In de krant van 3-4-2026 stond geschreven……… en daarom schreef ik Paus Leo de XIV.
Sua Santità, Papa Leone XIV
Palazzo Apostolico
00120 Città del Vaticano
ITALIA
Betreft: Mijn schrijven eerder aan Paus Franciscus m.b.t. Patriarch Karill,
Weert Holland: 03-04-2026
Persoonlijk voor U Heilige Vader Paus Leo XIV,
In de krant vandaag op 3-4-2026 staat in Nederland geschreven. Schatrijke Russische kerkvorst en pro-Poetinstem Kirill blijft achter oorlog in Oekraïne staan: wie is deze voormalige KGB-spion? Patriarch Kirill heeft een verleden als KGB-spion. Dat heeft Poetin ook. Dus….. 1 en 1 is twee.
U moet weten dat ik in het verleden ( vanaf 2020) ook herhaaldelijk aan de Heilige Vader Paus Franciscus heb geschreven en dat ik hem heb gevraagd en zelfs op een bepaalde manier heb gesmeekt om bij Patriarch Kirill van Moskou aan te kloppen, hij noemde hem toen zijn Broeder, en dat hij dan zou pleiten bij President Poetin van Rusland om de mensheid in een gezamenlijk proces naar elkaar toe te laten bewegen, te laten groeien en als volwassen mensen met elkaar om te laten gaan en met elkaar blijvend te gaan communiceren. Dat was toch niet te veel gevraagd.
Er moet als het kan een groot Europa komen waarin ook Rusland plaats neemt, dan pas kunnen we vriendelijker naar de toekomst kijken en wordt er met de mensheid op een evenwichtige manier omgegaan. Ik ga er in dit schrijven uitgebreid verder op in.
Ik word er vaak emotioneel door als ik bedenk hoe gemakkelijk het is om zaken goed te regelen, het had heel goed wel gekund op de manier die ik toen in mijn gedachte had, als je maar naar elkaar wilt blijven luisteren en begrip kan opbrengen voor elkaar. Ik heb Paus Franciscus herhaaldelijk geschreven en in brieven aan hem persoonlijk aangegeven, kijk hoe het gaat in het Midden-Oosten, daar waar mensen elkaar te lijf gaan met alles wat voorhanden is en men elkaar niet als evenknie ziet maar als een gruwel. Ik heb steeds toen gevraagd Kijk naar Israël en Libanon, Palestijnen, Hamas, Gaza, Jemen, Syrië, de opstanden in Libië, Afghanistan, Irak en Iran, Afrika enz. enz.
Kijk naar de problemen in Afrika, kijk naar de droogte, kijk naar de veranderingen die door het klimaat worden veroorzaakt. Kijk hoeveel mensen straks de negatieve gevolgen in deze grote natuurrampen en oorlogen zullen ondergaan. Hoeveel jaren zijn we al met deze materie van geweld en de natuur bezig en zal er ooit een einde aan komen aan al deze gewelddaden van mensen onder elkaar?
Het voorgestelde vredesplan van Trump toen voor Israël en de Palestijnen stelde ook niets voor als het eenzijdig wordt afgekondigd. Snappen dat grote mensen als Trump en Benjamin Netanyahu dan niet en zal dat ooit op deze manier gaan werken? Knap hoor. Machthebbers zijn het en grote weldoeners voor hun eigen geluk en zaligheid. Wij de gewone mensen worden voor het lapje gehouden en dat was mijn serieuze gedachten toen. Nu op 4 april 2026, zijn we nog steeds op hetzelfde punt van toen ik aan Paus Franciscus schreef in 2020 en we zijn geen stap verder voor de oplossingen voor wereldwijde problemen, die zijn verder weg dan dat men ooit toen had kunnen bevroeden.
