ligt in ons eigen vermogen om met elkaar in gesprek te gaan, om naar elkaar te luisteren, te blijven praten, niet op te geven en om niet te vervallen in onverschilligheid en negativiteit. De weg vooruit is er een van dialoog, van empathie, en van het herontdekken van de menselijke verbondenheid. Alleen dan kunnen we hopen op een toekomst waarin het een zegen is om oud te worden, zelfs in deze wereld met zoveel onrecht.

Met veel druk wordt alles vloeibaar bedenk ik zomaar, zonder druk wordt het los zand. Los zand gaat met de wind aan het lopen, en waait weg met de wind en wordt het ergens niemandsland. Water maakt het zand weer vloeibaar, vloeibaar zand gaat niet vanzelf stoppen. Stoppen zal uiteindelijk lukken door het nodige overleg en als alles wat vloeibaar is gaat stoppen door dat gezamenlijk overleg, zal er meer saamhorigheid gaan stromen en niets staat dan ons meer in de weg. Dat mensen eens zullen luisteren en met respect met elkaar zullen omgaan, ieders leven waarderen en dat wij blijven Geloven in een mooiere toekomst, dat wij blijven Hopen op iets moois en dat de Liefde en het Respect het allergrootste goed is dat wij aan elkaar kunnen schenken. Doe steeds een beetje water bij de wijn en laat de wijn dan alsnog goed smaken. Samenwerken met elkaar doe je met respect en geduld. Geven en nemen is mijn norm en wie veel begrijpt zwijgt op het juiste moment.

Dat is de weg naar een betere toekomst.

Vriendschap is een licht in een raam in een donkere nacht.

J.G.J.C. van Asperen.