Nederland moet weer het voortouw nemen.
Ik vraag mij steeds vaker af waarom Nederland, een land dat in het verleden zo vaak vooropliep, tegenwoordig zo terughoudend lijkt geworden. Wanneer ik naar de geschiedenis kijk, zie ik een klein land dat grote dingen heeft bereikt. Nederland stond aan de basis van internationale handel, waterbeheer, landbouwontwikkeling, techniek, wetenschap en diplomatie. Wij waren medeoprichter van de Benelux en hebben vaak laten zien dat samenwerking tussen landen tot grote resultaten kan leiden. Toch lijkt het alsof wij tegenwoordig vaker afwachten dan leiden.
Dat baart mij zorgen. De wereld staat voor enorme uitdagingen. Oorlogen, klimaatproblemen, migratievraagstukken, economische onzekerheid, sociale spanningen en technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Tegelijkertijd zie ik veel overleg, veel rapporten en veel onderzoeken, maar vaak weinig daadkracht. Daarom vraag ik mij af waarom Nederland niet opnieuw het initiatief neemt om deskundigen uit binnen- en buitenland bijeen te brengen om gezamenlijk oplossingen te zoeken.
Tijdens de coronaperiode is veel goed gegaan maar ook veel fout gegaan uit onwetendheid. Nu wordt er veel aandacht besteed aan onderzoeken naar wat er goed en fout is gegaan. Dat is begrijpelijk, want van fouten moeten wij leren. Toch had ik graag gezien dat een deel van die energie ook was besteed aan het samenbrengen van deskundigheid uit verschillende landen. Niet alleen om terug te kijken, maar vooral om vooruit te kijken. Hoe kunnen wij toekomstige crises beter voorkomen? Hoe kunnen wij sneller samenwerken? Hoe kunnen wij de kennis die overal aanwezig is beter benutten?
Mijn voorstel is eenvoudig. Nederland zou het initiatief kunnen nemen om een permanent internationaal overlegplatform op te richten. Niet alleen voor regeringen, maar ook voor wetenschappers, technici, economen, juristen, zorgspecialisten, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en mensen uit het bedrijfsleven. Juist door verschillende deskundigheden samen te brengen ontstaan vaak de beste ideeën.
Ik denk daarbij allereerst aan onze directe buren en partners. België, Luxemburg, Duitsland en andere Europese landen beschikken over enorme kennis en ervaring. Wanneer deze deskundigheid wordt samengebracht ontstaat een krachtig netwerk van mensen die niet alleen problemen analyseren, maar ook praktische oplossingen kunnen ontwikkelen. Nederland heeft historisch gezien vaak laten zien dat het een bruggenbouwer kan zijn. Waarom zouden wij die rol niet opnieuw vervullen?
Veel problemen houden zich immers niet aan landsgrenzen. Klimaatverandering stopt niet bij een grenspaal. Virussen vragen niet naar een paspoort. Cybercriminaliteit trekt zich niets aan van nationale wetgeving. Energievoorziening, voedselzekerheid en economische stabiliteit zijn onderwerpen die meerdere landen tegelijk raken. Daarom geloof ik dat gezamenlijke oplossingen noodzakelijk zijn.
Wanneer ik naar de huidige wereld kijk, zie ik soms dat landen vooral bezig zijn met hun eigen belangen. Dat is begrijpelijk, maar het heeft ook nadelen. Problemen worden doorgeschoven. Besluiten worden uitgesteld. Mensen raken teleurgesteld omdat zij weinig vooruitgang zien. Juist daarom zou Nederland kunnen laten zien dat samenwerking geen zwakte is, maar een kracht.
Natuurlijk begrijp ik dat er regels bestaan. Regels zijn nodig. Zonder regels ontstaat chaos. Wetten beschermen burgers, bedrijven en overheden. Internationale verdragen zorgen ervoor dat landen weten waar zij aan toe zijn. Maar regels mogen nooit een excuus worden om niets te doen. Regels moeten samenwerking mogelijk maken en niet blokkeren.
In mijn ogen is het belangrijk dat bestaande regels kritisch worden bekeken. Zijn zij nog geschikt voor de uitdagingen van deze tijd? Helpen zij werkelijk om problemen op te lossen? Of zorgen zij soms voor vertraging en onnodige bureaucratie? Dat zijn vragen die gesteld mogen worden. Vernieuwing begint immers vaak met het durven stellen van kritische vragen.