Ik weet precies hoe het voelde toen ik vanochtend de krant opensloeg, het is alweer 3 april 2026 dacht ik. Wij zijn 6 jaar verder in de tijd. Het is alsof de tijd zich in een kringetje beweegt, alsof niets werkelijk vooruitgaat, alsof alle waarschuwingen die ooit zijn uitgesproken in de wind waren geslagen. De kop in de krant sprong me direct in het oog: een schatrijke Russische kerkvorst, een man die zich achter de oorlog schaart, een man met een verleden die verweven was met macht, controle en geheimen. En terwijl ik die woorden lees, voelde ik een oude onrust opnieuw opkomen, een onrust die ik al jaren met mij meedraag. Nu ben ik 83.
Want dit was geen nieuw verhaal. Het was een herhaling. Een echo.
Ik leun achterover in mijn stoel en staar uit het raam. Buiten lijkt alles vredig. Mensen fietsten voorbij, er komt een auto langs in sneltreinvaart, een hond wordt uitgelaten in het Spoorpark hier tegenover ons appartement, en ergens klinkt het zachte geluid van werkende mensen. En toch wist ik: achter die ogenschijnlijke rust gaat een wereld schuil die nog altijd gevangen zit in dezelfde patronen van toen van wantrouwen, macht en van veel geweld.
Het bracht me terug naar de brieven die ik had geschreven. Brieven die ik met zorg had opgesteld, met hoop had verzonden, en waarvan ik nooit wist of ze werkelijk het hart hadden bereikt waarvoor ze bedoeld waren. Ik had geschreven aan de Heilige Vader, Paus Franciscus. Niet één keer, maar meerdere keren. Soms bedachtzaam, soms wanhopig, soms bijna smekend.
Ik had Hem gevraagd om te bemiddelen. Om niet alleen te spreken, maar om werkelijk te handelen. Om Zijn stem te gebruiken, niet als een zachte fluistering in de marge van de geschiedenis, maar als een krachtige oproep tot verandering. Ik had Hem gewezen op de bijzondere positie die hij had. Hij kon bruggen slaan waar anderen misschien muren bouwen.
En vooral had ik Hem gevraagd om contact te zoeken met deze Patriarch Karil van Moskou. Want daar, zo voelde ik, lag een sleutel. Twee religieuze leiders, beide met invloed, beide met toegang tot de harten van miljoenen mensen. Als zij elkaar werkelijk zouden vinden, als zij samen zouden spreken, niet als vertegenwoordigers van macht maar als hoeders van menselijkheid, dan zou er iets kunnen verschuiven.
Ik had het voor me gezien. Niet als een droom, maar als een mogelijkheid. Ook een HOOP met Pasen. Een tijd die vernieuwing kan brengen. Een ontmoeting ergens op neutraal terrein. Geen camera’s, geen politieke spelletjes, geen verborgen agenda’s. Alleen twee mensen die elkaar aankeken en zeiden: dit kan zo niet langer. Wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen.
En vanuit die ontmoeting een stap verder. Een gesprek met de machtigen der aarde. Niet als onderdanige, maar als morele stemmen. Een oproep aan leiders om hun eigen gelijk los te laten en te kiezen voor iets groters: een gezamenlijke toekomst. Ik had het zelfs verder gedacht. Een Europa dat niet langer verdeeld was in blokken van wantrouwen, maar dat zich opende. Een Europa waarin ook Rusland een plaats zou krijgen. Niet als tegenstander, maar als partner. Niet als bedreiging, maar als onderdeel van een groter geheel. Want hoe konden we ooit vrede bereiken als we denken in termen van wij en zij?
Ik herinner me dat ik in mijn brieven schreef over luisteren. Over het belang van werkelijk horen wat de ander zegt. Niet om te reageren, maar om te begrijpen. Het leek zo eenvoudig. Bijna kinderlijk eenvoudig. En toch was het blijkbaar het moeilijkste wat er bestond.
Ik had Hem, De Heilige Vader Paus Franciscus, ook gewezen op het Midden-Oosten. Op de eindeloze cyclus van geweld die daar al generaties lang voortduurde. Ik noemde landen, gebieden, conflicten. Niet om te beschuldigen, maar om te laten zien hoe diep het probleem zat. Hoe overal ter wereld dezelfde patronen zich herhaalden. Mensen die elkaar niet meer als mens zagen. Mensen die elkaar reduceerden tot vijanden, tot symbolen, tot obstakels die moesten worden verwijderd.
En ik vroeg me af, telkens weer: wanneer zijn we dat vermogen verloren om elkaar als gelijken te zien? Het antwoord kwam nooit. Niet in woorden tenminste of daden. En nu, jaren later, zit ik hier weer. Met die krant in mijn handen. Met datzelfde gevoel van machteloosheid, maar ook van koppigheid. Want ergens in mij weigert iets om het op te geven.
Ik dacht terug aan hoe emotioneel ik soms werd bij het schrijven van die brieven. Hoe mijn ogen vochtig werden als ik probeerde zaken onder woorden te brengen wat er op het spel stond. Want het ging niet om politiek alleen. Het ging om mensen. Om levens. Om toekomst. Ik ben nu 83 jaar zoals al eerder vermelde, mijn tijd zal het wel duren kan ik zeggen. Als ik mij druk maak op mijn leeftijd en andere mensen zoals jongere doen dat niet, wat is er dan mis in deze Wereld.
Ik zag voor me hoe eenvoudig het had kunnen zijn. Niet makkelijk, nee. Maar wel mogelijk. Als men maar had gewild. Als men maar had durven kiezen voor dialoog in plaats van confrontatie. Ik stelde me voor hoe het anders had kunnen lopen. Dat op een bepaald moment de Paus in zijn hoedanigheid inderdaad had besloten om niet langer af te wachten. Dat hij een brief had geschreven, niet alleen met woorden van beleefdheid, maar met een duidelijke uitnodiging. Dat hij had gezegd tegen de Patriarch Karill: kom, laten we elkaar ontmoeten. Niet als vertegenwoordigers van systemen, maar als mensen.
En dat die uitnodiging was aangenomen. Ik zie het nog voor me, in mijn gedachten. Een zaal, eenvoudig ingericht. Geen pracht en praal. Alleen twee stoelen, een tafel, en stilte. Een stilte die niet leeg was, maar vol verwachting.
En dat ze daar zaten die twee HOOGWAARDIGHEIDSBEKLEDERS. Dat ze elkaar aankeken. Dat er eerst woorden werden gewisseld die voorzichtig waren, aftastend. Maar dat er langzaam iets veranderde. Dat de woorden eerlijker werden. Directer.
Dat er werd gesproken over verantwoordelijkheid. Over schuld. Over angst. Want dat is waar het vaak begint, denk ik. Angst. Angst om te verliezen. Angst om controle kwijt te raken. Angst om toe te geven dat je misschien niet gelijk hebt. En ik stel me voor dat op een gegeven moment één van hen had gezegd: we moeten stoppen. Gewoon stoppen. Dit leidt nergens toe. En dat de ander had geknikt. Van daaruit had iets kunnen groeien. Een gezamenlijke verklaring. Geen politiek document, maar een morele oproep. Gericht aan alle leiders. Een oproep om de dialoog te hervatten, om geweld te staken, om te zoeken naar oplossingen die verder gingen dan eigenbelang. Ik had het zo graag willen zien. En misschien, heel misschien, had dat een kettingreactie kunnen veroorzaken. Kleine stappen, eerst. Voorzichtig. Maar wel vooruit.
Een ontmoeting hier, een overeenkomst daar. Vertrouwen dat langzaam werd opgebouwd. En uiteindelijk misschien zelfs dat grotere idee: een Europa waarin grenzen minder belangrijk werden, waarin samenwerking centraal stond, waarin ook Rusland niet langer aan de rand stond, maar deel uitmaakte van het geheel. Ik weet dat sommigen dat naïef zouden noemen. Maar wat is het alternatief? Blijven doen wat we altijd hebben gedaan, en verwachten dat het resultaat anders zal zijn?