Ik geloof dat Nederland beschikt over uitstekende universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven. Dagelijks werken duizenden mensen aan innovaties op het gebied van gezondheid, duurzaamheid, waterbeheer, landbouw, kunstmatige intelligentie en energie. Deze kennis vormt een enorme rijkdom. Het zou jammer zijn wanneer deze kennis onvoldoende wordt benut voor internationale samenwerking.
Daarnaast heeft Nederland een traditie van overleg. Het poldermodel wordt soms bekritiseerd omdat het langzaam kan zijn, maar het heeft ook sterke kanten. Mensen leren naar elkaar luisteren. Verschillende belangen worden afgewogen. Er wordt gezocht naar draagvlak. Die ervaring kan waardevol zijn op internationaal niveau.
Wat mij betreft zou een Nederlands initiatief niet alleen gericht moeten zijn op crisissituaties. Het moet juist een structureel karakter hebben. Deskundigen zouden elkaar regelmatig moeten ontmoeten. Niet pas wanneer problemen uit de hand lopen, maar juist daarvoor. Preventie is vaak goedkoper en effectiever dan herstel achteraf.
Een belangrijk onderwerp is de toekomst van jongeren. Zij groeien op in een wereld die snel verandert. Digitalisering, automatisering en kunstmatige intelligentie zullen veel invloed hebben op hun leven. Daarom moeten wij nadenken over onderwijs, werkgelegenheid en maatschappelijke betrokkenheid. Ook hierbij kan internationale samenwerking veel opleveren.
Hetzelfde geldt voor de zorg. De vergrijzing neemt toe. Zorgsystemen staan onder druk. Personeelstekorten vormen een groeiend probleem. Door kennis uit verschillende landen te combineren kunnen nieuwe oplossingen worden ontwikkeld. Misschien bestaan er elders succesvolle voorbeelden die ook in Nederland bruikbaar zijn.
Ik zie ook kansen op het gebied van duurzaamheid. Nederland heeft veel ervaring met waterbeheer. Andere landen hebben kennis van zonne-energie, windenergie of natuurherstel. Wanneer dergelijke kennis wordt gedeeld, profiteren uiteindelijk alle betrokkenen daarvan. Samenwerking hoeft geen verlies van nationale identiteit te betekenen. Integendeel, ieder land brengt zijn eigen sterke punten mee.
Toch besef ik dat er weerstand kan bestaan tegen grote internationale initiatieven. Sommigen vrezen verlies van zelfstandigheid. Anderen vrezen hoge kosten. Daarom is het belangrijk dat een dergelijk platform transparant werkt. Burgers moeten kunnen zien welke doelen worden nagestreefd en welke resultaten worden bereikt.
Vertrouwen speelt hierbij een cruciale rol. Mensen moeten het gevoel hebben dat hun belangen worden meegenomen. Open communicatie is daarom essentieel. Niet alleen tussen regeringen, maar ook tussen deskundigen en burgers. Wanneer mensen begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, groeit vaak het draagvlak.
Ik denk dat Nederland juist vanwege zijn omvang geschikt is om een verbindende rol te spelen. Grote landen worden soms gezien als machtsblokken met eigen agenda’s. Nederland wordt vaak beschouwd als een betrouwbare partner die zoekt naar praktische oplossingen. Dat imago kan worden benut om bruggen te slaan tussen verschillende belangen.
De geschiedenis laat zien dat vooruitgang vaak begint met visie. Iemand moet de eerste stap zetten. Iemand moet zeggen dat samenwerking mogelijk is. Iemand moet mensen uitnodigen om verder te kijken dan de problemen van vandaag. Waarom zou Nederland die rol niet op zich nemen?
Daarbij hoeven wij niet te wachten tot alle omstandigheden perfect zijn. Perfecte omstandigheden bestaan zelden. Juist in tijden van onzekerheid ontstaan vaak de grootste innovaties. Wanneer mensen uit verschillende disciplines samenkomen, ontstaan nieuwe inzichten die afzonderlijk nooit zouden zijn ontwikkeld.
Ik ben ervan overtuigd dat veel deskundigen bereid zouden zijn om aan zo’n initiatief deel te nemen. Overal ter wereld zijn mensen die zich inzetten voor vrede, duurzaamheid, gezondheid, onderwijs en technologische vooruitgang. Wat vaak ontbreekt is een gezamenlijk platform waarop deze kennis effectief kan worden gedeeld.
Daarom pleit ik ervoor dat Nederland opnieuw ambitie toont. Niet uit trots of superioriteit, maar vanuit verantwoordelijkheid. Wij beschikken over kennis, ervaring en internationale contacten. Dat brengt ook een bepaalde plicht met zich mee. Wie kan bijdragen aan oplossingen, zou dat moeten doen.
Regels en wetgeving moeten daarbij ondersteunend zijn. Zij moeten samenwerking mogelijk maken, transparantie bevorderen en verantwoordelijkheden duidelijk vastleggen. Goede regels vormen een fundament onder vertrouwen. Slechte regels kunnen vooruitgang belemmeren. Daarom moeten regels regelmatig worden geëvalueerd en waar nodig worden aangepast.
Mijn wens is uiteindelijk eenvoudig. Ik hoop op een wereld waarin deskundigheid wordt benut voordat problemen escaleren. Een wereld waarin landen elkaar niet alleen opzoeken tijdens crises, maar voortdurend samenwerken aan verbetering. Een wereld waarin kennis, ervaring en innovatie worden gedeeld ten bate van iedereen.
Nederland heeft in het verleden vaak laten zien dat het boven zijn gewicht kan boksen. Het heeft bewezen dat een klein land een grote invloed kan hebben. Daarom geloof ik dat het mogelijk is om opnieuw een voortrekkersrol te vervullen. Niet door anderen de les te lezen, maar door mensen samen te brengen.
Wanneer wij de moed hebben om die stap te zetten, kunnen wij misschien bijdragen aan oplossingen voor vraagstukken die nu onoplosbaar lijken. Dat zal niet eenvoudig zijn. Het vraagt inzet, geduld en samenwerking. Maar grote veranderingen beginnen vaak met een idee en met mensen die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen.
Ik hoop daarom dat Nederland opnieuw durft te kiezen voor leiderschap, samenwerking en innovatie. Niet alleen voor onszelf, maar voor toekomstige generaties. Want uiteindelijk worden wij allemaal geraakt door de grote uitdagingen van onze tijd. Juist daarom is het belangrijk dat iemand het voortouw neemt. Mijn overtuiging is dat Nederland daarvoor de kennis, de ervaring en de mogelijkheden heeft.
Dat is de reden waarom ik pleit voor een nieuw initiatief waarin deskundigen, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties samenkomen. Niet om eindeloos te praten, maar om oplossingen te ontwikkelen. Niet om verdeeldheid te vergroten, maar om verbinding te versterken. En niet om terug te kijken naar wat fout ging, maar om vooruit te bouwen aan een betere toekomst. Landen, bedrijven en deskundigen koppelen zich aan als ze zien dat het interessant wordt waar de trein naar toe rijdt.
Ik zeg wel eens, de hele wereld is zonder stoom en we weten niet goed meer hoe de trein en de rails van deze wereldse treinen moeten lopen en liggen. Liggen ze wel juist in lijn en gaat dan deze wereldse trein op de eens goed gelegde rails dan naar links of gaat zij naar rechts oprijden. Ergens komt deze trein nu in de actuele situatie zonder brandstof zeker tot stilstand. Want ….. zonder het Geloven ergens in, Hopen op een goede afloop en zorgen dat Lief zijn voor elkaar de brandstof is, dan komt voor elk normaal mens een heel klein stationnetje opdoemen en deze trein tot stilstand brengen, maar op welk stationnetje dan?
Met veel druk wordt alles vloeibaar, zonder druk wordt het los zand. Los zand gaat met de wind aan het lopen, met de wind wordt het ergens niemandsland. Water maakt het zand weer vloeibaar, vloeibaar zand gaat niet vanzelf stoppen. Stoppen zal uiteindelijk lukken door het nodige overleg en als alles wat vloeibaar is gaat stoppen door gezamenlijk overleg, zal er meer saamhorigheid gaan stromen en niets staat dan ons meer in de weg. JGJC, 02-06-2026,