Ik zuchtte en sloot de krant. De werkelijkheid was anders. Het is harder. Onverbiddelijker. We waren geen stap verder gekomen. De oorlogen waren er nog steeds en heviger. Misschien anders van vorm, misschien op andere plekken, maar de kern was hetzelfde. Mensen die tegenover elkaar stonden, overtuigd van hun eigen gelijk, bereid om daarvoor alles op het spel te zetten. Ook de natuur liet zich niet onbetuigd. Droogte, overstromingen, stormen. Alsof de aarde zelf probeerde duidelijk te maken dat we niet eindeloos zo door konden gaan.
Ik had daar ook over geschreven. Over hoe alles met elkaar verbonden was. Hoe oorlog en klimaat, macht en ongelijkheid, allemaal deel uitmaken van één groter geheel. Maar ook daar leek weinig mee te zijn gedaan. En toch… terwijl ik daar zit, voelde ik dat er nog iets was. Iets dat niet kapot te krijgen is.
En dat is de Hoop met Pasen. Nu met Pasen zal deze HOOP dubbel klinken. Niet de naïeve hoop dat alles vanzelf goed zou komen. Maar de hardnekkige overtuiging dat het anders kón. Ik stond op en liep naar mijn tafel. Daar liggen nog enkele oude kopieën van mijn brieven. Ik pakte er één van op en begon deze eerste te lezen. Mijn eigen woorden keken me aan. Soms scherp, soms zoekend, soms misschien te idealistisch. Maar altijd oprecht.
Ik glimlachte zwak. Misschien had ik de wereld niet veranderd. Misschien had niemand mijn woorden echt opgepakt. Maar ik had ze wel uitgesproken en opgeschreven. Ik had niet gezwegen. En misschien, dacht ik, is dat waar het begint. Niet bij grote leiders, niet bij machtige systemen, maar bij mensen die weigeren om zich neer te leggen bij hoe het is. Mensen die met alle brutaliteit blijven spreken.
De mensen rondom mij die maar blijven vragen. Blijven hopen. Ik ging weer zitten voor mijn toetsenbord. Mijn hand aarzelde even, maar toen begon ik te typen. Niet omdat ik zeker wist dat het iets zou veranderen. Maar omdat ik wist dat niets schrijven zeker niets zou veranderen. Ik schreef over wat ik zag. Over wat ik voelde. Over wat ik nog steeds geloofde dat mogelijk is.
Ik schrijf over een wereld waarin mensen elkaar niet langer als vijanden zien, maar als medemensen. Over leiders die de moed hebben om hun eigen gelijk los te laten. Over een Europa dat zich opent. Over een toekomst die niet wordt bepaald door angst, maar door samenwerking. En terwijl die woorden op mijn pc scherm verschenen, merkte ik dat de emotie weer terugkwam. Niet als een last, maar als mijn kracht. Want zolang ik kon voelen, kon ik ook blijven hopen. En zolang ik kan hopen, is er nog iets om voor te schrijven. Misschien, denk ik, zal de geschiedenis ooit toch een andere wending nemen. Misschien is dat niet vandaag, misschien is dat niet morgen, maar wel ooit.
En als dat gebeurt, dan wil ik kunnen zeggen dat ik in ieder geval heb geprobeerd om die richting aan te wijzen. Dat ik niet heb gezwegen toen het ertoe deed. Dat ik heb geloofd in iets dat groter is dan angst. Ik druk mijn werk af en keek naar wat ik had geschreven. Ik lees het door en of het door de beugel kan. Het was nog maar het begin. Maar elk begin telt toch….?
Buiten was het daglicht veranderd. De dag ging verder, zoals dagen dat doen. En ik wist: ik ga ook verder. Met alles op te schrijven. Met hopen. Met geloven dat de mensheid, ondanks alles, nog altijd in staat is om te groeien. Niet omdat het vanzelf gaat. Maar omdat er mensen zijn die blijven aandringen.
Die blijven zeggen: het kan ook anders. En ik ben er daar één van.
Met een eerbiedwaardige groet sluit ik deze brief aan U Heilige Vader.
JGJC 3-4-2026, Ps’ deze brief is in het Engels vertaald en opgestuurd.



